Bouwstaking langste sinds de oorlog

ROTTERDAM, 5 APRIL. De staking in de bouw, die gisteren de vierde week is ingegaan, is de langste sinds de Tweede Wereldoorlog. Vandaag komt het aantal stakingsdagen in de bouwsector ruim boven de 410.000 uit. Uitzicht op een snelle oplossing van het conflict is er nog niet.

Het aantal stakers is inmiddels opgelopen tot boven de 34.000. Dat is nog steeds minder dan in 1960, toen 40.000 bouwvakkers het werk neerlegden om een vijfdaagse werkweek van 45 uur af te dwingen. Die staking duurde echter maar twee weken en leverde een vaste vrije zaterdag op. Bij de vakbonden is de stemming over de nu bereikte stakingsomvang gemengd: “Het is een twijfelachtig record. We hadden het liever niet gehaald. Een goede CAO zou beter zijn”, zei een woordvoerder van de Hout- en bouwbond CNV vanmorgen. Onder de ruim 34.000 stakers bevinden zich ongeveer 1600 stucadoors. Zij staken voor een eigen CAO.

Het huidige conflict draait om loonsverhogingen, het inleveren van dagen bij ziekte en een nieuwe VUT-regeling. Werkgevers (verenigd in de AVBB) stellen dat het eisenpakket van de bonden een loonkostenstijging van acht tot tien procent oplevert, terwijl zij slechts akkoord willen gaan met een stijging van 5,5 procent over twee jaar. Volgens de bonden zullen de loonkosten maximaal zes tot zeven procent hoger uitkomen. De nieuwe CAO moet gelden voor circa 200.000 bouwvakkers.

Hoewel zowel de werkgevers als de vakbonden inmiddels geconfronteerd zijn met een miljoenenschade als gevolg van de staking, ontkennen beide partijen dat er op enig terrein toenadering te bespeuren zou zijn. Suggesties om een arbitragecommissie in te schakelen, worden door zowel de bonden als de werkgevers afgewezen.

Om de 34.000 stakers van een inkomen te voorzien, moeten de vakbonden inmiddels dagelijks meer dan vier miljoen gulden uit de stakingskassen halen. Sinds het begin van de staking hebben de bonden al bijna vijftig miljoen gulden aan uitkeringen verstrekt. Daar komen nog enkele honderdduizenden guldens bovenop, als gevolg van zalenhuur, nieuwsbulletins en declaraties. De stakingsuitkeringen in de bouw komen grofweg voor driekwart voor rekening van de Bouw- en Houtbond FNV, de bond met de meeste leden onder de stakende bouwvakkers. De zusterbond van het CNV draait voor twintig procent van de uitkeringen op, terwijl het Zwarte Corps (onder andere kraanmachinisten) vijf procent bijdraagt.

Hoeveel schade de werkgevers oplopen als gevolg van dit conflict is niet bekend. De laatste staking in 1990, die tweeënhalve week duurde en waarbij 16.000 bouwvakkers het werk hadden neergelegd, kostte naar schatting ongeveer 25 miljoen gulden. De aannemers beschikken over een onderling fonds voor dergelijke calamiteiten, maar over de omvang doet men geen uitspraken. Tegenover hun opdrachtgevers kunnen de aannemers zich beroepen op overmacht. Hoewel met name kleine aannemers door deze staking in de problemen kunnen komen, is bij de werkgeversorganisaties nog niets bekend van mogelijke faillissementen.

Wat de Vereniging Eigen Huis betreft heeft de staking nu lang genoeg geduurd. Volgens deze belangenvereniging zijn meer dan duizend particuliere huizenbezitters al gedupeerd, omdat hun nieuwbouwhuis niet op tijd is afgeleverd. Wanneer de staking nog twee weken duurt, zal Eigen Huis een kort geding aanspannen tegen zowel de werkgevers als de vakbonden.