Bij bloedbad in Burundi meer dan 400 doden

NAIROBI, 4 APRIL. Bij nieuwe slachtpartijen in Burundi zijn vorige week ten minste 400 burgers omgekomen. Rond het gehucht Gasorwe in het noordoosten werden honderden Hutu's vermoord, vermoedelijk door Tutsi-milities en leden van het uit Tutsi's bestaande leger en politie. Het bloedbad was tot nu toe onopgemerkt gebleven.

“Het is een verschrikkelijk slachting,” zei de Amerikaanse ambassadeur Robert Krueger die in het weekeinde het betrokken gebied bezocht. Gasorwe ligt op 200 kilometer ten noordoosten van de hoofdstad Bujumbura. “Dit zijn geen slachtoffers die tussen twee vuren zijn beland,” aldus de Amerikaanse gezant die eerder dit jaar een ander bloedbad in het noorden van het land ontdekte. De slachtingen begonnen woensdag en gingen door tot vrijdag.

De meerderheid van de doden blijken vrouwen en kinderen te zijn. Verscheidene overlevenden zijn met gruwelijke verwondingen opgenomen in het ziekenhuis Muyinga. De plaatselijke autoriteiten stelden geen onderzoek in naar de gebeurtenissen. Overlevenden vertelden dat de aanvallers soldaten waren van het regeringsleger. “Hier bestaat geen twijfel over, dit is genocide,” aldus een andere diplomaat.

De aanleiding voor de slachting waren vermoedelijk acties van de Hutu-guerrillastrijders van de beweging INTAGAHEKA. Dezen zouden eerst een legerauto hebben aangevallen en daarna hebben gevuurd op een bijeenkomst van het leger samen met plaatselijke bestuurders. De regeringssoldaten namen vervolgens wraak op Hutu-burgers in en rond Gasorwe.

De gewelddadigheden in Gasorwe vertonen een inmiddels bekend patroon. Echte of vermeende activiteiten van Hutu-guerrillastrijders vormen het excuus voor leger en politie om Hutu-burgers te gaan doden. Leden van Tutsi-milities - velen van hen breidden de afgelopen weken hun activiteiten van de hoofdstad uit naar het platteland - helpen daarbij een handje.

Op het platteland vinden nu regelmatig dergelijke slachtpartijen plaats. De Hutu's blijken de voornaamste slachtoffers. De meeste Tutsi's trokken al eerder uit hun woongebieden weg en zochten bescherming bij het leger. President Silvestre Ntibantuganya waarschuwde gisteren voor een dubbele genocide in Burundi: van Hutu's door Tutsi's en van Tutsi's door Hutu's.

De president vindt dat de controle op de strijdkrachten beter moet worden geregeld. Hij vermoedt dat er in het leger militairen zijn die op eigen gezag optreden. “Die moeten worden vervolgd”, aldus Ntibantuganya.

Hij waarschuwde ervoor om alleen het leger de schuld in schoenen te schuiven. De president veroordeelde ook de terreur van de milities en had geen goed woord over voor politici die militieleden daartoe aanzetten.