Onderzoek inspectie; Vrijheid beperkt van tienduizend zwakzinnigen

DEN HAAG, 4 APRIL. Een derde van de ongeveer 30.000 bewoners van zwakzinnigeninstellingen wordt in zijn bewegingsvrijheid beperkt. In een klein aantal gevallen worden ontoelaatbare methoden toegepast.

Dat blijkt uit een spoedonderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg van het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport.

Hoewel vrijheidsbeperkingen van zwakzinnigen zijn toegestaan, noemt een woordvoerder van de inspectie het aantal zwakzinnigen dat beperkt wordt in zijn bewegingsvrijheid 'veel te veel'. Instellingen zijn sinds vorig jaar verplicht om het gebruik van 'middelen en maatregelen' te registreren, maar een eenduidig beleid ontbreekt nog.

Zwakzinnigen worden soms opgesloten of vastgebonden. Bij één zwakzinnige is zonder verdoving het gebit getrokken, zo bleek tijdens het onderzoek. De betrokken tandarts is ontslagen door de instelling waar hij voor werkte. Ook worden er nog verstandelijk gehandicapten in een kast opgesloten en stoelen gebruikt waar zwakzinnigen niet op eigen kracht uit kunnen komen. Soms krijgen ze washandjes om hun handen om te voorkomen dat zij zich in hun handen bijten.

Aanleiding voor het spoedonderzoek was een klacht die ouders bij staatssecretaris Terpstra (welzijn en sport) hadden gedeponeerd over structurele wantoestanden in de zwakzinnigenzorg. De staatssecretaris werd daar op aangesproken bij de opnamen van een televisieprogramma over Jolanda Venema, een zwakzinnig meisje uit Drenthe dat jarenlang was vastgebonden in een instelling tot haar ouders deze zaak in 1988 in de publiciteit brachten. Het programma, De tijd stond even stil, wordt vanavond uitgezonden. Terpstra vroeg de inspectie nog voor de uitzending opheldering te verschaffen, maar zei tijdens de opnamen al dat zij zich niet kon voorstellen dat er sprake is van structurele misstanden.

De inspectie wil het aantal vrijheidsbeperkende maatregelen fors terugdringen en meer op één lijn brengen. In het laatste jaarverslag van de inspectie merkte de voormalig hoofdinspecteur voor de geestelijke volksgezondheid, M.D. Lamping-Goos, op dat er in de zwakzinnigenzorg nog veel te verbeteren valt, “bijvoorbeeld op het punt van beschermende maatregelen, die al te vaak vanzelfsprekend worden toegepast”.

Algemeen gaat men ervan uit dat er in de situatie van zwakzinnigen veel ten goede is veranderd sinds de affaire-Jolanda Venema. Internaten met gedragsgestoorde bewoners kunnen zich sindsdien laten assisteren door regionale consultatieteams van deskundigen waar alle instellingen voor advies kunnen aankloppen. Ook krijgen zwakzinnigen in het algemeen meer aandacht. Desondanks zijn er nog misstanden. Bij de inspectie zijn het afgelopen jaar vijf 'ongelukken' gemeld. Eén zwakzinnige werd mishandeld door de groepsleiding van een instelling, bij een ander werd zonder toestemming van de wettelijke vertegenwoordiger het gebit getrokken. Dat gebeurde wel onder verdoving. In één internaat werd een bewoner ernstig verwaarloosd. In een andere instelling werd een afdeling gesloten zonder dat duidelijk werd waar de bewoners ondergebracht moesten worden. In het laatste geval verblijft een zwakzinnige na ruzie over behandeling en medicatie in een crisisopvang.