'Symboliek en kosmetiek' centraal in huurdebat

DEN HAAG, 5 APRIL. Staatssecretaris Tommel (volkshuisvesting) kan de glazen laten vullen. Al enkele malen had hij zijn ambtenaren beloofd dat hij een toost zou uitbrengen als het debat in de Tweede Kamer over de nieuwe financiering van huurwoningen goed zou aflopen. Maar even zovele keren dreigde het Tweede-Kamerlid Duivesteijn van de PvdA het feestje te bederven. Telkens weer stelde hij nieuwe eisen over de positie van de huurders en steeds weer leidde dat tot uitstel van het besluit.

Sinds gisteren, nadat de Kamer een vijfde debatronde aan de 'bruteringsoperatie' had gewijd, staat vast dat Tommel de fles kan laten rondgaan. Weliswaar moet de Tweede Kamer morgen nog stemmen over het wetsvoorstel, maar vast staat dat het voorstel wordt aangenomen. De miljardenoperatie in de sociale huursector kan dit jaar worden voltooid, als ook de Eerste Kamer ermee instemt.

Daarvoor was gisteren de toezegging nodig van Tommel dat de minima ook de komende jaren bij de huurverhogingen worden ontzien. Bovendien moet de bewindsman de ontvangers van individuele huursubsidie garanderen dat een huurverhoging van bijvoorbeeld 4,5 procent netto voor hen ook daadwerkelijk leidt tot een 4,5 procent hogere huur en niet meer dan dat.

Tommel deed die toezegging, naar zijn eigen gevoel opnieuw, zo niet voor de zoveelste maal. De PvdA-fractie incasseerde haar niettemin als een succes, nadat een brief die de D66-bewindsman over hetzelfde onderwerp eerder naar de Kamer had gestuurd, twijfel had gezaaid. “De brief was voorzichtiger”, zei PvdA-fractieleider Wallage na afloop van het debat, “en eigenlijk ontwijkend. Als de staatssecretaris eerder zo duidelijk was geweest, was dit debat vandaag niet nodig geweest.”

Maar andere fracties, de coalitiepartners VVD en D66 niet in de laatste plaats, waren minder onder de indruk van dit spierballenvertoon van de PvdA. “De PvdA claimt ten onrechte minima-kampioen te zijn”, zei VVD'er Hofstra. Versnel-Schmitz van D66 merkte op: “De PvdA heeft ten onrechte het beeld doen ontstaan dat zij de enige partij is die zich zorgen maakt over de huren.” Van Middelkoop (GPV) zei het prozaïscher: “Duivesteijn is als een jongen op een schoolreisje die een ijsje wil en anders overboord dreigt te springen. Hij krijgt zijn ijsje.”

Dat snoepgoed was nodig, omdat de PvdA-fractie bij monde van Duivesteijn gisteren een eerder uitgesproken dreigement herhaalde. Zonder een heldere toezegging van de staatssecretaris dat hij de suggesties over de individuele huursubsidie zou overnemen, zou zij tegen het wetsvoorstel stemmen. Dat Tommel die toezegging nu deed in bewoordingen die ook de PvdA helder vond, hielp Duivesteijn uit een lastig parket. Hij kon de motie intrekken waarover zoveel commotie was ontstaan.

De motie had in de Tweede Kamer niet op een meerderheid kunnen rekenen, zeker niet nu zoveel fracties er blijk van gaven de escapades van Duivesteijn beu te zijn. Hofstra zei dat de motie van de PvdA'er “zo niet over niets, dan toch over heel weinig” ging. “Symboliek en kosmetiek staan voorop.”

Met de toezegging die Tommel de PvdA over de huursubsidie deed, werd trouwens ook het CDA van de gewetensvraag ontlast of het uiteindelijk wel voor het wetsvoorstel zou stemmen. Een voorstel dat nota bene door de huidige fractieleider van het CDA, Heerma, in zijn vorige functie als staatssecretaris van volkshuisvesting was ingediend, en waarvan een vroeger Tweede-Kamerlid van het CDA, Tuinstra, als auctor intellectualis wordt gezien. Het CDA had de suggestie gewekt dat het louter om politieke redenen tegen het wetsvoorstel zou kunnen stemmen, “om de PvdA bij de les te houden”, zoals het Kamerlid Biesheuvel dat uitdrukte. Hij wilde niet dat de PvdA naar buiten over de huren “mooi weer zou kunnen spelen”, omdat toch wel een alternatieve Kamermeerderheid ervoor zou zorgen dat het wetsvoorstel werd aangenomen.

Het CDA hoeft zich nu verder niet af te vragen of het zijn dreigement zal uitvoeren en dus kan ook burgemeester Lemstra van Hengelo lid blijven van deze partij. De vroegere secretaris-generaal van het ministerie van VROM had zich over de volgens hem weinig bestuurlijke houding van de tegenwoordige oppositiepartij zo boos gemaakt, dat hij had gedreigd zijn lidmaatschap op te zeggen.

Tommel liet na afloop niet blijken dat hij had geleden onder de wijze waarop de PvdA als coalitiepartner hem de afgelopen weken had geattaqueerd. Hij bleef blijmoedig uitleggen wat hij al voortdurend had bedoeld. Zijn gedachten moeten in één woord samen te vatten zijn geweest: proost.