EU legt te veel nadruk op Europese identiteit

De Tsjechische premier, VÀCLAV KLAUS, brengt morgen een ééndaags werkbezoek aan Nederland. Waarschijnlijk staat de binnenkort te verwachten Tsjechische aanvraag voor het lidmaatschap van de Europese Unie centraal tijdens de gesprekken.

PRAAG, 5 APRIL. Één ding moet een gesprekspartner van de Tsjechische premier Václav Klaus tot elke prijs vermijden: het noemen van Visegrád, de Hongaarse stad waar in 1990 de presidenten van Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije afspraken hun “weg naar Europa” te coördineren. “Hoe spélt u die naam”, bitst de premier, als de naam valt. “Kunt u omschrijven wat u bedoelt?” Er trekt een waas van verachting en woede over de halftoegeknepen ogen.

Het begrip 'Visegrád-landen' bestáát eenvoudig niet in het vocabulaire van Václav Klaus. Hij heeft zich al kort na de top gedistantieerd van alles wat verwees naar een gecoördineerd beleid van de Middeneuropese landen. Het werd meteen het doodvonnis van het initiatief van 1990: sindsdien zijn Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije op eigen kracht verder gegaan in de race naar het zo begeerde lidmaatschap van EU en NAVO. Waarbij Tsjechië zich de afgelopen jaren vooral onderscheidde door parmantige uitspraken van zijn premier, die graag de indruk wekt dat niet Praag om belet bij Brussel verzoekt, maar andersom. Natuurlijk is die indruk onjuist, maar wat is dan wél de Tsjechische weg naar de Europese Unie?

Klaus: “Er kan geen geen speciale Tsjechische weg zijn. De EU is een instelling waarvan we de regels moeten aanvaarden. Binnenkort vragen we het lidmaatschap aan. Dan moeten we wachten op de resultaten van de (in 1996 te houden - corr.) Intergouvernementele conferentie, waarna serieuze onderhandelingen beginnen. Dat is voor mij een voldoende tijdschema en ik wil geen voorspellingen doen over de datum van toetreding.”

In het verleden heeft u nogal wat reserves geuit over ontwikkelingen van de EU. U noemde het Verdrag van Maastricht 'een onnodige poging het integratieproces te versnellen', u heeft kritiek geuit op 'kunstmatige en veelomvattende superstructuren' en u bent sceptisch over de levensvatbaarheid van de Europese Monetaire Unie. Tot wat voor EU verwacht u toe te treden? Wordt de Tsjechische Republiek in de EU misschien een tweede Verenigd Koninkrijk?

“We worden een standaard-lid. We hebben geen behoefte aan speciale voorwaarden of regels. Dat ik het verdrag van Maastricht heb gekritiseerd is een verkeerde interpretatie. Ik had kritiek op iets anders. Ik heb daarvoor drie clusters van argumenten: het eerste is de kwestie van nationale versus de Europese identiteit. Ik ben bang dat de laatste jaren te veel nadruk is gelegd op de Europese identiteit. De vraag van nationale identiteit werd hetzij veronachtzaamd, hetzij vergeten, of soms zelfs bekritiseerd. Dat accepteer ik niet. Ik ben er zeker van dat de natie-staat de bouwsteen moet blijven van het integratieproces. Dus géén Europa zonder staten.”

“Mijn tweede punt is pragmatisch: er moet een systeem worden gevonden dat meer voordelen oplevert dan kosten. Ik waarschuw ervoor zaken ideologisch te aanvaarden zonder serieuze discussie en kosten-baten-analyse. De Europese Monetaire Unie heeft kosten en baten. Ik wil daarover een pragmatisch, niet-ideologisch, serieus debat. Ik ben bang dat sommige instellingen die in de hele geest van Maastricht zijn geaccepteerd, zijn omarmd als het ware, zonder dat rekening is gehouden met die argumenten. De Europese Monetaire Unie is maar één voorbeeld.”

“De derde groep argumenten is meer ideologisch. Ik zie in het Verdrag van Maastricht, maar vooral in de atmosfeer om het verdrag heen, te veel centralisme, te veel nadruk op coördinatie-politiek, op gemeenschappelijke politiek. Ik ben voor een vrij Europa en een vrij Europa heeft behoefte aan instellingen die de vrijheid vergroten, geen instellingen die vrijheid wegnemen van de burgers.”

Onlangs zei president Havel dat integratie in de EU een lange-termijnproces was en dat lidmaatschap van de NAVO eigenlijk veel dringender is. Bent u het daarin eens met de president?

“Het is gemakkelijker lid te worden van de NAVO dan van de EU.”

Maar is NAVO-lidmaatschap dringender?

“Het is iets ànders. We willen van beide instellingen lid zijn, en ik geloof dat het gemakkelijker is om lid van de NAVO te worden. We hebben dat lidmaatschap ook nodig om symbolische redenen: voor ons betekent het een symbool dat we eindelijk de Rubicon van het verleden zijn overgestoken. Het lidmaatschap heeft voor ons een grotere symboliek dan voor landen als Zweden of Oostenrijk. We hebben dergelijke symbolen nodig.”

Politiek lijkt de Tsjechische Republiek de meest stabiele van Midden- en Oost-Europa. Niettemin zijn er veel conflicten binnen de coalitie geweest.

“Ik geloof dat de conflicten, of liever gezegd de debatten binnen de coalitie, vergelijkbaar zijn met die in coalitieregeringen in elk Westeuropees land. Misschien denkt u dat we kwetsbaarder zijn, wegens het verleden, maar dat is niet het geval. Die disputen zijn alleen relevant voor de lokale politici, je krijgt er wat meer grijs haar van.”

Veel deelnemers aan het recentelijk gehouden bankforum in Praag klaagden over het gebrek aan doorzichtigheid op de Tsjechische markt als gevolg van de voucherprivatisering.

“Dat is een volledig misverstand. Wat is er aan de hand? In het begin waren de buitenlandse bankiers, consultants, adviseurs en experts geschokt toen ze hoorden over de voucherprivatisering. Ze vonden die onzin, zoiets hadden ze nog nooit gezien. Ze voorspelden dat het nooit zou werken. Maar ze hadden het volkomen aan het verkeerde eind, volkomen. Het systeem heeft heel goed gewerkt en het was de meest succesvolle privatisering die er ooit is geweest. Ik weet waarom ze zo kritisch waren. Het betekende namelijk dat wij privatiseerden zonder buitenlandse hulp, zonder de duizenden adviseurs, consultants en experts van internationale instellingen. Ze hadden hier een gevestigd belang. Nu is de voucherprivatisering voltooid en klagen ze dat het niet doorzichtig is. Ze hebben het aan het verkeerde eind, net als vroeger.”

Maar ook een man als (de sociaal-democratische leider) Milos Zeman zegt dat de Tsjechische staat nog steeds de grootste aandeelhouder is...

“Dat is eenvoudig niet waar. Hij was vanaf het begin de grootste tegenstander van het idee, dus hij wil vechten tot het bittere einde.”

Ontkent u dat de Tsjechische regering nog steeds een heel groot aandeel heeft in de economie van het land?

“Dat is gewoon nonsens. Het belang van de Tsjechische regering in de economie is niet de helft van dat van de Nederlandse.”

Maar de Nederlandse regering heeft geen directe belangen in laten we zeggen de vier grootste banken van het land...

“Maar er zijn in Nederland zelfs zonder veertig jaar communisme nog steeds veel staatsondernemingen. In 1989 was het aandeel van de Nederlandse staat in de industrie 20 procent. In dat jaar was het aandeel van het particuliere eigendom in dit land nul. Nu is dat 75 procent. Als we gekritiseerd worden omdat er nog staatsbezit is, toont dat aan dat sommige mensen op de maan leven.”