In het hooi

Het frappante van een mooie zin is dat je er zo weinig moeite voor hoeft te doen. Je moet alleen niet overhaasten. Je moet het ei waarin je een mooie zin vermoedt rustig de tijd geven, de rest komt dan vanzelf.

Je hebt iets meegemaakt, je hebt iets gezien of gehoord. Er is iets waarover je wilt nadenken, hoewel 'nadenken', dat klinkt eigenlijk al te formeel, te veel als een wilsbesluit. Het is vaak eerder zo dat je iets weglegt in het warme hooi van je hersenen.

Een mooie zin komt altijd bij verrassing, van het ene moment op het andere, kant en klaar. Net alsof je zomaar een bijzondere postzegel cadeau krijgt van een onbekende oom. Eerder een mazzeltje dan een prestatie, wat je dan ook eerder met blijdschap dan met trots vervult.

Je moet alleen zorgen dat je mooie zinnen niet verknoeit. Je moet ze niet over het hoofd zien, je moet er geen verkeerde zinnen voor of achter zetten. Ja, in dat opzicht zou je dan toch van werk kunnen spreken. En nee, ik ga hier geen voorbeelden geven. Mooie zinnen hebben hun eigen ecologie. Ze zijn altijd mooi in samenhang met een bepaalde omgeving. Je moet ze niet plukken. Bovendien: je hoeft het helemaal niet met me eens te zijn, je mag gerust je schouders ophalen over wat ik een mooie zin noem. Ik heb het ook niet over het plezier van het lezen, ik heb het over het plezier van het schrijven.