Serviërs in Kroatie tegen mandaat VN

ZAGREB, 3 APRIL. De Kroatische Serviërs wijzen het mandaat van de nieuwe VN-vredesmacht in Kroatië, UNCRO, van de hand. Ze hebben gedreigd de VN-vredesmacht uit hun gebied - de eenzijdig uitgeroepen 'Servische Republiek Krajina' in Kroatië - te zetten.

De Veiligheidsraad besloot vrijdagavond om de VN-vredesmacht in ex-Joegoslavië, UNPROFOR, om te vormen tot drie aparte vredesmachten in Kroatië, Bosnië en Macedonië. De nieuwe vredesmacht in Kroatië kreeg de naam 'UN Confidence Restoration Operation in Croatia' (UNCRO) en werd voorzien van een nieuw mandaat. In Kroatië is de beslissing van de Veiligheidsraad onomwonden bestempeld als een Kroatische overwinning: onder het nieuwe mandaat moeten blauwhelmen op de grens met Bosnië en Servië een eind maken aan de militaire bevoorrading van de Kroatische Serviërs uit de buurlanden. Dat in de naam van de vredesmacht de landsnaam Kroatië voorkomt, wordt eveneens gezien als een belangrijke Kroatische overwinning, omdat het duidelijk maakt dat het gebied waar UNCRO opereert tot Kroatië behoort.

De Kroatische Serviërs daarentegen wijzen zowel het mandaat als de naam van de nieuwe vredesmacht af. De 'president' van de 'Servische Republiek Krajina', Milan Martic, zei dat de resolutie van de Veiligheidsraad “de werkelijke situatie negeert” door de Serviërs een onaanvaardbare oplossing op te dringen. Hij voegde daaraan toe dat de Serviërs zich zullen beraden over een uitzetting van de blauwhelmen uit hun 'republiek'.

In Servië is niet officieel op de beslissingen van de Veiligheidsraad gereageerd. De leider van de oppositionele Servische Radicale Partij, Vojislav Seselj, zei echter dat de naam van de nieuwe vredesmacht “een vernedering” is voor het Servische volk. “De Servische Krajina is Kroatië niet en zal het nooit zijn.”

In de Kroatische hoofdstad Zagreb is zeer tevreden gereageerd. Minister van buitenlandse zaken Mate Granic zei dat de resolutie “onze territoriale integriteit en soevereiniteit bevestigt” en de Kroatische VN-ambassadeur in Genève sprak van “een politieke overwinning” voor Kroatië.

In Bosnië is het afgelopen weekeinde op diverse fronten zwaar gevochten. Dat was vooral het geval in de moslim-enclave Bihac, waar de Bosnische en Kroatische Serviërs en de moslim-rebellen van Fikret Abdic het regeringsleger bij Velika Kladusa , in Bihac zelf en bij Vrnograc bestookten. Ook bij Tuzla werd opnieuw gevochten. Bij Sarajevo beschoten de Bosnische Serviërs een patrouille van het regeringsleger, waarbij een soldaat werd gedood, en bij Gorazde namen ze een bevoorradingspatrouille van de VN-vredesmacht onder vuur.

Premier Haris Silajdzic van Bosnië herhaalde gisteren dat de regering in Sarajevo weigert te praten over een verlenging van het bestand, dat eind deze maand afloopt, tenzij de Bosnische Serviërs het vredesplan van de internationale gemeenschap aanvaarden. Hij beschuldigde de internationale gemeenschap ervan meer belangstelling te hebben voor het stabiliseren van de frontlijnen dan voor het implementeren van het vredesplan. (Reuter, AP, AFP)