Rechter 'muilkorft' Major op BBC-tv

LONDEN, 4 APRIL. De BBC heeft de televisiekijkers in Schotland gisteravond noodgedwongen een herhaling van een oud programma voorgeschoteld in plaats van een aangekondigd vraaggesprek met premier Major. Een rechter in Edinburgh, Lord Abernethy, had de uitzending van het vraaggesprek verboden. Veertig minuten lang de voorman van de Conservatieve partij aan het woord laten, zonder zendtijd ter beschikking te stellen aan leiders van andere politieke partijen, en dat drie dagen voor de lokale verkiezingen in Schotland, vond de rechter in strijd met de verplichting tot onpartijdigheid die in de omroepvergunning en het omroepstatuut van de BBC is vastgelegd.

De BBC heeft gisteren alles in het werk gesteld om het vraaggesprek toch nog uitgezonden te krijgen. Drie rechters werden opgetrommeld om het verbod in hoger beroep weer ongedaan te maken. Maar nog geen tien minuten voordat het programma de ether zou ingaan, besloten ze om niet te tornen aan de uitspraak van hun collega.

Tony Hall, binnen de BBC verantwoordelijk voor de actualiteitsprogramma's, noemde het vonnis “bekrompen” en “bespottelijk”. En John Birt, directeur-generaal van de BBC, waarschuwde voor “ernstige constitutionele consequenties”. Vandaag gaat de British Broadcasting Corporation bij het House of Lords opnieuw in beroep in de hoop dat het programma vanavond alsnog in Schotland kan worden uitgezonden.

Het is voor het eerst dat de rechter verspreiding van een tv-vraaggesprek met een premier blokkeert. Maar het is minder ongebruikelijk dat de BBC het onderwerp is van politieke controverse. Dat lijkt eerder een Britse traditie. Premiers als Churchill, Wilson en Thatcher hebben de BBC bij herhaling partijdigheid verweten. Nog geen twee weken geleden beschuldigde staatssecretaris van financiën, Jonathan Aitken, de BBC van heulen met Labour en diens nieuwe leider. Hij noemde de BBC de “Blair Broadcasting Corporation”.

De rechtzaak om het vraaggesprek met John Major te verbieden, was aangespannen door Labour en de Liberaal Democraten. Zij betoogden dat het programma de Conservatieven onrechtmatig voordeel zou opleveren bij de lokale verkiezingen van donderdag. “Naief' noemden ze het verweer van de BBC dat het vraaggesprek niet over Schotse aangelegenheden ging, maar over buitenlandse politiek en de malaise in de Conservatieve partij.

Een verzoek van de oppositiepartijen om het vraaggesprek uit te stellen tot na de verkiezingen of te vervangen door een debat tussen de verschillende partijleiders had de BBC tevoren van de hand gewezen. De BBC zei gisteren tijdens de rechtzitting dat je neutrale en afgewogen politieke berichtgeving moet beoordelen aan de hand van een reeks van programma's en niet op basis van één enkel vraaggesprek. Alan Duncan, voorzitter van het conservatieve comité voor consitutionele zaken, noemde de gerechterlijke 'muilkorving' van de premier gisteravond “aanstootgevend” en “absurd”.

Niet alleen de BBC-kijkers in Schotland hebben het vraaggesprek met Major gisteren moeten missen, ook de kijkers in Noord-Ierland en het hoge noorden van Engeland. De zenders die deze streken bedienen zijn ook in Schotland te ontvangen. Verspreiding van het vraaggesprek door deze zenders zou in strijd met het rechterlijk verbod zijn geweest.

Onze juridische commentator voegt hieraan toe: De juridische norm dat de omroep bepaalde politieke functionarissen niet mag voortrekken, is vooral van de grond gekomen in de Verenigde Staten. De federale Radiowet van 1927 schreef voor dat de omroepen in verkiezingstijd niet de kandidaat van een partij aan het woord mochten laten zonder de rivalen equal time te geven. Deze norm is ook wel toegepast op de vertogen van fundamentalistische predikers.

Anti-rook bewegingen in de VS hebben echter vergeefs gelijke zendtijd opgeëist als de tabaksindustrie die besteedt aan reclame. De laatste tijd is de gelijkheidsdoctrine in de VS duidelijk op zijn retour. Het argument van de schaarste aan omroepkanalen, dat er de grondslag van is, is achterhaald in deze tijd van kabel en satelliet.

In Nederland is er wel kritiek geweest op het wekelijkse gesprek met de minister-president op de televisie. Dit zou een oneerlijke bonus zijn. Maar niemand peinst er over daarvan een rechtszaak te maken. De norm van gelijke tijd voor politieke groeperingen heeft hier vooral vorm gekregen in de opzet van het omroepbestel zelf, dat van oudsher verschillende zuilen kent. Deze worden geacht zelf voor de nodige pluriformiteit te zorgen. Ook in verkiezingstijd.