IHC Caland boekt record aan opdrachten

SCHIEDAM, 4 APRIL. Voor de internationale baggerindustrie ziet het er helemaal niet somber uit. Dit tegendraadse geluid uit president-directeur J.D. Bax van IHC Caland, een aan de Amsterdamse beurs genoteerde leverancier van werktuigen en schepen voor de offshore olie- en baggerindustrie, die gisteren zijn jaarcijfers presenteerde. “We reizen de hele wereld rond en zien dat de perspectieven goed zijn”, aldus Bax.

Vooral in de groei-economiën van het Verre Oosten wordt volgens hem de komende jaren nog voor miljarden geïnvesteerd in infrastructuur. En ook in het Midden-Oosten, West-Europa en Zuid-Amerika staat nog een aantal grote projecten op stapel, zegt Bax. Alleen als de alom gevreesde overcapaciteit onstaat, omdat er te veel schepen op de markt zijn, krijgen grote Westeuropese baggeraars als het Nederlandse Boskalis en het Belgische Jan de Nul problemen. Voor IHC Caland zelf werkt zelfs dat scenario volgens Bax gunstig uit: “Als de markt moeilijk wordt, verscherpt de concurrentie. Wij bouwen de modernste en efficiëntste schepen. Baggerbedrijven die internationaal willen blijven meedoen hebben ze nodig”.

Bovendien zijn voor grote projecten, zoals landaanwinning en de aanleg van vliegvelden en havenfaciliteiten, grote hopperzuigers het meest doelmatig, meent Bax. Zulk materiaal zal een baggeraar dus wel moeten aanschaffen, aldus Bax, wil deze als hoofdaannemer - wat de beste marge oplevert - aan een werk deelnemen.

IHC Calands orderboek staaft Bax' visie. Zo bestelde Jan de Nul vorig jaar de grootste sleephopperzuiger die tot nu toe is gebouwd, met een waarde van 175 miljoen gulden. Begin januari volgde Ballast Nedam met een hopperzuiger van 150 miljoen gulden. In de niet al te verre toekomst zal nog een aantal van deze grote zuigers worden besteld, verwacht Bax.

IHC Caland zag vorig jaar zijn netto winst met 20 procent stijgen tot 64,2 miljoen gulden. Het bedrijfsresultaat nam met 29,5 procent toe tot 72,1 miljoen gulden. Het bedrijf wil zijn dividend met twee dubbeltjes verhogen tot 1,40 per aandeel. Voor het lopende boekjaar verwacht Bax dat de winst minimaal 72 miljoen gulden zal bedragen, ofwel 3,05 gulden per aandeel (1994: 2,71 gulden).

De omzet op basis van afgeleverde orders nam toe van 775 miljoen tot 886 miljoen gulden. De bruto marge (bedrijfsresultaat gedeeld door omzet) klom van 7,2 tot 8,1 procent. “Dat is geen kattepis in de kapitaalgoederenindustrie”, vindt Bax. “Het geheim van de smid”, onthult hij, “is zoveel mogelijk te verkopen, om vervolgens de bouw uit te besteden.”

IHC Caland ontwerpt de olieoverslag-, opslag- en produktiesystemen voor de offshore zelf en besteedt vervolgens de fabricage daarvan geheel uit. Daarentegen bouwt het bedrijf de schepen voor onder meer de baggerindustrie en natte mijnbouw voor circa de helft zelf op de werven van IHC Holland in Sliedrecht en De Merwede in Hardinxveld-Giessendam.

Het gaat IHC Caland voor de wind. Vorig jaar ontving het bedrijf voor het recordbedrag van 1,743 miljard gulden aan opdrachten, tegenover 708 miljoen een jaar eerder. Het nieuwe werk valt voor 955 miljoen toe aan de offshore- en voor 788 miljoen aan de bagger- en scheepsbouwsector. Eind 1994 had de onderneming voor 2,03 miljard gulden aan orders in portefeuille, tegen 1,17 miljard het jaar daarvoor.

Bax plaatst wel een belangrijke kanttekening bij deze forse orderportefeuille. IHC Caland realiseert pas winst bij de oplevering van werk. En aangezien een groot aantal orders pas volgend jaar wordt opgeleverd dragen ze ook dan pas aan de winst bij. Op dit moment denkt hij dat de omzet voor het lopende boekjaar zal uitkomen op 950 miljoen gulden.

Bij het IHC Caland werken wereldwijd 1.800 man, van wie 500 in de offshore. In de bagger- en scheepsbouw ligt het aantal vaste werknemers op 70 procent van de gemiddelde orderportefeuille. Daardoor heeft IHC Caland volgens Bax een slanke organisatie, wat vooral voordelen oplevert als de conjunctuur terugvalt. Maar ook als het economisch goed gaat, is die flexibiliteit noodzakelijk, vindt Bax. “Het zwakke punt van de kapitaalgoederenindustrie is de onregelmatige orderontvangst. De klant koopt alleen als hij iets nodig heeft en dat moment blijft vrij onvoorspelbaar. Als je je daar als organisatie niet op instelt, dan loopt bij tijdelijke leegloop in je orderportefeuille het geld met bakken de deur uit.”