Milieugroepen zien VS als boeman klimaatverdrag

BERLIJN, 5 APRIL. Met een betrokken gezicht doolt John Shlaes door de wandelgangen van het Berlijnse conferentiecentrum waar tot vrijdag onder auspiciën van de Verenigde Naties de internationale klimaatconferentie wordt gehouden. De directeur van de Global Climate Coalition (GCC), een lobby-groep voor Amerikaanse bedrijven die veel kooldioxide en andere 'broeikasgassen' produceren, voelt zich “gepakt” door “radicale” milieugroepen. Die deinzen volgens hem “voor niets terug om hun doel te bereiken”: de wereld vrij maken van kooldioxide.

Als absoluut hoogtepunt van de campagne tegen de GCC beschouwt Shlaes het artikel in het Duitse weekblad Der Spiegel van afgelopen maandag, waarin zijn organisatie in zijn ogen werd afgeschilderd als een nietsontziende groep die willens en wetens alle voortgang over aanvullende maatregelen tegen het broeikaseffect blokkeert.

Razend is Shlaes. Zijn organisatie wordt gesteund door de Amerikaanse auto-, olie-, kolen-, cement- en aluminiumindustrie, die alleen maar willen dat de kosten beheersbaar blijven, zegt hij verbitterd. Verder zijn ze “grote voorstanders van het klimaatverdrag”, dat beoogt een eventueel versterkt broeikaseffect tegen te gaan en waarvan ze “de voortgang niet in de weg willen staan”.

De ontwikkelingslanden en invloedrijke internationale non-gouvernementele organisaties (NGO's) als Greenpeace en het Wereld Natuurfonds (WNF) denken daar dus anders over. In hun ogen is het 'programma' van de GCC het zoveelste bewijs dat de Verenigde Staten niet bereid zijn tot verdergaande afspraken om de hoeveelheid kooldioxide in de lucht te verminderen.

De regering van de VS wil zich in Berlijn vooralsnog niet laten verleiden of dwingen om specifieke reducties te beloven noch zich te verbinden aan een tijdschema. Dus geen twintig procent reductie van CO in het jaar 2010, zoals de Europese Unie heeft bepleit. De VS vinden dat op de conferentie in Berlijn geen ruimte is voor politieke uitspraken. De conferentie moet wat de VS betreft in algemene termen een mandaat formuleren voor verdergaande onderhandelingen over de hoeveelheid broeikasgassen in de lucht en pas in 1997 tot besluiten komen. Zoals de gisteren aangekomen Amerikaanse onderminister voor milieu Tim Wirth zei: de Berlijnse conferentie mag in “krachtige bewoordingen” constateren dat het huidige verdrag “ontoereikend' is en dat “doelstellingen” noodzakelijk zijn, maar verder mag zij van de VS niet gaan.

Emotionele aanvallen op de Amerikaanse delegatie door NGO's - schreeuwen in de zaal en het verscheuren van papieren onder het uitroepen van verwensingen -, pareerde Wirth met steeds hetzelfde argument dat de VS onder Clinton en de vice-president en oud-milieuactivist Al Gore er alles aan doen de broeikasgassen uit de lucht te krijgen. Dit jaar zou een eerste evaluatie van de genomen maatregelen volgen.

Wirth maakte geen opening in het belangrijkste knelpunt in de huidige onderhandelingen over een nieuw mandaat, op basis van een voorstel van de ontwikkelingslanden. Daarin staat dat de ontwikkelingslanden geen nieuwe verplichtingen zullen aangaan, naast de afspraken die tijdens de VN-milieutop in Rio de Janeiro (1992) zijn gemaakt, en dat ze de vrijheid moeten krijgen hun economie verder te ontwikkelen mét bijbehorende groei in de emissie van broeikasgassen.

Dat nu vinden de VS niet acceptabel. “We zijn allemaal verantwoordelijk voor het broeikaseffect en dus moeten we er allemaal wat aan doen”, zei Wirth, “al zijn de VS de eersten om te aanvaarden dat voor sommige landen die verantwoordelijkheid zwaarder moet tellen dan voor anderen.”

Sceptici in Berlijn vrezen dat de VS zich zo willen ontdoen van hun verantwoordelijkheid door de zwarte piet bij de ontwikkelingslanden te leggen. Zij zouden dit willen doen aan de hand van wat joint implementation - gemeenlijk Djee Aai (JI) genoemd.

Het JI-principe houdt in dat het veel goedkoper is om bijvoorbeeld in Zuid-Amerika een forse reductie in de emissie van CO te bereiken dan eenzelfde reductie in de VS. Het geld dat anders in de VS zou worden uitgegeven kan volgens JI beter worden besteed in Zuid-Amerika om op wereldschaal hetzelfde effect te bereiken. En de bereikte reductie zouden de VS dan van hun eigen produktie kunnen aftrekken.

Dit 'crediteren' is een essentieel onderdeel van JI, maar ook daarover zijn de meningen in Berlijn hopeloos verdeeld. Lastig voor de VS is daarbij dat de landen van de Europese Unie er andere meningen op na houden. Zij willen geen 'JI-creditering' en zijn er ook geen warm voorstander van om de ontwikkelingslanden doelstellingen op te leggen zonder dat de westerse industrielanden aan de minimumeisen van het klimaatverdrag voldoen. En dat is nog allerminst het geval.

De NGO's vinden dat de ontwikkelingslanden de VS en zijn twee bondgenoten - Australië (met een grote kolenindustrie) en Canada - in een hoek hebben gedreven, dankzij de welwillende opstelling van de EU die zo vriendelijk was te zeggen dat de arme landen - met name de snelle groeiers als China, India en Brazilië - niet alle schuld van het broeikaseffect hoeven te dragen. Maar een vervolgconferentie in Tokio - die de VN in Berlijn hoopt te bereiken - is er daarmee nog niet. Het is zelfs nog altijd vraag of er überhaupt een akkoord komt. Maar “dat hoeft ook eigenlijk niet', zegt een door de wol geverfde WNF-vertegenwoordiger. “Als er maar iets komt waar iedereen zijn eigen opvattingen in leest. Daar zijn ze bij de Verenigde Naties meesters in.”