Evangelium Vitae

In zijn laatste encycliek wijst paus Johannes Paulus II de wereld op de gevaren van de parlementaire democratie. Indien er een besluit wordt genomen door een meerderheid van de bevolking, dat de paus niet aanstaat, noemt hij dit totalitarisme.

Op zich is dit niet onmenselijk, maar van de paus kan verwacht worden, dat hij zich zijn positie in de wereld en de daarmee verbonden verantwoordelijkheid beter bewust is. Als een zulk invloedrijk man moet hij zich realiseren dat zijn encyclieken door een groot aantal rooms-katholieken uiterst serieus worden genomen, en dat hij op deze manier de plaats van de katholieke wereld binnen de samenleving verextremiseert. Bovendien worden de begrippen recht en plicht in de laatste encycliek onjuist gebruikt, hetgeen mijns inziens niets anders is dan demagogie.

De paus schrijft dat “het opeisen van het recht op abortus, op kindermoord, op euthanasie”... “intrinsiek ontoelaatbaar is”. Als een bepaald recht niet toelaatbaar is, houdt dit in dat er een verplichting ontstaat, namelijk een plicht om van dit recht geen gebruik te maken. In dit geval verwart de paus (bewust) het recht op leven met de plicht tot lijden!

Deze plicht krijgt wel een bijzonder fundamenteel en totalitair karakter als die inhoudt, dat een veertienjarig meisje dat slachtoffer is van een verkrachting, en daarbij zwanger is geraakt, het recht op abortus wordt ontzegd.