Menem wist van moorden in vuile oorlog

BUENOS AIRES, 4 APRIL. De Argentijnse president Carlos Menem heeft verklaard dat hij wist van de moorden die het leger in de periode 1976-1983 heeft gepleegd tijdens de zogenaamde 'Vuile Oorlog'. Dat blijkt uit een publikatie in het Argentijnse blad Pagina 12. Een maand geleden heeft Menem de marineofficier Francisco Scilingo, voor een vergelijkbare bekentenis, nog van zijn rang ontheven en “een misdadiger” genoemd.

Menems uitspraken in een televisievraaggesprek dat werd overgenomen door Pagina 12, gaan over de periode dat hij zelf als politiek gevangene in 1976 op een marineschip verbleef: “talrijke gevangenen verbleven er, na hun martelingen, en werden in de Rio (de la Plata) geworpen. Dit heb ik niet van horen zeggen, ik was er getuige van.” Zeker 9.000 mensen zijn in de periode 1976-83 'verdwenen'.

Menems getuigenis komt een maand voor de Argentijnse presidentsverkiezingen. De belangrijkste opponent van de huidige president is Octavio Bordon van de centrum-linkse FREPASO-alliantie. Uit de laatste opiniepeilingen blijkt dat Menem langzaam terrein verliest op Bordon, die naar de tweede plaats is gestegen. Menem zou nu 32,4 procent van de stemmen krijgen tegen 20,3 procent voor Bordon. Menem wil in zijn commentaar geen bedreiging erkennen: “FREPASO mag gegroeid zijn, ze is niet groot genoeg om tweede te zijn.” De derde kandidaat voor het presidentschap, Massaccesi van de peronistische Radicale Partij, noemt de peiling “deel van een propaganda-actie, die de kansen van de Radicale Partij wil ondermijnen.” Massaccesi's steun was in de peiling geslonken naar 12 procent. (AFP, Reuter)