De Jong blinkt uit als hees treurende Hekabe

Voorstelling: Hekabe van Euripides door het RO Theater, Vertaling: Gerard Koolschijn. Regie: Peter de Baan. Decor: Judith Lansink. Spel: Geert de Jong, Anne-Martien Lousberg, Guus Dam, e.a. Gezien 3/4, Rotterdam, Schouwburg. Aldaar t/m 8/4. Tournee t/m 28/5.

“Door alle ellende ben ik al dood voordat ik ben gestorven”, hijgt Hekabe, schor van te veel verdriet. Ze was koningin van Troje, echtgenote van Priamos, en negentien maal moeder, ook van Paris die Helena ontvoerde en de Trojaanse oorlog ontketende. Nu is Hekabe slavin van de Grieken, Priamos' weduwe en we zien in Euripides' stuk Hekabe (425 v Chr.) hoe ze van zestien maal achttien maal kinderloos wordt - alleen dochter Kassandra leeft nog als slavin in het bed van de Griekse koning Agamemnon.

De tragedie Hekabe is hier al zo'n honderd jaar niet meer opgevoerd, heeft research van het RO Theater uitgewezen. Want hoeveel verdriet kun je kwijt op het toneel? Wat moet je aan met een oude vrouw die niets meer heeft en nog meer kwijtraakt?

Regisseur Peter de Baan durfde het aan. In een sober decor dat de wereld van de gevangen Trojaanse vrouwen omsluit met een maanwitte muur, gebogen als een kwetsbare eierschaal, laat hij zich soms verleiden tot enormiteiten als gezingzegde koorzang, ongepast geneurie van 'Ich weiss nicht was soll es bedeuten...' of een softe soul song over een Chain of Fools als misplaatst commentaar op een gewelddaad die zijn weerga wil evenaren. Zonder zulke onzin zou deze Hekabe een triomf geweest zijn, met die glanzende, snikkende, nieuwe vertaling van Gerard Koolschijn, en vooral met Geert de Jong in de titelrol.

De Baan vertelt dit stuk over een vrouw die, begeleid door het op een zwartwit-film geluidloos uitgekreten 'mama!' van haar omgebrachte zoontje, de oorlog tussen de seksen aangaat. De Baan ziet mannenweerzin tegen vrouwen, vooral als die oud, wijs en sterk zijn, hij ziet vrouwenverachting voor al die gewichtige hanen. Als gebraden haantjes, ja, zo regisseert de Baan de mannenrollen. Met Hekabe tegenover zich is Odysseus een flegmatische charmeur, Agamemnon een omslachtige hypocriet en haar verraderlijke vriend Polymestor een en al botte hebzucht. Dat is consequent maar het werkt averechts. Want de acteurs zijn niet in staat om hun personages nuance te verlenen, om toch, al is het maar voor even, gevoel op te wekken voor hun kant van de zaak.

Tegenover hen is Geert de Jongs Hekabe eigenlijk te sterk, maar ze is prachtig. Ze lijdt, ze lijdt, ze lijdt, en telkens geeft ze dat leed een ander gezicht. Ze is een grauwende wolvin als het gaat om haar jongste dochter (mooi neergezet als een trotse tiener door Anne-Martien Lousberg) die geofferd zal worden, een verwezen moeder die haar knokkels stukwrijft tegen die van het meisje in een poging tot waardig afscheid. Een hees treurende godin wordt ze, wanneer ze niet durft te kijken naar het druipende lichaam van haar aan het strand gevonden kleuterzoon, een verlaten stuk ongeluk als ze haar controle herwint door zand te strooien over de natte plek die het lijfje achterlaat. Maar voor alles is deze moeder tomeloos als geboren koningin. De tranen mogen een vlies over haar stem leggen, haar zenuwen mogen kleine krampen door haar lichaam schieten, ze redeneert en argumenteert superieur en een smeekbede klinkt uit haar mond als een bevel dat de Grieken in verlegenheid brengt en ons tot tranen roert. Al die opgeblazen mannen is ze de baas, maar zij zìjn de baas en pas wanneer ze zich verlaagt tot hun methoden, tot wraak en bloed, wordt ze serieus genomen. Hekabe probeert te genieten van haar daad, maar voor het eerst is ze een verliezer en pas dan is haar tragedie compleet.