'Mens, durf te leven' in tweevoud vertolkt

Voorstelling: 100 jaar cabaret, met o.a. Carry Tefsen, Serge Henri Valcke, regie: Fred Florusse. Gezien: 4/4 in Nieuwe de la Mar, Amsterdam. Aldaar t/m 8/4. Met het wijnglas in de hand, door Heddy Lester en Dennis Kivit. Regie: Bram Vermeulen. Gezien: 30/3 in Klein Bellevue, Amsterdam. Aldaar t/m 8/4.

“Je leeft maar heel kort, maar een enkele keer / en als je straks anders wilt, kun je niet meer / Mens, durf te leven!” mag het lijflied van het cabaret heten. Het is in 1918 geschreven door Dirk Witte en het werd gezongen door de allang verstomde Jean-Louis Pisuisse, maar de uitdagende moraal staat nog recht overeind: “Je kop in de hoogte, je neus in de wind / en lap aan je laars hoe een ander het vindt!”

Het lied is dezer dagen op twee plekken tegelijk te horen - en het mooist, vijfstemmig a capella, in het gelegenheidsprogramma 100 jaar cabaret dat tot eind deze week wordt uitgevoerd in het kader van het Amsterdams Kleinkunstfestival. Hoewel de stijve titel een obligaat overzicht van de traditionele hoogtepunten doet vermoeden, is onder leiding van Fred Florusse een intimate revue samengesteld met vijf solisten, drie musici en zelfs drie figuranten, die in een café-achtige omgeving vrijelijk omspringen met de geschiedenis. Natuurlijk zijn er verplichte nummers bij, maar vooral ook veel verrassende keuzes, gelardeerd met wat spaarzame woorden van eigen makelij die er, pretentieloos maar perfect passend, een context aan geven.

Verrassend is ook het optreden van Carry Tefsen, die al geruime tijd verloren leek voor dit genre, maar hier als vanouds uithaalt: verfomfaaid en verslagen in Afscheidsbrief van een lelijk meisje aan haar vrijer van Speenhoff, bijvoorbeeld, en onbekommerd verlangend in het oorlogsliedje Als op het Leidseplein de lichtjes weer eens branden gaan. Naast haar valt vooral Rob van de Meeberg op, ook al iemand die in geen jaren meer als cabaretier te zien was. Serge Henri Valcke is onder meer een puntige Louis Davids, Rieneke van Nunen maakt mooi werk van het naoorlogse Van jou heb ik niets meer gehoord en Albert Verlinde haalt bij Sonnevelds malicieuze Lieveling het onderste uit de kan.

De tweede voorstelling waarin Mens, durf te leven! weer wordt aangeheven, is van kleiner formaat, informeler en nog veel brutaler in de selectie van repertoire. Kennelijk was het Bram Vermeulen, aan wie de 'regie-begeleiding' wordt toegeschreven, erom te doen de klassieke cabaret-nummers af te wegen tegen meezingers en ander materiaal uit het grote amusement. Met het wijnglas in de hand, overtuigend gezongen door Heddy Lester en Dennis Kivit, omvat dan ook niet alleen liedjes die ook in 100 jaar cabaret opklinken, maar tevens carnavalsjolijt en Marco Borsato-sentiment. Het spannendste moment komt als De kleine man na twee coupletten bijna ongemerkt overgaat in de anti-semitische versie die daarvan tijdens de bezetting werd gemaakt - en de vraag dus rijst of het cabaret-genre zich inderdaad voor èlke boodschap leent.