Stuk Albee als somber vehikel voor virtuositeit

Voorstelling: Een subtiel evenwicht, van Edward Albee, door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Titus Muizelaar; vertaling en dramaturgie: Janine Brogt; decor: Paul Gallis; kostuums: Tycho Boeker; licht: Kees van de Lagemaat. Spel: Kitty Courbois, Marieke Heebink, Sigrid Koetse, Hugo Koolschijn, Petra Laseur, Rik van Uffelen. Gezien: 1/4 Central Studios, Utrecht. Tournee t/m 6/5 en vanaf september.

“Alle gelukkige families lijken op elkaar.” Natuurlijk is die zin uit Een subtiel evenwicht sarcastisch bedoeld, want families zijn in een familiedrama nooit gelukkig en zeker niet bij Edward Albee. Kern van het probleem, dat zagen we ook in Albee's recentelijk door het RO Theater vertolkte klassieker Wie is er bang voor Virginia Woolf?, is altijd de hel van het huwelijk.

Agnes en Tobias, de kijvende echtelieden in Een subtiel evenwicht, zijn al een dagje ouder maar nog reuze vitaal wanneer ze hun favoriete gezelschapsspelletje spelen. En dat is: elkaar kwetsen en beledigen, met een cynisme dat aan schaamteloosheid grenst. Vooral Agnes is iemand voor wie je moet oppassen. Alleen al haar postuur imponeert. Sigrid Koetse draagt een forse tentjurk, zwartwit gestreept, net als het zebravel dat bij wijze van kleedje voor de chroomstalen bank ligt.

Agnes, die non stop cognac achteroverslaat, vindt zichzelf een toonbeeld van stabiliteit. Tegelijkertijd overweegt ze gek te worden: een schizofrenie-opwekkende pil zou hier uitkomst moeten bieden. Ook Tobias, gespeeld door Rik van Uffelen, kiest voor steun van drank en illusies. “Ik laat de boel uit de hand lopen als ik dat zelf wil”, zegt Tobias trots terwijl hij voor onze ogen desintegreert. Zijn inwonende schoonzuster Claire (Kitty Courbois) rukt steeds balorig aan een piepkleine trekharmonica en zijn dochter Julia, na het zoveelste mislukte huwelijk naar het ouderlijk nest teruggekeerd, gedraagt zich als een onuitstaanbare puber.

Deze familie verkeert in een permanente, tot vast patroon verstarde crisis - en dan is er alleen nog behoefte aan een katalysator. Edna en Harry (Petra Laseur en Hugo Koolschijn) komen als geroepen. Zij vallen binnen bij het probleemgezin omdat ze het zelf in de eigen veste niet meer uithielden. Hun overgave aan de angst druist in tegen de spelregels en verstoort het subtiele sociale evenwicht.

Wanneer de 'beste vrienden' weer met koffers en al vertrekken omdat ze zo duidelijk niet welkom zijn, blijven wij met een vraagje zitten: wat betekent de ene mens voor de andere?

Niets, meent Tobias, in een flits van zelfinzicht. Hij mist het vermogen tot liefhebben; dat is zijn grootste tekortkoming en niet alleen die van hem. “Het is triest dat de enige huid die je ooit gekend hebt die van jezelf is”, zegt Edna.

Behalve een stuk met een sombere boodschap is Een subtiel evenwicht ook een vehikel voor virtuositeit. Regisseur Titus Muizelaar geeft de spelers van Toneelgroep Amsterdam alle ruimte om te schitteren. Niet in de Amsterdamse schouwburg voorlopig - daar zal deze Albee pas in februari te zien zijn - maar wel in de grote zalen elders in het land. En in de grote zaal handhaaft de jongste van het stel, Marieke Heebink, zich uitstekend naast de oudere ster-acteurs. De toch al heel fysieke enscenering krijgt door haar acrobatische toeren nog meer schwung. Als een vleermuis, het hoofd omlaag, hangt Julia in het frame van een stoel - of ze schiet als een speer door de ritselende papieren coulissen.

Muzikaal is Muizelaars regie zowel door dat geheimzinnige geritsel als door de ritmische tekstbehandeling. Vaak praten de personages door elkaar heen en dan ontstaat er een fascinerende asynchrone cadans. In die cadans reppen de acteurs zich over het speelvlak, snel, behoedzaam en onvoorspelbaar, als katten, die, volgens Tobias, ook al niet weten wat vriendschap en liefde is.