Groene Hart

In NRC Handelsblad van 23 maart schrijft de heer Vroom dat er “visie en durf” nodig is om tot de conclusie te komen, dat er eigenlijk geen enkel bezwaar is om te gaan bouwen in het Groene Hart. De open ruimte in het Groene Hart is toch 'een kwestie van suggestie'.

De visie, die de heer Vroom zelf tentoonspreidt om dit te onderbouwen, blijkt een zeer beperkte te zijn. Wanneer hij het heeft over de openheid van het gebied - die al reeds lange tijd geleden verloren zou zijn gegaan - blijkt het te gaan over de 'visuele openheid'. Hij doet het hiermee voorkomen alsof het enige argument voor openheid zou zijn, dat het visueel aantrekkelijk is.

Er zijn andere argumenten voor openheid van het gebied c.q. voldoende aaneengesloten natuur. Bij opdeling van de natuur in kleinere gebieden door bijvoorbeeld bebouwing krijgen we te maken met een van de hoofdoorzaken van de achteruitgang van de kwaliteit van onze natuur: versnippering. Eén aspect van versnippering is, dat de natuurlijke gebieden zo klein worden, dat dieren er niet meer voldoende voedsel kunnen vinden. Een ander aspect is, dat de stukjes natuur, die overblijven, geïsoleerd raken van elkaar en als het ware 'eilanden' gaan vormen. Dit heeft allerlei vervelende effecten: de aanwezige planten en dieren sterven relatief gemakkelijker uit, terwijl nieuwe soorten het eiland heel moeilijk kunnen bereiken. Hierdoor treedt een aanzienlijke soortenverarming op.

Wanneer Vroom het heeft over de natuur in het Groene Hart blijkt het alleen te gaan over de recreatieve natuur (“natuurillusies op afstand, waar men in het weekend eens kan gaan kijken, als het tenminste daar niet te druk wordt”). Het lijkt bijna overbodig te vermelden dat de natuur niet alleen is om naar te kijken, maar een levensvoorwaarde is voor ons allen.