De braafheid van vrouwen

Het gangbare idee is dat meisjes worden achtergesteld bij jongens. Hele zwikken onderzoeken zijn er uitgevoerd met allerlei akelige resultaten, zoals dat jongens in de klas de dienst uitmaken ten koste van meisjes, dat leraren de opgestoken vingers van meisjes negeren en minder hoge eisen aan hen stellen, dat meisjes, afgestompt door het gebrek aan aandacht en stimulans, uiteindelijk hun zelfwaardering zien kelderen, zodat ze een angsthazerig pretpakket samenstellen in plaats van exact te kiezen.

Ik heb er nooit iets van geloofd. Het is een absurde gedachte dat grote aantallen leraren onbewust (want dat is de kurk waar de theorie op drijft) de seksen met twee maten meten, als het gaat om academische prestaties. Een minimumeis voor leraren lijkt me dat ze gemotiveerd moeten zijn om uit een leerling te halen wat erin zit. Als ze daar al niet in geïnteresseerd zijn, dan wordt elk uur voor de klas een zinloze exercitie.

Meisjes worden niet achtergesteld bij jongens, het is eerder andersom. Van de lagere en in iets mindere mate van de middelbare school herinner ik me dat het meestal de jongens waren die bonje kregen. Zij werden veel vaker dan meisjes de klas uitgestuurd, ze werden geschorst en verdwenen soms helemaal van school. Meisjes waren door de bank genomen braver en kwamen daardoor (op de lagere school) eerder in aanmerking voor het koekje bij de thee van de juffrouw of een gewild karweitje als het bord schoonmaken. Ze waren vaker het lievelingetje van de onderwijzer of leraar. Ik kan me zelfs niet eens een jongen voorstellen in de rol van lievelingetje.

Tussen de jaren zestig en nu is er heel wat veranderd in de sfeer op school, maar de relatieve braafheid van meisjes en de al even relatieve branie van jongens zal nog wel steeds hetzelfde zijn. Die braafheid is even onontkenbaar als, vanuit feministisch oogpunt, ergerlijk. Vandaar al die onderzoeken naar discriminatie en onderdrukking als oorzaken voor braafheid. Maar de leraren en onderwijzers koesteren nog steeds hun lievelingetjes onder de meisjesleerlingen. Ook dat is, vermoed ik, niet veranderd in dertig jaar.

Het onderwijssysteem werkte altijd al in het voordeel van meisjes, omdat het gedrag van meisjes de norm was. Het hele idee van met z'n dertigen in een lokaal zitten en iets opsteken van een leraar is gebaseerd op rust, orde, niet voor je beurt spreken, niet zomaar door de klas gaan hollen, luisteren naar wat er gezegd wordt, kortom dingen waar meisjes in uitblinken. Jongens kunnen dit ook wel, maar sommigen hebben er moeite mee. Tot ver in de jaren zestig vonden deze jongens die met hun kop tegen de norm aanliepen een tegenwicht in de leraar of onderwijzer als bullebak. Dit type leraar was in staat ongelooflijke angst in te boezemen door snijdend sarcasme, vernedering of wat voor intimidatie dan ook. Zowel op de lagere als de middelbare school heb ik leraren en leraressen meegemaakt voor wie iedereen sidderde en die kinderen noopten tot een staat van permanente alertie.

Maar de bullebak is uitgestorven. Hopeloos ouderwets. Er bestaan geen leraren meer die op zo'n manier met een klas omgaan - op de lagere school zouden ze woedende ouders op hun nek krijgen en op de middelbare zouden ze door de kinderen hartelijk uitgelachen worden. De verhouding tussen leraar en leerlingen is zakelijker, meer zoals een groenteboer en zijn klanten. En voor zover de verhouding persoonlijker is, verdiept de leraar zich medelijdend in de problemen van het kind. De leraar is een autoriteit zonder sancties, zoals mensen ook nog wel godsdienstig zijn, zolang ze maar niet in de hel hoeven te geloven.

De kinderen (jongetjes) die de regels overtreden krijgen dus geen strafregels, maar er moet nog wel iets mee gebeuren. Als oplossing werd gekozen voor marginalisatie van het ordeverstorend gedrag. Concentratiestoornissen ofwel Attention Deficit Syndrome (ADS) is sinds een jaar of twintig een erkende afwijking die geregistreerd is in de DSM-III, het handboek van psychiaters. Er worden vier keer zoveel jongetjes met ADS gediagnostiseerd als meisjes. Als het aan de leraren lag, verdwenen deze stoorzenders linea recta naar het speciaal onderwijs, dat de afgelopen twintig jaar dan ook een spectaculaire groei mocht beleven. Maar dit is een dure oplossing. Goedkoper is het om de kinderen op ritaline te zetten, een stimulerend middel dat merkwaardig genoeg op hyper-actieve en ongeconcentreerde kinderen een dempend effect heeft. Onder invloed van ritaline blijven voorheen onhanteerbaar balsturige kinderen rustig in de bank zitten en houden ze hun aandacht beter bij hun taken.

Het gaat mij er niet om dat de bullebak een beter weermiddel tegen kleine lastposten zou zijn dan ritaline. De bullebak heeft te veel nadelen en is hoe dan ook passé. Maar de toepassing van ritaline heeft het begrip 'normaal gedrag' niet alleen smaller gemaakt maar ook gefeminiseerd. Nog sterker dan dertig jaar geleden geldt meisjesgedrag als de norm, waaraan jongens zich dienen te conformeren desnoods door het slikken van medicijnen.

Het is ook heel begrijpelijk dat ouders meegaan in die medicalisatie, want er staat te veel op het spel: het kind zijn hele toekomst. Het onderwijs reflecteert alleen maar wat er in de maatschappij belangrijk wordt gevonden en dat zijn in toenemende mate feminiene waarden. Jongens die vroeger op school niet wilden deugen konden altijd wel ergens terecht waar eigenschappen als rauwdouwerigheid, impulsiviteit, bereidheid tot risico's, voorliefde voor fysieke activiteiten uitstekend van pas kwamen. In de koloniën, op de wilde vaart, landarbeider, beroepssoldaat. Veel van dat soort typisch mannelijke beroepen zijn verdwenen en voor zover ze nog bestaan zijn ze onverbiddelijk gemoderniseerd, dat wil zeggen vertechnologiseerd. Boeren melken hun koeien niet meer met de hand, maar bedienen apparaten, terwijl de hele bedrijfsvoering drijft op de computer. Daar heb je dan toch weer de Mavo voor nodig.

Veel werk op het lager en middenniveau vereist concentratiekracht, stil zitten (beeldschermen), fijne motoriek (toetsenborden) en gezeglijkheid, kortom vrouwelijke braafheid. Het feminisme heeft stiekem een monsterverbond gesloten met de technologie. Het resultaat is dat de typisch mannelijke man en het jongensachtige jongetje naar de periferie zijn gedrongen. Daar wenen zij hun sociaal wenselijke tranen.