Van Mierlo: politionele acties historisch gezien foute reactie

DEN HAAG, 3 APRIL. De politionele acties van Nederland in Indonesië zijn “historisch gezien een foute reactie is geweest”. Maar de acties waren wel te begrijpen, gelet op de tijd waarin ze werden ondernomen. Het besluit was van een wettige regering.

Dat zei minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) zondagmiddag in het tv-programma Het Capitool. Van Mierlo is van mening dat Nederland zich in 1947 en 1948 een beetje buiten de wereldgeschiedenis bevond, en persoonlijk zet hij vraagtekens bij de acties. Ook als Kamerlid heeft Van Mierlo dat in het verleden gedaan naar aanleiding van de Excessennota, een verslag van de regering over het Nederlandse optreden in het voormalige Indië.

Van Mierlo acht het onwaarschijnlijk dat koningin Beatrix tijdens haar staatsbezoek verontschuldigingen zal aanbieden over het Nederlandse optreden. “De Indonesiërs vragen daar niet om. Wij, Nederlanders, zitten met dat verleden. Maar het verleden kun je niet achter je laten door het aanbieden van excuses”, aldus Van Mierlo. Hij is van mening dat Nederlandse militairen die in de voormalige kolonie hebben gevochten tekort wordt gedaan als er nu een hard oordeel wordt geveld over de acties.

Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) heeft zich in het recente verleden voorstander getoond van het aanbieden van excuses aan Indonesië. Hij pleitte ook voor het voeren van een debat over de Nederlandse rol, nu Indonesië vijftig jaar onafhankelijkheid herdenkt en koningin Beatrix enkele dagen later, eind augustus, op staatsbezoek gaat. Pronk veroordeelde het Nederlandse optreden in 1947 en 1948. Premier Kok heeft afstand genomen van Pronks opmerkingen.

Al eerder heeft Van Mierlo zich afgevraagd “hoe wij van Kroaten en moslims kunnen vragen dat zij elkaar vergeven, over het graf van hun zojuist vermoorde broer heen, als wij zelf niet in staat zijn om met onze arm over vijftig jaar heen te reiken”.

In de Eerste Kamer merkte Van Mierlo enkele weken geleden tijdens de behandeling van de begroting van buitenlandse zaken op dat hij niets ziet in een nationaal debat over de schuldvraag van het Nederlandse optreden in het voormalige Indië. “Dat is niet omdat we elkaar met rust moeten laten. Iedereen moet verder. Ook de jongeren moeten verder. (...) De overheid heeft niet te verzoenen. Wij kunnen niet verzoenen. Dat kunnen alleen de mensen die geleden hebben. Zij kunnen vergeven. De overheid moet de condities scheppen waarin het geven van vergiffenis mogelijk is. Dan kun je voor jezelf besluiten of je het wel of niet doet.”