Overdracht

BELASTINGHEFFING IS EEN eerbiedwaardige bezigheid. Historische figuren als de hertog van Alva en prins Maurits stonden aan de wieg van het vaderlandse stelsel. In die tijd ging het er veelal om de schulden af te betalen waarmee de huurlingenlegers waren gefinancierd.

De externe en interne veiligheid van de staat vormen nog steeds een slokop, maar de moderne overheid heeft er heel wat taken en dus ook heffingsbronnen bij bedacht. Zodra zich weer een probleem aandient, ziet men als het ware de schittering in de ogen van de politici. Een nieuw vraagstuk betekent nieuw beleid en dat leidt automatisch tot de noodzaak van nieuwe belastinginkomsten.

Langzamerhand is evenwel de belastingheffing samen met de inning van sociale premies zelf een probleem geworden, in het Haagse jargon de collectieve lastendruk genoemd. Als percentage van het nationaal inkomen is die druk vele jaren lang zwaarder geworden, en zou die druk verantwoordelijk zijn voor de toegenomen belastingontduiking, de geboorte van de calculerende burger en via de 'wig' zelfs voor de werkloosheid, de gestolde arbeidsmarkt en het achterop raken van Nederland in de rij van internationale concurrenten. De druk moet dus omlaag.

HET IS EEN Nederlandse eigenschap om een beoogde maatschappelijke beweging tegelijkertijd een hoger doel mee te willen geven. Vermindering van de belastingdruk om zichzelf is politiek niet aanvaardbaar. Waarschijnlijk wordt zij geacht te veel tegemoet te komen aan het individuele egoïsme.

De overdrachtsbelasting die wordt geheven bij de aanschaf van een woning, heet nu voor opheffing in aanmerking te komen. Maar de verleiding is kennelijk groot om die opheffing ook nog te gebruiken ten behoeve van specifieke maakbaarheid.

Niet alleen moet de opheffing in stappen gebeuren - in één keer zou te duur zijn - er kan ook nog een maatschappelijke draai aan worden gegeven.

Volgens een plan van de desbetreffende staatssecretaris (in een stil weekeinde op de huis-pc doorgerekend?) moet de verlaging ten goede komen aan hen die dichter bij hun werk gaan wonen. Zo ontstaat een premie op het tegengaan van de mobiliteit, het woon- werkverkeer. (Er dreigt overigens enige spraakverwarring, doordat staatssecretaris Vermeend het begrip mobiliteit nu hanteert voor de verplaatsing naar een nieuw onderkomen. En die moet dus toenemen.)

Het plan is een zoveelste voorbeeld van het maatschappelijke micromanagement waaraan in Den Haag een groot deel van het politieke debat opgaat. Er komt weer een aftrekpost bij en de ingewikkeldheid en de fraudegevoeligheid van het stelsel nemen toe. Het calculeren wordt als het ware via de wetgeving aangemoedigd. En het leidt als vanzelf tot een stroom van amendementen, want er zijn nog wel meer politici met een alleszins eerbiedwaardige maatschappelijke wens onder het manchet.

ER IS NATUURLIJK NIETS tegen belastingverlaging en er is structureel zelfs veel voor. De overdrachtsbelasting staat bovendien niet alleen haaks op de bevordering van het eigen woningbezit, nog steeds steunend op een breed maatschappelijk draagvlak, zij heeft geen andere betekenis dan het spekken van de overheidskas. Wie de lastendruk wil verminderen, zou dus hier zonder al te veel politieke kleerscheuren kunnen toeslaan. Maar dat zou een voortijdige abdicatie betekenen en de verantwoordelijke bestuurders een kans op nieuwe regelgeving bij voorbaat uit handen slaan. Als het moeilijk kan, waarom dan de weg van de eenvoud gevolgd?