Kwart van scholieren slaapt slecht

DEN BOSCH, 4 APRIL. Een kwart van de leerlingen in de derde klas van het voortgezet onderwijs kan 's nachts de slaap niet vatten. Hij of zij ligt dan te peinzen over problemen op school, vooral over conflicten met leraren en klasgenoten.

Dit concludeert het Katholiek Pedagogisch Centrum (KPC) op basis van eigen onderzoek naar het slaapgedrag van 453 derdeklassers in de leeftijd van veertien jaar tot en met zeventien jaar oud op zeven middelbare scholen verspreid over heel Nederland. Aansluitend op een korte vragenreeks die de leerlingen schriftelijk kregen voorgelegd, werd bij vijftig ondervraagde scholieren een zogeheten 'diepte-interview' afgenomen.

De helft van de leerlingen zegt op school wel eens last te ondervinden van de gevolgen van slecht slapen, bijvoorbeeld doordat hun aandacht als vanzelf afdwaalt, ze zelf prikkelbaarder zijn en daardoor eerder in conflict komen met klasgenoten of de leraar. Een op de tien scholieren heeft er naar eigen zeggen zelfs regelmatig last van. Behalve over problemen op school piekeren leerlingen ook over vrienden en vriendinnen, de toekomst, relatieproblemen van hun ouders, over ziekte en over dood.

Zes van de tien leerlingen kampen met problemen bij het inslapen, een kwart kan 's morgens moeilijk uit bed komen en twaalf procent wordt 's nachts wakker. Ruim één op de zeven scholieren zegt langer dan een maand last te hebben van deze slaapproblemen.

Aanleiding voor het onderzoek vormde een vraag aan het KPC van leerlingbegeleider H. Zengerink, tevens docent Nederlands en levensbeschouwing op de categoriale MAVO Salland in Raalte (630 leerlingen). Hij geeft derdeklassers al jaren achtereen themalessen over zingeving en rust. Problemen van leerlingen waren hem al langer bekend. Spanden vroeger zijn leerlingen zich vooral doordeweeks in en gebruikten ze het weekend om uit te rusten, nu lijkt het omgekeerde het geval. School legt het af tegen het uitgaan, werken en tv in het weekeinde. Maar vorig jaar hoorde Zengerink “ineens tot zijn schrik” dat zestig tot zeventig procent van de leerlingen in zijn vijf derde klassen aangaf niet te kunnen inslapen. Uit Duits onderzoek uit de jaren tachtig was hem bekend dat veel scholieren naar slaapmiddelen grepen.

Uit het Nederlandse KPC-onderzoek blijkt dat slechts vier van de 453 leerlingen zich verlaten op slaaptabletten en een enkele op het roken van een joint om in te slapen. “Verreweg de meeste leerlingen, zo'n zes op de tien, zetten een muziekje aan”, vertelt KPC-onderwijskundige Ard Nieuwenbroek, “dus dat is niets om je zorgen over te maken.”

Op de vraag of scholieren de slaapproblemen bij de leraar of mentor op school aankaarten, antwoordt slechts één op de honderd leerlingen bevestigend. Ruim vier op de tien leerlingen praat er überhaupt met niemand over, de rest bespreekt het met ouders, vrienden, vriendinnen, broer of zus.

Nieuwenbroek heeft een folder gemaakt met slaaptips voor scholieren onderverdeeld in een reeks raadgevingen 'vóórdat je naar bed gaat' (“ga niet met honger slapen”) en 'als je in bed ligt' (“kijk geen tv, ga geen boek lezen”, “zorg voor rustige achtergrondmuziek die een timer uitschakelt”). En wie toch aan pillen denkt moet zijn huisarts raadplegen, aldus de folder. “Vaak helpt de zekerheid dat je een pilletje achter de hand hebt. En informeer ook eens naar homeopathische middelen. Dat is zeker de moeite waard.”