Miljoenenstrijd om Duits tv-voetbal

BONN, 5 APRIL. Wie betaalt er meer? Wie biedt 140 miljoen mark per jaar, of zelfs 150 miljoen, voor het recht om als eerste iedere zaterdag televisiebeelden van de Duitse Bundesliga te mogen uitzenden? Wie wil meer dan 195 miljoen op tafel leggen voor een contract voor vijf jaar om tennistoernooien als Wimbledon, de US Open en Duitse Davis-Cupwedstrijden, met sportheld Boris Becker als reclamemagneet, via de televisie live te mogen verslaan?

In Nederland mag men er afgelopen weekeinde van hebben opgekeken dat spelers als Becker en Stich na enig voorafgaand gekrakeel elk liefst 2,7 miljoen mark voor hun diensten in het Duitse Davis-Cupteam wisten te bedingen. Maar die verbazing wijkt als men bedenkt dat de Duitse tennisbond zijn toernooien en de Davis-Cupwedstrijden van de komende vijf jaar voor 125 miljoen heeft verkocht aan Ufa, een dochter van Europa's grootste uitgeverij, Bertelsmann. De wereldtennisbond ITF kreeg van dezelfde firma 70 miljoen mark voor vijf jaar Wimbledon en de US Open. Ufa verkoopt die rechten vervolgens aan de hoogste bieder. Tot eind 1996 zijn dat het eerste en het tweede Duitse televisienet (de publieke omroepen ARD en ZDF).

Het gaat om een internationale groeimarkt, waar onder meer bureaus als Ufa in Hamburg, ISL (een Zwitserse dochter van sportartikelenfabrikant Adidas) en het in München gevestigde ISPR (van het machtige Springer-concern en de Beierse tv-miljardair Leo Kirch) als glimmende makelaars op een miljoenen- of zelfs miljardenthermiek zitten. Om een indruk te geven: de tv-rechten beliepen bij de Olympische Spelen in Rome (1960) één miljoen dollar, in 1984 (Los Angeles) 350 en in 1992 (Barcelona) 635. In 1996 (Atlanta) kosten zij één miljard.

Zeker in Duitsland zijn nu op de kruislijnen van sport (vooral: voetbal en tennis), reclame, sponsoring en televisie gigantische financiële veldslagen gaande, die spotten met alles wat daaromtrent tot voor kort gebruikelijk was. De gevechten om de rechten tussen publieke en commerciële tv-stations vormen een strijd op leven en dood, met enorme reclamebelangen als inzet en de clubs, de bonden en de spelers als groeiend legioen van vrolijk lachende derden.

Door de concurrentie van RTL en Veronica-Endemol voorspellen media-specialisten ook in Nederland een hevige strijd om de voetbalrechten. Het huidige contract over de competitie loopt af in de zomer van 1996. De NOS betaalt de KNVB op het ogenblik 17 miljoen gulden per jaar.

Pag.12: TV presenteert Bundesliga als het paradijs op aarde

De Duitse tv-stations, die de uitzendrechten van de Bundesliga en het tennis hebben verworven, betaalden daarvoor zo veel geld dat ze hun beelden natuurlijk als het summum aan kijkgenot proberen te slijten. Wat meebrengt dat ook een matig duel zonder doelpunten, zeg tussen Dynamo Dresden en MSV Duisburg, of tussen Bochum en Bayer Ürdingen, nog met een hijgerig verslagen samenvatting als een reuze interessante krachtmeting wordt gepresenteerd.

Zoiets helpt om de investering van het gelukkige tv-station waar te maken. Het helpt óók, heel anders dan een paar jaar geleden nog werd gevreesd, om de tribunes te laten vollopen doordat de indruk is gewekt dat de Bundesliga voor de voetballiefhebber het ware paradijs op aarde is. En mochten de resultaten van het Duitse voetbalelftal of van Duitse deelnemers in Europese toernooien - confrontaties met de internationale werkelijkheid dus - soms wat tegenvallen, dan worden die ingeboekt als regenbuitjes die geen afbreuk doen aan de overigens geldende wekelijkse rozigheid van de Bundesliga-competitie.

Bijna elke club heeft baat bij deze structurele inflatie: de achttien clubs van de Bundesliga zijn dit seizoen op weg naar een geschatte recordomzet van 556 miljoen mark, en een totale winst voor 14 van die 18 clubs van 23 miljoen. Koploper onder de 'rijken' is Bayern München, dat ondanks matig spel en een zesde plaats nu al een winstgevende omzet van ruim 73 miljoen kent, waarvan al meer dan tien miljoen mark uit tv-rechten. Volgens Bayern-voorzitter Franz Beckenbauer is dat trouwens nog maar een beginnetje gerekend naar wat er de komende jaren aan reclame- en tv-rechten gaat binnenkomen. Intussen geldt dat de meeste clubs voor transfers en salarissen van trainers en spelers al bedragen uitgeven waar zij nog maar kort geleden niet van hadden durven dromen. Want waar flink winst wordt gemaakt, kan het geld beter zó worden besteed dan dat het naar de fiscus gaat. Aldus een redenering die de manager van Borussia Dortmund bijvoorbeeld onlangs voor de televisie liet horen.

De gevechten tussen zendgemachtigden gaan om uitgaven en inkomsten nú, maar ook om vragen als: wie heeft straks, over een paar jaar, de beste positie om via pay-television en andere rechtstreekse relaties met de klant de grootste winst te maken? Het zijn gevechten met ongelijke uitgangsposities. De publieke omroepen, de ARD met zijn regionale dochters en het ZDF, zitten met het probleem dat zij na 20.00 uur geen reclame mogen uitzenden. Wat betekent dat zij zaterdagse en andere wedstrijden liefst op daarbij passende eerdere tijdstippen willen laten beginnen. De rivaliserende commerciële stations, die grotendeels in handen zijn van Bertelsmann, de Springer-pers en eerdergenoemde Leo Kirch, zitten met het probleem dat (nog) lang niet elke tv-consument is aangesloten op de kabel of een schotel op dak heeft voor satellietontvangst. En dat is, natuurlijk, iets waar reclamemakers op letten.

Deze week wil de Duitse voetbalbond (DFB) offertes hebben voor de periode na het seizoen 1996/'97, de bond wil daarover overigens pas volgend jaar een beslissing nemen. Maar wie minder dan 150 miljoen mark per jaar biedt, kan het wel vergeten, zoveel staat na de prijsexplosies van de afgelopen jaren vast. Tussen 1965 en het seizoen 1987/'88 hadden ARD en ZDF steeds de eerste Bundesliga-uitzendrechten, die qua prijs in die periode van 0,6 miljoen tot 18 miljoen mark per jaar stegen.

In 1988 wisten Ufa en RTL Plus, twee dochters van Bertelsmann, die rechten voor 200 miljoen en voor vier jaar over te nemen. Sindsdien, namelijk voor een periode van vijf jaar ('92-'97), heeft de (ook) commerciële zender Sat I die rechten gekocht (prijs: 140 miljoen 's jaars, 700 miljoen voor vijf jaar). Namelijk van de Rechteverwerter ISPR, die trouwens, net als Sat I, van Leo Kirch en het Springer-concern is. Sinds 1992 is Sat I elke dag in de lucht met het lawaaiige sportprogramma 'Ran', respectievelijk 'Rannissimo', dat hoge kijkcijfers en (dus) hoge reclame-opbrengsten haalt.

In de sinds 1992 bestaande situatie zendt Sat I als eerste op zaterdagen (vanaf 18.00 uur) de Bundesligawedstrijden uit, terwijl het pay-tv-station Première één - interessant - duel live weergeeft, met Bayern-voorzitter Franz Beckenbauer als co-commentator. RTL Plus heeft exclusieve uitzendrechten op de Champions League, weer met Beckenbauer als co-commentator. ARD en ZDF hebben zulke rechten voor 'Europese' duels van het Duitse elftal en wedstrijden van Duitse Europa-Cupdeelnemers.

Niet bekend

Maar er dreigt alsnog een kink in deze kabel te komen. Want maandag heeft het Duitse kartelbureau in Berlijn laten weten dat het dit bod van deze ongewone combinatie van publieke en commerciële belangstellenden wil toetsen op de vraag of daarmee niet een ongewenst of zelfs verboden sportief tv-monopolie ontstaat. Dat belooft interessant te worden voor de wereld van het grote geld in sport, televisie en reclame. De top van Bertelsmann reageerde in elk geval snel en liet weten misschien toch niet te staan achter het bod van haar dochter RTL PLus.