Van Zweden kan als dirigent orkest zijn wil opleggen

Concert: Mozarteum Orkest Salzburg, o.lv. Jaap van Zweden (viool), m.m.v. Daniël Raiskin, altviool. Programma: Mozart: Symfonie nrs 1 en 39, Vioolconcert nr 3, Sinfonia concertante. Gehoord: 1/4 Oosterpoort, Groningen. Herhaling: 3/4 Gouda, 4/4 Heerlen, 5/4 Bergen op Zoom, 6/4 Eindhoven, 7 en 8/4 Venlo.

“Geluk”, zegt Jaap van Zweden, “dat is als dingen ge-lukt zijn”. In een volgeladen Groningse Oosterpoort debuteerde de violist afgelopen zaterdag officieel als dirigent bij het Salzburgse Mozarteum Orkest. De kranten hadden er al veel over geschreven. Nee, Van Zweden stopt niet met viool spelen, niet als concertmeester van het Koninklijk Concertgebouworkest en ook niet als solist. Hij wil zich gewoon allround ontwikkelen. In de hoop dat de mensen later van hem zullen zeggen: “Nou, dat is wel heel bloedmooi geweest wattie deed. Die concerten waren piekervaringen”.

Zover was het in Groningen nog lang niet, maar Van Zweden mag best content zijn met zijn eerste optreden als dirigent. Het door chef-dirigent Hubert Soudant grondig ingezeepte Mozarteum Orkest (de afgelopen week dirigeerde hij een behoedzamer versie van hetzelfde programma, met Van Zweden als solist) deed méér dan braaf haar lesje opzeggen. De orkestleden deden oprechte pogingen in Van Zweden een tweede Harnoncourt te zien. Wat hij ook aangaf, het lukte, de musici volgden feilloos zijn slag.

Het resultaat was nog verre van uitgebalanceerd, ontroerend of indrukwekkend, maar Mozart klonk wel smeuiïg. Van Zweden bleek er een muzikale slagtechiek op na te houden: sierlijke ronde armbewegingen, suggestief smekende en vermanende handen, af en toe ook helemaal niets, hooguit een superieur knikje met het hoofd, en dan weer woeste boksbewegingen met gebalde vuisten.

Muzikaal was zijn optreden een rommelige variant op Harnoncourt, maar theatraal heeft hij als concertmeester de fijne kneepjes van het dirigeervak afgekeken van Bernstein (passie), van Karajan (hoogmoed) en Chailly (dat joviale). Eigenlijk is er niet zoveel verschil tussen Van Zweden als violist en Van Zweden als dirigent. Ze willen allebei winnen, en houden van robuuste, markante, gepassioneerde, niet-saaie, sentimentele, intense en vooral onverschrokken aanpak. Alleen de violist, zo bleek tijdens Van Zwedens heetgebakerde, maar gestroomlijnde vertolking van Mozarts Derde vioolconcert, heeft alles beter onder controle.

Als dirigent wil hij nog te mooi en te veel, zodat de beide Mozartsymfonieën hortend en stotend, hobbelend en bobbelend, hollend en stilstaand, klef en jengelend, maar soms even echt ontroerend de zaal in knetterden. Het mooist was de door Van Zweden gedirigeerde en gespeelde uitvoering van Mozarts Sinfonia concertante voor viool en altviool. Hierin neutraliseerde het warme, volstrekt natuurlijke altvioolspel van Daniël Raiskin de gemaniëreerde onrust van Van Zweden en dat leidde tot een vitale, geloofwaardige Mozart.