'Wij draaien op fris en broodjes en niet op hasj'

AMSTERDAM, 3 APRIL. De bedrijfsleider van de coffeeshop annex galerie Karel Appel in het centrum van Amsterdam is moe, heel moe. “Al die regels, we mogen dit niet, we mogen dat niet. Ik mag niet eens een bak bloemen buiten zetten om de straat te versieren. En nu dit weer.” Hij doelt op het besluit van het college van B en W van Amsterdam om het aantal coffeeshops drastisch te doen verminderen. Op het verbod, per 1 juni, om èn softdrugs èn alcohol te verkopen, de strengere sluitingstijd en het verbod om aan jongeren onder de 18 jaar dat begeerde plastic zakje met inhoud te verkopen.

Hij heeft twee zaken, ze liggen naast elkaar. In één wordt alcohol verkocht en softdrugs. In de andere alleen fris en hasj. “Ik vraag voor mijn ene zaak een alcoholvergunning, voor de andere een vergunning voor de verkoop van hasj 't Is vervelend, maar wat kan je er aan doen?”

Even verderop zegt een bedrijfsleider (“geen naam en ook de plek waar deze coffeeshop staat mag niet in de krant”) zich goed te kunnen vinden in het besluit van B en W om de gelijktijdige verkoop van softdrugs en alcohol te verbieden. “Dat gaat absoluut niet samen. Eén biertje kan misschien nog, maar bij twee wordt het al link. Wij draaien trouwens op fris en broodjes en niet op hasj.” Het reukorgaan ervaart dat vooralsnog niet zo. Het gros van de bezoekers rookt, al koffiedrinkend, een bewustzijnsverruimende sigaret.

Hij staat al tien jaar in de zaak en heeft nog nooit last van de politie gehad. Jongeren onder de 18 worden niet toegelaten, drank is taboe. Vanachter de toonbank heeft hij een goed overzicht over wat zich in de beperkte ruimte afspeelt. Maar hij voorziet problemen wanneer de nieuwe maatregelen van kracht worden. “Er zullen veel zaken zijn die hun alcoholvergunning willen houden en dus komen hun bezoekers hier naar toe om hasj te kopen. Ik ben bang dat ik dan het zicht kwijt raak en dat kan toch moeilijk de bedoeling zijn van de burgemeester.”

De raadsfractie van D66 schaart zich achter de voorstellen van B en W, aldus fractievoorzitter B. Robbers. “Het gebruik mag niets in de weg worden gelegd, maar de wildgroei moet aangepakt”, zo zegt hij. Het terugdringen van het huidige aantal verkooppunten van 450 naar 200 past volgens hem in dat beleid. “Het is nooit de bedoeling geweest dat in zaken alcohol en hasj werd verkocht. Hoe het zover heeft kunnen komen? Er is te veel gedoogd. Het oude beleid wordt nu in ere hersteld en dat is een goede zaak.”

Ofschoon de PvdA zich nog moet buigen over de voorstellen, denkt woordvoerder A. Grewel dat een grote meerderheid van de fractie zich kan vinden in het beleid dat is gericht op terugdringen en beheersbaar houden van het fenomeen coffeeshops. Evenals Robbers wijst ook zij er op dat het nooit de bedoeling is geweest dat behalve hasj ook alcohol wordt verkocht. “Het kan mij niet zoveel schelen of er nou 150 of 300 coffeeshops overblijven, als ze maar bonafide zijn en zich aan de regels houden.”

B en W willen ook dat niet langer softdrugs worden verkocht in bijvoorbeeld club- en buurthuizen. Wordt dit verbod geëfectueerd, dan voorziet Grewel wel een probleem: “In Amsterdam Zuid-Oost bijvoorbeeld heb je geen coffeeshops maar wel buurthuizen waar het wordt verkocht. Moet je dan zeggen: jullie moeten sluiten en een coffeeshop gaan beginnen?”

Rustige muziek vult de ruimte aan het Amsterdamse Sarphatipark. Aan de bar zitten jongeren koffie te drinken en een joint te draaien. Aan de wand van deze coffeeshop hangen de huisregels: geen harddrugs, geen verkoop van softdrugs aan zwangere vrouwen en personen jonger dan 18 jaar. Geen handel in goederen (“van welke aard dan ook”), geen alcohol en geen portable telefoons. “Voorts veel plezier toegewenst.”