Nieuwe overdrachtsbelasting fraudegevoelig

DEN HAAG, 4 APRIL. Staatssecretaris Willem Vermeend van financiën wil een eind maken aan een belasting die een historie heeft van bijna vier eeuwen. In 1598 introduceerde Prins Maurits de veertigste penning op de verkoop van onroerend goed. Van de veertigste penning loopt een directe lijn naar de hedendaagse opvolger: de overdrachtsbelasting.

Vermeend wil, en vrijdag heeft hij het groene licht van de ministerraad gekregen, de overdrachtsbelasting met ingang van volgend jaar schrappen voor werknemers die voor hun werk verhuizen. Werknemers die op dit moment een vergoeding krijgen van hun werkgever om de overdrachtsbelasting te betalen moeten hierover belasting betalen. Vanaf 1 januari hoeft dat niet meer. Wanneer de werknemer zo'n vergoeding niet krijgt, mag hij vanaf volgend jaar de overdrachtsbelasting opvoeren als fiscale aftrekpost.

“Een zeer complex voorstel”, oordeelt Leo Stevens hoogleraar fiscale economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. “Mijn eerste indruk is dat het voorstel zeer fraudegevoelig voorstel is.” Hij geeft een voorbeeld: stel ik verhuis van Prinsenbeek naar Ridderkerk. Ik kan dan als argumentatie opvoeren dat ik dichter bij mijn werk in Rotterdam woon. Maar dat is natuurlijk lariekoek, ik wil gewoon een mooier huis en dat staat toevallig in Ridderkerk.

Stevens: “De introductie van de overdrachtsbelasting als fiscale aftrekpost is een nieuw complicerend element, terwijl we juist hadden afgesproken dat het belastingsysteem verder zou worden vereenvoudigd.” Het alternatief van Stevens is simpel: afschaffen. In dat geval zou de schatkist 2,5 miljard gulden aan inkomsten derven.

De overdrachtsbelasting wordt opgelegd aan de verkrijger van onroerende zaken (grond, huizen, kantoren) die binnen de landsgrenzen liggen. Het tarief is zes procent en verschuldigd over de waarde van de onroerende zaak in het economisch verkeer. De notaris voldoet de belasting bij de registratie van de koopakte, nadat hij de belasting aan de koper in rekening heeft gebracht.

Saillant is dat de overdrachtsbelasting wordt uitbreid om een gedeeltelijke afschaffing te financieren. Op instigatie van Rudolf de Korte, financieel woordvoerder van de VVD-fractie, wordt ook overdrachtsbelasting geheven bij de economische overdracht van onroerend goed. Economische overdracht zonder dat het onroerend goed ook juridisch van eigenaar verandert, is een legale constructie om de overdrachtsbelasting te omzeilen. Maar de constructie wordt ook door criminelen gebruikt om zwart geld te witten, zo constateerde de Koninklijke Notariële Broederschap.

Sinds vrijdag 18.00 uur is de constructie verboden en daarmee worden volgens De Korte twee vliegen in één klap geslagen: de criminele vermogens worden aangepakt en de overdrachtsbelasting kan omlaag. De rekenmeester van de VVD-fractie verwachtte dat zijn voorstel 250 miljoen gulden zou opleveren, waardoor het percentage van de overdrachtsbelasting met 0,5 procentpunt zou kunnen worden verlaagd naar 5,5 procent. Het ministerie van financiën rekent op een opbrengst van 80 miljoen gulden, en dit geld wordt gebruikt voor de eerste stap die moet eindigen in een volledige afschaffing van de overdrachtsbelasting.

Bij het opstellen van het Nationaal Milieubeleidsplan eind jaren tachtig voerde de groene lobby al een campagne om de overdrachtsbelasting af te schaffen voor werknemers die dichter bij hun werk gaan wonen. Mensen gaan niet in de file, maar op de fiets of lopend naar hun werk. De lobby mislukte omdat de overheid de belastinginkomsten niet kon missen. “De belangrijkste rechtvaardigingsgrond is thans het belang van de schatkist”, schreef in 1989 de staatssecretaris van financien, Marius van Amelsvoort, aan de Tweede Kamer.

De discussie over verlaging van de overdrachtsbelasting werd begin dit jaar weer aangeslingerd door staatssecretaris Dick Tommel van volkshuisvesting. “Wij hebben er al vele malen over gediscussieerd”, zei Tommel in een vraaggesprek met 'De Woonconsument' het maandblad van de Vereniging Eigen Huis. “Er is veel voor te zeggen om te kijken of de overdrachtsbelasting naar beneden zou kunnen. Volgens de D66-staatssecretaris belemmert deze belasting de 'mobiliteit', waaronder hij de bereidheid om te verhuizen verstaat. Hij ziet de verlaging van de overdrachtsbelasting als een van de instrumenten om de doorstroming te bevorderen. De geschiedenis leek zich te herhalen, want de staatssecretaris van volkshuisvesting had geen 'alternatieve dekking', maar toen schoot het liberale Kamerlid De Korte te hulp met zijn voorstel om de belasting uit te breiden naar de economische overdracht van onroerend goed.

Het vorige CDA/PvdA-kabinet beloofde in het regeerakkoord een verlaging van de overdrachtsbelasting. In samenhang met beperking van het reiskostenforfait, de fiscale aftrekpost voor het reizen van woon naar werk, wilde het kabinet zo werknemers stimuleren dichter bij het werk te gaan wonen. In 1989 kwam het in combinatie met de verhoging van het huurwaardeforfait zelfs tot het concrete voorstel het percentage naar 4,75 terug te schroeven. Omdat de verhoging van het huurwaardeforfait toen in de Eerste Kamer op een veto stuitte, sneuvelde ook de veel minder omstreden verlaging van de overdrachtsbelasting.

“Voor de overdrachtsbelasting valt geen andere rechtsgrond aan te geven dan het simpele feit dat zij bestaat en de omstandigheid dat de maatschappelijke verhoudingen zich daaraan hebben aangepast”, meent Stevens. “De dubbelslachtigheid van de overheid met betrekking tot de overdrachtsbelasting komt duidelijk tot uitdrukking in een wetsvoorstel van november 1989 over de verhoging van het huurwaardeforfait van 1,8 naar 2,3 procent. Gelijktijdig zou de overdrachtsbelasting op woningen van 6 naar 4,75 procent worden verlaagd. Het huurwaardeforfait is inmiddels al tot 2,8 procent opgelopen, maar van verlaging van de overdrachtsbelasting is geen sprake geweest.”

In het regeerakoord van PvdA, VVD en D66 zijn geen afspraken gemaakt over de afschaffing of verlaging van de overdrachtsbelasting. Maar twee van de regeringspartijen VVD en D66 (én oppositiepartij CDA) pleitten in hun verkiezingsprogramma's voor verlaging of afschaffing. Onder leiding van PvdA-staatssecretaris Vermeend werken ambtenaren van financiën aan de eerste stap. In de zomer besluit de ministerraad over de totale lastenverlichting van 4,5 miljard gulden die het kabinet in het regeerakkoord heeft toegezegd. Het liberale kamerlid De Korte en de top van financiën houden nog rekening met een verlaging van het tarief van zes procent van de overdrachtsbelasting. “Want Willem laat de kans niet lopen om in één adem te worden genoemd met Prins Maurits als er over de overdrachtsbelasting wordt gesproken”, schertst een ambtenaar.