Verloederd in Meddensjas

Bzzlletin 224, Helga Ruebsamen. Bzztôh, 72 blz. ƒ 12,50

De welkome come-back van Helga Ruebsamen na zeventien jaar stilte is alweer zeven jaar geleden. Er zit een nieuwe roman aan te komen, reden voor Bzzlletin om een heel nummer over haar te maken. Het Haagse literaire tijdschrift over de meest Haagse schrijfster van Nederland.

Een klein fragment uit Het Lied en de Waarheid moet een indruk geven van haar nieuwe roman. Den Haag, vanzelfsprekend: “Het wemelt hier van de ongevaarlijke gekken, die niet weten of zij op aarde zijn of al aan gene zijde vertoeven en die een praatje of een schouderklop nodig hebben om te kunnen beseffen dat ze nog in leven verkeren. Hun droomwereld torsen zij overal mee.” De ik-figuur, Louise, is een verloederde niet meer jonge vrouw, van goede komaf, stevig aan de drank, die 's morgens dus moeilijk op gang komt. “Ik verberg mijn vermolmde gezicht achter een mombakkes met tanden en wimpers, borstel zorgzaam mijn pruik en zet een hoed op met voile en veren, dan rijg ik om de verdorde lendenen een vetercorset en pers mijn knokige voeten in met de hand gemaakte schoenen uit Rome.” Ze draagt een jas van Meddens en toch stoppen voorbijgangers haar geld toe - dieper kun je in Den Haag nauwelijks zinken. “Op een dag zal ik antwoorden: 'Kijk voor U, loop door. Houd Uw geld in Uw zak. Steek Uw frisse neus in Uw eigen zaken. Zet Uw voeten niet in mijn luchtkastelen. Laat mij mijn hersenspinsels. Laat mij in mijzelf mompelen, totdat ik op een dag alle deuren van Den Haag voorgoed achter mij dicht trek.” Een regelrechte Tantaluskwelling, deze schitterende voorpublikatie.

De achtergrondartikelen, en de tekst van een radio-interview, geven een knap volledig beeld van haar werk en manier van werken. Haar stijl, schrijfgewoonten (in een camper), de onmiskenbare invloed van de gothic novel op haar proza en dat van Renate Dorrestein, de 'navrante familieverhoudingen' - moeders zijn loeders -, de bizarre en vaak grimmige humor, haar voorliefde voor de zelfkant, en natuurlijk voor Den Haag en Scheveningen. “Scheveningen heb ik altijd beschouwd als de bevrijding van Den Haag. In de badplaats kan het knellende Haagse corset worden losgestrikt, de pumps en molières worden uitgeschopt.” Volgens Peter Hofstede was het Haagse huis van Helga Ruebsamen in de jaren '45-'60 'epicentrum van een niet aflatende reeks sociaal-pathologische aardbevingen', en 'hoofdkwartier van absurdistische en vaak baanbrekende creativiteit'. Als de televisie niet tussenbeide gekomen was zou niet Amsterdam maar Den Haag als vanzelf de culturele hoofdstad van Nederland geworden zijn. Dáár gebeurde het, dáár woonde men. En nu moet Ruebsamen het allemaal in haar eentje doen.