Gergjev laat Kirov gloedvol gonzen

Concert: Kirov-symfonieorkest o.l.v. Valery Gergjev. Werken van Dimitri Sjostakowitsj. Gehoord: 1/4 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending Radio 4, 7/4 20.02 uur, tv 16/4 15.50 uur.

Gonzend als een langgerekte zwerm bijen op een heideveld in de lente, zo klonk zaterdagmiddag in het Concertgebouw het Symfonieorkest van het Kirov Theater onder leiding van zijn chef-dirigent Valerie Gergjev in Sjostakowitsj' Suite naar Michelangelo Buonarrotti. Gloedvol gonzend, zelfs een flagrante uitglijer in het begin had nog iets majesteitelijks! Dat in het pianissimo de celli en de bassen boven de violen uitbrommen is geen gevolg van gebrek aan balans, maar hoort bij de Kirov-esthetiek, die vóór alles spanning-verwekkend is.

Na de pauze klonk Sjostakowitsj' nachtmerrie onder de titel Achtste Symfonie. Na enkele uitvoeringen in november 1943 werd het werk van het programma genomen, de gitzwarte grondhouding, het aards pessimisme paste niet na de slag bij Stalingrad met het rode leger in de tegenaanval. De Achtste is wel vergeleken met de geschilderde oorlogsverschrikkingen van Goya en Picasso's 'Guernica'. Al meteen in het eerste deel 'schreeuwt' Sjostakowitsj het uit in een aan Mahler ontleende gestiek; het ontlokte vroegtijdig applaus. Daarna volgde nog een troosteloze Engelse hoornsolo en speelde een tweetal strijkers cantilenen uit het begin, nu in retrograde volgorde, vreemde onthechte zangen, waar Gergjev goed raad mee wist en die nog in mijn oren natrillen.

Voor mij zijn die obstinate strijkersdelen veel karakteristieker dan het Mahleriaanse geweld. In de Michelangelo-liederen zingen de strijkers als bij Moessorgski, zoals ook de sonore bas van Sergei Aleksashkin voortdurend aan de Boris herinnerde, weliswaar Slavisch gedeprimeerd, maar dan toch cantabile. In de Achtste is de somberheid omgeslagen in radeloosheid, en het grote gonzen in een kaal sissen, verre van sonoor. En over schilders gesproken: Albrecht Dürer wist niet precies wat schoonheid was, maar het leek hem het dichtst bij een activiteit als die van honing verzamelende bijen. In de Achtste zijn ze de weg kwijt - in 1943, een jaar zonder lente.