Jonge vrouwen kennen geen twijfel meer

Wat ergert me toch zo in dat Macha Macha, die vrolijke frisse afrekening van Malou van Hintum met een oudere generatie feministen die te tobberig wordt bevonden? Is het dat je zelf opeens gerekend wordt tot die oudere generatie, wat altijd een kleine schok teweegbrengt, zoals sommigen dat ervaren als ze grootouder worden? Is het omdat die generatie wordt omschreven als 40+'ers, wat je het onaangename gevoel geeft overrijp en volvet te zijn, kortom het tegendeel van leuk, jong en springerig? Dat is, geef ik toe, even slikken maar dat geeft niet die all round ergenis die me bij lezing bekruipt.

Is het dan de moedermoord die hier gepleegd wordt: het gevoel dat oudere feministen kan bekruipen die vele jaren van hun leven gestoken hebben in het verbeteren van het vrouwenlot, en nu als ouderwets en afgedaan aan de kant worden geveegd? Wat mij betreft is het dat ook niet - daarvoor heb ik te weinig strijd hoeven leveren en te weinig deel uitgemaakt van de vrouwenbeweging - maar ik kan me het gevoel wel voorstellen. De jongere vrouwen hebben immers behoorlijk kunnen profiteren van de inspanningen van de ouderen. Dit vormt een eeuwige spanning tussen de generaties: de ouderen verwijten de jongeren onbegrip en ondankbaarheid, de jongeren vinden dat de ouderen niet moeten zeuren en haten de dwang tot dankbare schatplichtigheid.

Maar het is iets anders dat me zo irriteert. Het is de toon van montere doortastendheid, en het ongeduld met al die vrouwen die het niet zo goed voor elkaar hebben als de schrijfster. Die zich niet zo geslaagd voelen, niet zo zeker zijn van wat ze willen, twijfelen over wel of geen kinderen, over wel of geen ambitieuze baan als deze geheel berekend is op volledige beschikbaarheid. Die niet goed weten hoe dit zo aan te pakken dat het bestaan geen vreugdeloze boekhouding wordt en de privésfeer niet haar betekenis verliest. Geen eenvoudige problemen, die ook niet in een generatie, zo al ooit, definitief kunnen worden opgelost. Maar waar wel over gedacht en gepraat wordt, wat soms iets oplevert (bijvoorbeeld ouderschapsverlof); en die gelukkig niet meer louter als privébesognes worden gezien van sukkelige tekortschietende vrouwen.

Dat laatste is deels te danken aan de vrouwenbeweging, die persoonlijke problemen als politiek definieerde, en daarmee het individuele onbehagen transformeerde tot sociaal onrecht. Als dat niet gebeurd was, waren tal van thema's - van onbetaalde arbeid tot incest - nooit politieke kwesties geworden. Maar met al die aandacht voor persoonlijke problemen, ooit als verademing ervaren, wordt nu blind en arrogant de vloer aan geveegd.

Het oogt zo modern, deze houding van flinke vastberadenheid, maar ze vertoont bij nader inzien ouderwetse trekken. “Malous nieuw flinks is mentaal oud links”, vatte Jolande Withuis bondig samen in het maartnummer van Opzij. Haar toon heeft een mentale hardheid waar we, dacht ik, net wat van af waren: er kwam meer aandacht voor het persoonlijke en het psychische, de toon werd minder strak en moralistisch, er kwam iets meer ruimte voor twijfel en ambivalentie.

Maar dat ruikt kennelijk naar zwak, en zwak kunnen we niet gebruiken. Deze afkeer is breder en heeft zich onder meer vertaald in het uit Amerika overwaaiende 'powerfeminisme', waar Van Hintums boekje ook toe gerekend kan worden. Alsof het voordien om zwakte ging, maar ook toen ging het natuurlijk om macht, alleen wel vanuit een andere opvatting. Het was een collectiever machtsbegrip, zoals tot uiting kwam in 'sisterhood is powerful', in de gedachte dat je door bundeling van krachten sterker kwam te staan. Het machtsbegrip in het powerfeminisme is veel koeler en individualistischer: je moet zelf zorgen dat je het goed voor elkaar krijgt, hebt, en houdt. Het is verwant aan het in Amerika al langer gangbare begrip 'empowerment', de gedachte dat je mensen vooral eigenmachtig moet maken, wat iets geheel anders is dan samen machtig.

Ik denk dat dit het is wat me zo onaangenaam treft: dit mengsel van ouderwetse linkse flinkheid en liberaal egoïsme. Daar kan weinig goeds uit voortkomen.