'Solidariteitsmonster' bezorgt directie van Akzo vrolijke uren

ARNHEM, 4 APRIL. Op de directieburelen van Akzo Nobel Nederland zal vandaag heel wat gegniffel te horen zijn geweest. Op uitdrukkelijk verzoek van de Industriebonden FNV en CNV heeft Akzo Nobel in de slotfase van de CAO-onderhandelingen de aangeboden loonsverhoging voor ploegendienstmedewerkers voor 1997 kunnen verlagen van 5,5 procent naar 3,5 procent. Voor Akzo Nobel is dat een onverwachte meevaller, voor de Industriebonden rest de kater. Zij moeten hun achterban deze week uitleggen waarom ze die twee procent hebben weggegeven.

En de bedoelingen waren zo goed. Het voorstel dat Akzo Nobel eind vorige week bij de bonden had neergelegd (werknemers die geen gebruik kunnen maken van de arbeidsduurverkorting van 38 naar 36 uur krijgen ter compensatie 5,5 procent loonsverhoging) was volgens de industriebonden niet solidair genoeg. Immers, in 1986 was aan de invoering van een vijfploegendienst (waarbij de werkweek werd verkort van 42 naar 33,6 uur) ook door de andere personeelsleden meebetaald. Op hun beurt, vonden de Industriebonden, mochten de ploegendienstmedewerkers best meebetalen aan de arbeidsduurverkorting.

Op de achtergrond speelde voor de industriebonden mee dat zij bang waren voor onderlinge rancune in de eigen achterban. Weliswaar krijgen werknemers die 36 uur gaan werken straks nog steeds voor 38 uur betaald, maar wanneer collega's - zonder er iets voor te doen - 5,5 procent extra in hun loonzakje vinden, zou dat zeker scheve ogen opleveren.

Die opvatting zorgde vrijdagmorgen al tot een scheuring tussen de vier vakbonden bij Akzo Nobel. De vakbond voor hoger personeel VHP Akzo en de Unie BLHP waren namelijk zeer content met de loonsverhoging van 5,5 procent voor werknemers die geen gebruik kunnen maken van de arbeidsduurverkorting. “Wat mij betreft is die compensatie zeer terecht. Mijn leden werken nu meestal al 38 uur of langer. Daar zal echt geen verandering in komen”, zei VHP-onderhandelaar R. van Baalen vorige week. Hoewel Van Baalen, die onder het hoger personeel de grootste vakbond bij Akzo Nobel vertegenwoordigt, niet tegen de arbeidsduurverkorting is, zijn de VHP-leden volgens hem niet bereid hiervoor in te leveren. “Ik beschouw dat als misplaatste solidariteit”, stelde hij gisteren.

De onderhandelaars van Akzo Nobel hebben de verdeeldheid tussen de bonden creatief in hun eigen richting gebogen. Lag er vrijdag nog een aanbod om iedereen die niet in een 36-urige werkweek kon functioneren 5,5 procent te geven, gistermiddag is dat voorstel veranderd in een looncompensatie van 3,5 procent. Werknemers die langer dan 36 uur moeten blijven werken, krijgen daarnaast vijf extra vrije dagen. Omdat deze dagen bij Akzo Nobel direct kunnen worden geruild voor geld krijgen zij in feite toch 5,5 procent extra. De ploegendienstmedewerkers moeten het nu met 3,5 procent doen.

Directeur P. Baart van Akzo Nederland liet gisteren niet na te beklemtonen dat dit idee niet afkomstig is van de werkgever maar van de bonden. “Het is ons aangereikt als een solidariteitsbijdrage”, zei Baart.

Onderhandelaar B. Roodhuizen van de Industriebond FNV ziet het anders: “Dit bod is een lelijk solidariteitsmonster”, zei hij gistermiddag. “Akzo Nobel heeft ons aanbod op een hele bijzondere manier uitgelegd”. Ook van de collegabonden VHP en Unie BLHP kreeg Roodhuizen gisteren geen steun meer. Het voorstel van de industriebonden de compensatie te delen in een loonsverhoging van 3,5 procent en vier niet-verhandelbare vrije dagen werd door de andere bonden afgewezen.

Roodhuizen weigerde echter te bevestigen dat de industriebonden een 'foutje' in de onderhandelingstrategie hebben gemaakt. “Ik vind dat wij zo'n reëel standpunt hebben. Arbeidsduurverkorting is niet bedoeld om mensen te plagen maar om te zorgen voor werkgelegenheid. Daar hebben we steeds op ingezet”.

Volgens Roodhuizen is er op dat gebied tijdens de onderhandelingen veel bereikt. “We hebben de discussie over werkgelegenheid op tafel gekregen”. Dat bij Akzo Nobel halverwege 1997 een 36-urige werkweek zal worden ingevoerd, stemt de onderhandelaar tot tevredenheid. De eis van Akzo om eerst twee jaar lang via experimenten te bekijken of arbeidsduurverkorting - in combinatie met flexibeler inzet van personeel - wel werkgelegenheid oplevert, is voor Roodhuizen geen bezwaar. “Ik hoop dat we op deze manier afkomen van de mythe dat flexibilisering per definitie bedreigend is.”

Roodhuizen wilde wel toegeven dat de industriebonden door de manoeuvre van Akzo Nobel in een lastig parket zijn terechtgekomen. Nu de collega-bonden VHP en Unie BLHP met Akzo Nobel een akkoord hebben bereikt, heeft verder onderhandelen over extra compensaties geen zin meer. De Industriebonden rest geen andere optie dan het eindbod van de werkgever aan de leden voor te leggen. Hoe de leden (van wie vooral bij de Industriebond FNV een groot deel in ploegendiensten werkt) zullen reageren, is ook voor de onderhandelaars een grote vraag. Roodhuizen: “We wachten het af.”