De taal is de tempel van het 'ongerieflijk' Herenleed-duo

Voorstelling: Herenleed - Een ongerieflijk tweetal, bedacht, geschreven en gespeeld door Armando en Cherry Duyns. Licht: Roel Veldhorst. Gezien 4/4, Amsterdam, De Kleine Komedie. Aldaar t/m 8/4. Tournee t/m 28/4.

De mooiste tweespraak gaat over de dood. De man van de duizend vragen, in de gestalte van Armando, begint er over. De ander, de superieur met de bolhoed die door Cherry Duyns wordt gespeeld, reageert nerveus en afwerend. Geprikkeld sputtert hij tegen wanneer de Armando-man met kracht van allerlei sierlijke argumenten aanvoert dat iedereen met de dood te maken krijgt. Hem heeft anders niemand op de hoogte gesteld, bast de Duyns-man verontwaardigd, terwijl hij zich omdraait om statig weg te vluchten. Ineens klaart het gezicht met streepsnor en sikje op. Twee brede armen rechten de schouders, een stralende lach breekt het gezicht los: “En als je het niet weet ... hóef je niet”. Verder pratend ontdekken de mannen dat dood zijn betekent dat je helemaal alleen bent en niet meer 'met u' hoeft te praten. En dan lijkt het toch wel het mooiste wat er is.

Een ongerieflijk tweetal is dit keer de ondertitel van Herenleed en die verwijst naar de dood. Immers, deze twee horen met zijn drieën te zijn, met de dichter Johnny van Doorn. Van Doorn overleed, zijn onpeilbare personage kan nu nooit meer deelnemen aan de zorgen van deze twee mannen die talen naar het heer zijn. Maar hij is gelukkig - dat hebben ze voor hem beredeneerd en taal is gelijk aan zijn, in Herenleed.

Van Doorns barok gegalmde intermezzo's worden node gemist, maar daarvoor in de plaats zien we, ter afwisseling van de dialogen, de twee heren in de weer zoals alleen mannen dat kunnen. Met besliste gebaren dragen ze dingen op en af, om te stapelen en om te schikken. Een stoel, een tafel, een plank, een volslanke piëdestal. En altijd eindigt het podium weer leeg. Nut heeft het niet, dat gebeen en gedraag, zin had het ongetwijfeld.

Weer schreven en spelen Armando, beeldend kunstenaar en schrijver, en Cherry Duyns, documentair filmer en schrijver, een theaterversie van het eens als hogelijk gewaardeerd televisieprogramma bedachte Herenleed, en opnieuw creëren ze theater van een soort die geloof ik nergens anders bestaat. Plechtig en zwierig, met een onnavolgbaar gevoel voor de waanzin van vraag en antwoord (“Iemand als u, heeft die eigenlijk een moeder?”) en voor het tot veelzeggendheid verhaspelen van uitdrukkingen en gezegden (“Ik zoek mijn inborst”). De taal is de tempel van Herenleed en daarbinnen openen zich romantische verten waar ruimte is voor verbazing, kleine ontzetting en de stijve dans van twee mannen in wit-zwart rokkostuum.