Vroeger

Het is u wellicht ontgaan, maar jongstleden zaterdag heeft DEVJO de Zwaluwen die vooruit wilden, met 3-0 terechtgewezen. Een week eerder won hetzelfde DEVJO een altijd lastige uitwedstrijd met niet minder dan 5-0. Dat gaat dus goed, daar in Voorburg. En omdat het mijn oude club is ben ik zo vrij gemiddeld eens per jaar de aandacht te vestigen op die roodzwarte voetballers. Het is een vereniging op christelijke grondslag, hetgeen voor mijn bezorgde vader lang geleden aanleiding was om deze club voor mij uit te kiezen. Hij ging er namelijk vanuit dat de taal op de velden hevig te maken moet hebben met de grondslagen van de betrokken club. Op dit punt werd hij teleurgesteld, want hij moest al dra vaststellen dat ik na de zaterdagse krachtmeting aanzienlijk ruwer in de mond thuiskwam dan ik het huis had verlaten. Mijn eerste grove krachttermen heb ik aan de Rode Laan te Voorburg geleerd. Toch was het een leuke club. Ik herinner me heftige disputen op de ledenvergadering, waar een fiks aantal leden voorstander was van meedoen aan de toto, terwijl de voorzitter met trillende stem en de bijbel in de hand ons vermaande, dat zulks een goddeloze daad zou zijn. Het ging dan ook niet door, waardoor de accommodatie bouwvallig bleef, de velden slecht gemaaid en de afrastering ernstig in het ongerede.

Er was een tijd, de dertiger jaren, nog eer er van een voetbaltoto sprake kon zijn, waarin je voor het échte voetbal naar Den Haag moest, waar ADO, VUCK en HBS alle prominenten jaren kenden. Maar DEVJO was een zaterdags bastion en kende voor, na en in de grote oorlog haar eigen plek zonder om te zien in wrok naar grote volle tribunes in het Zuiderpark, op Houtrust en aan de Schenkkade. In die oorlog ging de club overigens tijdelijk te gronde want bijna alle spelende leden werden opgeroepen voor de arbeidsinzet in Duitsland. De laatste wedstrijd ging tegen het Haagse JAC. Een week later speelden we voor JAC, met volle medewerking van de overschrijvingsinstanties van de bond, want het was een dolle tijd. Maar na de oorlog kwam DEVJO snel terug en kijk nu eens: spelend in de tweede klasse KNVB zaterdagvoetbal en in de race voor de titel bovendien. In mijn tijd waren we vierdeklasser. Met ere uiteraard. Ooit moesten wij een beslissingswedstrijd voor de titel spelen tegen CSVD uit Delft. Het was de dag na Nederland-België in 1947. De krant waar ik toen werkte wilde wegens de fraaie zege op onze eeuwige tegenstanders een hele pagina vol interlandbijzonderheden, dus er was veel werk verzet. Exact een dag later moest die beslissingswedstrijd worden gewonnen, maar dat ging niet door, hoewel de beroemde ex-interlandspeler Wim Tap onze gelegenheidscoach was.

Twee jaar geleden was DEVJO kampioen van de derde klasse West II. Op de receptie zat een elftal, waarvan ik geen sterveling kende. Toch was het een goed weerzien met de vereniging als zodanig. Springlevend waren ze, die Voorburgers; volgens de verhalen trainden ze als gekken en speelden ze een combinatievoetbal om van te watertanden. Ik geloofde dat en ik geloof het nog. Binnenkort rij ik die kant weer eens op en hopelijk zijn ze dan alle elf in stralende vorm. Wij hadden vroeger een aanvoerder met een licht-filosofische inslag. Als de voorzitter (die anti-totoman) hem vroeg wat het ging worden, placht hij te zeggen dat het in de sterren geschreven stond maar ons nog niet was aangezegd. Ik mocht die captain wel. Als dezelfde voorzitter verhaal bij ons kwam halen omdat er een 2-0 voorsprong was omgebouwd tot een 2-3 nederlaag gaf hij mij een knipoogje, waarop wij die praeses bij kop en kont pakten en de deur uitwerkten. Ik blijf op DEVJO letten. Ze zijn het waard!