G77 in Berlijn: beperk uitstoot van CO2

BERLIJN, 4 APRIL. Zeker veertig ontwikkelingslanden waaronder China, India en Brazilië hebben op de internationale klimaatconferentie in Berlijn een gezamenlijk voorstel gedaan voor een verdere reductie van de uitstoot van zogeheten broeikasgassen. Het voorstel is inmiddels door dertig andere landen aanvaard, maar verdeelt de rijke landen.

De conferentie, die tot eind deze week onder auspiciën van de Verenigde Naties wordt gehouden in Berlijn, is een vervolg op de VN-milieutop van Rio de Janeiro in 1992 en wil een eventueel versterkte opwarming van de aardatmosfeer voorkomen door de uitstoot van verbrandingsgassen als kooldioxide, methaan en lachgas te verminderen. In Rio was een stabilisering van emissies in het jaar 2000 op het niveau van 1990 overeengekomen.

Het document, dat is opgesteld door de ontwikkelingslanden die zijn verenigd in de zogeheten Groep van 77 (G77), roept staten op te erkennen dat de afspraken van Rio onvoldoende zijn en vraagt om onderhandelingen om te komen tot een beperking van de uitstoot met twintig procent in het jaar 2005. Een VN-onderhandelaar noemde het “een goede basis voor onderhandelingen”.

Brazilië, China en India zijn de afgelopen jaren sterk geïndustrialiseerd en zijn bevreesd door de gevestigde industrielanden te zullen worden belemmerd in hun groei. Daarom waren zij aanvankelijk tot geen enkele concessie bereid. De emissie van kooldioxide (CO2) in industrielanden is de afgelopen jaren soms fors gestegen in plaats van gestabiliseerd of gedaald.

De groep van rijke industrielanden, verenigd in de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), buigt zich vandaag over het voorstel van de G77. Delegatieleden van Westerse industrielanden zeiden gisteren tevreden te zijn dat de ontwikkelingslanden zich hebben losgemaakt hebben van de olieproducerende landen. Die hebben tot nog toe elke poging voortgang te boeken in de kiem weten te smoren door te hameren op unanimiteit bij de besluitvorming.

De landen van de Europese Unie zijn in principe bereid tot verdere reducties, met name voor de periode na het jaar 2000, maar Japan, de Verenigde Staten, Canada en Australië niet. De VS zeiden gisteren niet tegen verdere reducties te zijn, maar vinden dat ook ontwikkelingslanden een deel voor hun rekening moeten nemen. De landen van de EU denken de ontwikkelingslanden te kunnen overhalen tot reducties door voor zichzelf ambitieuze doelen te stellen.

De Nederlandse minister van VROM, De Boer, zal de conferentie morgen namens de (OESO) toespreken. Mogelijk zal zij ook namens de OESO-landen onderhandelen over het voorstel van de G77. Nederland geldt bij de G77 als geloofwaardig omdat het als een van de weinige industrielanden de reductie van CO2 serieus heeft aangepakt [zie ook pag. 3].