'In zwakzinnigenzorg is veel toegestaan'

UTRECHT, 5 APRIL. Een gebit trekken zonder verdoving mag niet. Langdurig opsluiten in een kast natuurlijk ook niet. Vastbinden aan handen en voeten is onmenselijk. Mishandelen van patiënten is al helemaal uit den boze. Ouders en familieleden van zwakzinnigen dienden deze en andere klachten in bij staatssecretaris Terpstra (welzijn en sport) en spreken van “structurele wantoestanden in de zwakzinnigenzorg”. Zij eisen “aangepaste mensenrechten” in de inrichtingen. Gisteren maakte de Inspectie voor de Gezondheidszorg bekend dat eenderde van de zwakzinnigen in hun bewegingsvrijheid wordt beperkt.

Verplegend personeel in inrichtingen voor verstandelijk gehandicapten komen echter wel eens in een situatie dat zij niet anders kunnen dan een patiënt zijn bewegingsvrijheid ontnemen. Dat kan door opsluiting, het aanbrengen van handboeien of het toedienen van kalmerende middelen. Ook liggen 's nachts enkele bewoners in de 'Zweedse band' waardoor zij niet uit bed kunnen. Sommige slaapkamerdeuren gaan gedurende enkele uren op slot.

“De handboeien en de separeercel zijn niet aan de orde van de dag maar worden wel gebruikt”, zegt J. Karel, hoofd van de verplegingsdienst van de zorginstelling Noorderhaven in Julianadorp. Een verpleegkundige in Noorderhaven werd onlangs door een bewoner bijna met een bijl geraakt. “De man is overmeesterd en in een separeercel geplaatst. Daarna is hij ook nog enkele dagen opgesloten in zijn eigen kamer”, aldus Karel.

Dit incident werd meteen gemeld bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg, omdat de instelling van de buitenwereld “geen veroordeling maar begrip” voor zulke situaties wil. Karel: “Soms heb je als verpleegkundige last van een soort 'handelingsverlegenheid'. Dat je even niet meer weet wat het beste is voor de patiënt. Je moet voorkomen dat je ligt te rollebollen met een agressieve bewoner die toch veel sterker is. Dan moet je op tijd ingrijpen. Ook al lijkt dat middel te zwaar, het is volstrekt geoorloofd.”

Volgens Karel is veel meer toegestaan in de zwakzinnigenzorg dan algemeen bekend is. Dat wil niet zeggen dat 'excessen' zoals gebitten trekken, patiënten vastbinden of mishandelen door de beugel kunnen, aldus Karel. “Zulke dingen zijn bij ons ondenkbaar. Sommige mensen moet je kunnen opsluiten, omdat zij een gevaar voor zichzelf en voor de omgeving zijn. Je kunt dat langdurige opsluiting noemen maar het heeft vooral een preventieve werking.”

Volgens Karel zijn de groepen vaak te groot. Zwakzinnigen leven in groepen van tien. Niemand is hetzelfde en dat kan problemen geven. Karel: “Wij voeren een beleid waarbij wachtlijsten taboe zijn. Iedereen wordt opgenomen met het gevolg dat patiënten wel eens op een verkeerde afdeling terechtkomen.” Op een van de 'gesloten afdelingen' bijvoorbeeld wonen tien patiënten van wie er zes geïndiceerd niet naar buiten mogen. De andere vier zijn dan ook verplicht binnen te blijven, terwijl zij de vrijheid van een 'open deur' wel aankunnen. Een protocol uit 1992 beschrijft maatregelen die men kan treffen bij ernstig probleemgedrag van zwakzinnigen in een intramurale instelling. Daartoe behoren ook vrijheidsbeperkende maatregelen, zoals beschermen/fixeren en afzonderen/separeren.

In het maartnummer van het Nederlands Tijdschrift voor de Zorg aan verstandelijk gehandicapten staan de resultaten van een onderzoek naar de vrijheidsbeperkende maatregelen in Groot-Schuylenburg. In dit zorgcentrum in Apeldoorn wonen 922 verstandelijk gehandicapten. In de periode 1992-1993 kregen 226 bewoners (31 procent) één of meer vrijheidsbeperkende maatregelen opgelegd, variërend van fixerende maatregelen, zoals armkokers, tuigjes of de Zweedse band, tot aangepaste kleding of separatie. Als reden voor deze maatregelen werden steeds genoemd het agressief of descructief gedrag van bewoners, onaangepast gedrag met schadelijke gevolgen of risicogedrag samenhangend met lichamelijke stoornissen. Door de officiële registratie van deze maatregelen werd tevens duidelijk dat deze vaker werden genomen ter bescherming van materiaal dan van mensen.