Lowe snikt maar voelt geen pijn in z'n hart

Concert: Nick Lowe & The Impossible Birds. Gehoord: 3/4, Noorderligt Tilburg. Herhalingen: 4/4 Nighttown, Rotterdam, 5/4 Melkweg, Amsterdam.

Het was al een aardig tijdje terug, memoreerde Nick Lowe gisteravond, dat hij voor het laatst in Tilburg had opgetreden. “Maar nu heb ik een plaat te pluggen”, zei hij trots. Die cd The Impossible Bird heeft ervoor gezorgd dat de Engelse zanger voor het eerst sinds zijn glorietijd, eind jaren zeventig, weer aardig in de belangstelling staat. Al is dat vooral aandacht van de critici: de zaal was gisteren slechts half gevuld.

Lowe's grootste kracht ligt in het schrijven van pakkende en ontroerende popliedjes. Sinds het begin van zijn carrière, midden jaren zestig, heeft hij dat talent tot perfectie ontwikkeld. Bovendien werd hij een verdienstelijk producer, onder anderen van Elvis Costello.

In het Noorderligt bleek dat Lowe zijn eigen songs zelf niet genoeg recht kan doen. Zijn stemgeluid en zangstijl waren even gewoontjes als zijn kleding, een zwarte pantalon en een zwart-wit geruit bloesje. Lowe presenteerde zich meer als gewone jongen dan als popster. Dat hoeft geen bezwaar te zijn, er zijn veel 'gewone jongens' die als artiest wel een bijzondere uitstraling hebben, maar zo'n charisma heeft Lowe niet.

Met snikken in zijn stem bracht hij de mooiste nummers in zijn repertoire, de langzame, intrieste liefdesliedjes. 'There's a hollow in the bed, where your body used to be', zong hij in Lover Don't Go. Maar je zou willen dat het John Hiatt was die het vertolkte, of Elvis Costello, of, als het mogelijk was, Roy Orbison: zangers die je met zo'n liedje echt pijn in het hart kunnen laten voelen. Hetzelfde gold voor een ander nummer, 14 Days, een schrijnende smartlap over vergane liefde die gisteren geen tranen deed vloeien.

De langzame liedjes werden afgewisseld met gezellige countryrock & roll-songs, die degelijk vertolkt werden. Het meest opvallend was het virtuoze gitaarspel van Bill Kirchen, die er met zijn lichtblauwe spijkerbroek en streepjesbloesje al even onopvallend uitzag, maar ondertussen de zaal vulde met zware, diepe gitaartonen, vaak met een fraaie rock & roll-twang.

De overige begeleiders waren capabel maar fantasieloos, wat het meest opviel bij de uitvoering van één van Lowe's oude hits, Cruel To Be Kind. De speelse roffels die het nummer eind jaren zeventig zo fris deden klinken waren nu vervangen door een saai rechttoe-rechtaan ritme, waardoor het deed denken aan een vertolking door een Top 40-orkestje.

De toehoorders, merendeels al even grijzend als Lowe zelf, leken het niet zo erg te vinden dat de muziek en de grapjes tussendoor wat aan de gezapige kant waren. Zij dronken nog maar eens een pilsje, en waagden bij Lowe's hit uit de jaren tachtig Half A Boy And Half A Man een voorzichtig dansje.