Redding voor CDA ligt in het midden

Het CDA zoekt zijn koers. De Tweede Kamerverkiezingen van mei 1994 verliepen desastreus. Voor het eertst in zeventig jaar is de christendemocratie niet vertegenwoordigd in de regering.

Inderdaad, dat is wennen. Als CDA-lid had ik het natuurlijk liever anders gezien, maar tezelfder tijd dacht ik bij het aantreden van het 'paarse' kabinet, dat een periode in de oppostitiebankjes het CDA goed zou kunnen doen. Tijd voor bezinning, om dan vervolgens sterker en krachtiger opnieuw de regeringsverantwoordelijkheid te kunnen aanvaarden.

Het loopt echter allemaal anders. In de Provinciale Staten verloor het CDA andermaal stemmen. Opnieuw laait de discussie over het leiderschap op. “Heerma leidt, maar is nog geen partijleider”, zo luidde een kop in de Volkskrant (14 maart). Kan de interne verwarring nog pijnlijker worden verwoord?

Wat bezielt het CDA toch?

De winst van de VVD, de winst van Bolkestein, doet sterk denken aan de tijd voor de vorming van het CDA. Begin jaren '70 werkten KVP, ARP en CHU intensief samen om tot een eenheid te komen, tot de vorming van één christendemocratische partij. De coup van Burger in 1973 sloeg echter in als een bom en veroorzaakte een diepe vertrouwensbreuk die tot in alle geledingen doorwerkte. KVP en ARP traden toe tot het kabinet-Den Uyl en de CHU, met Kruizinga als fractievoorzitter, ging hevig verontwaardigd in de oppositie. De christendemocratische partij-in-wording was over links uit elkaar gespeeld, waardoor de vorming van het CDA een aantal jaren werd vertraagd.

Feitelijk gebeurt nu hetzelfde. wéér wordt het CDA uit elkaar gespeeld. Er is een duidelijke parallel tussen wat er destijds speelde en wat er thans gebeurt, zij het met geheel andere achtergronden. Er speelt nu geen kabinetsformatie en evenmin zal het CDA als gevolg van de interne strubbelingen voor zijn voortbestaan moeten vrezen. Maar de overeenkomst is zichtbaar in de wijze waarop krachten van buiten het CDA de partij aan het wankelen brengen. PvdA'er Burger brak destijds in bij de beginnende christendemocratische samewerking, terwijl de VVD en Bolkestein nu optimaal profijt trekken van het feit dat het CDA een aantal belangrijke groeperingen uit zijn achterban, voornamelijk ter rechter zijde, veronachtzaamd heeft, namelijk het midden- en kleinbedrijf, de agrarische sector en de ouderen. De eerste twee hebben zich in groten getale tot de VVD en de links-liberalen van D66 bekeerd; de ouderen zochten dikwijls hun toevlucht tot de ouderenpartijen. Gebeurde het 22 jaar geleden ter linker zijde, thans incasseert het CDA over rechts de verliezen.

Waarom laat het CDA zich nu wéér uit elkaar spelen?

Het CDA kende bij de start in 1980, en nu nog steeds, een sterke afdelingenstructuur. Als middenpartij met een lichte hang naar rechts boekte het CDA succes en sprak de partij de kiezers aan met als resultaat zelfs meer dan vijftig zetels in de Tweede Kamer. Die positie heeft het CDA verlaten: de partij neigde naar links, met als gevolg dat zij nu over rechts uit elkaar wordt gespeeld.

Het CDA heeft het na 22 jaar dus opnieuw laten gebeuren. Laat het zich daarvan bewust zijn. Laat het zich ook bewust zijn van het feit, dat er binnen de partij thans een dicussie wordt gevoerd die aan de oorzaken van het stemmenverlies voorbijgaat. Niet de personen staan centraal; politiek is een zaak van meningen en standpunten en van het vertegenwoordigen van een bevolking. En politiek bedrijven betekent er voor zorgen dat die meningen en standpunten zo helder en duidelijk mogelijk worden uitgedragen, zodat de mensen weten dat hun belangen in gemeenteraden, provinciale staten en in het parlement worden behartigd. Een politicus is een volksvertegenwoordiger, in de meest letterlijke betekenins van het woord.

Laat het CDA zich richten op het creëren van duidelijkheid in zijn standpunten. Het CDA is in de kern een sterke partij, die altijd weinig verdeeldheid heeft gekend en waarin een trouwe achterban zich altijd heeft herkend. De afdelingenstructuur van het CDA is hechter dan van de andere drie grote partijen. Dáár moeten de mensen, die de partij altijd hebben gesteund, worden teruggewonnen: de agrariërs, de mensen van het midden- en kleinbedrijf en de ouderen. Het CDA moet op de bres staan voor hun belangen en aldus het aan de VVD en D66 verloren terrein terugwinnen.

Laat het CDA zijn middenpositie dus weer innemen en in alle duidelijkheid terugkeren naar zijn oorspronkelijke standpunten. Als duidelijkheid het geheim van Bolkestein is, dan behoeft het CDA, indachtig het verleden, niet over de toekomst te wanhopen.