Reputatie Ajax wankelt door tomeloze Friese werklust

HEERENVEEN, 3 APRIL. In het Abe Lenstra-stadion heersen Britse sferen. Opgezweept door uitgelaten Friezen op de tribunes kennen de voetballers van Heerenveen geen angsten. Geen vrees voor een nederlaag, geen vrees voor gezichtsverlies. Onstuimig zetten ze koers naar het vijandelijk doel. Ontzag voor niets en niemand hebben ze, zelfs niet voor Ajax. Wanneer tactiek en balvaardigheid niet toereikend zijn, is er altijd nog de tomeloze werklust die reputaties doet wankelen, zelfs die van Ajacieden die er gisteravond met een 3-3 gelijkspel genadig vanaf kwamen.

De manier waarop Heerenveen in eigen stadion voetbalt is opwindend voor de toeschouwers, maar onuitstaanbaar voor de tegenstanders. Lastig zijn ze die horzels, wanneer ze je telkens opjagen, voor je voeten lopen, opzij duwen met hun schouders, ellebogen en heupen, wanneer ze binnen elf minuten met 2-0 voor staan, wanneer ze je uit balans brengen juist als je hoopte lichaam en geest te sparen voor de beladen confrontatie met Bayern München in de Champions League.

Die manier van voetballen betekende gisteravond een aanslag op het gemoed en de arrogantie van Ajax. Zoveel irritatie als Heerenveen bij de Amsterdamse koploper opriep, is nog zelden vertoond. Met als dieptepunt de schop van Rijkaard kort voor het einde in de buik van de Heerenveener Schoenmakers. Rijkaard keek zelfs niet naar zijn slachtoffer om toen deze per brancard van het veld werd gedragen. Hij accepteerde onverschillig de gele kaart van scheidsrechter Uilenberg, kennelijk in de wetenschap dat hij eigenlijk een rode kaart had moeten krijgen.

Ook nadat het slachtoffer in het veld was teruggekeerd, verontschuldigde de voetbalgrootheid zich niet bij de Heerenvener. Van Gaal, zijn trainer, noemde het diplomatiek “niet zo slim” wat Rijkaard had gedaan. Hij verklaarde bovendien dat een rode kaart niet in het sfeer van de wedstrijd paste. Een opmerkelijke uitspraak voor een man die schoon voetbal predikt en zelden nalaat de scheidsrechter te bekritiseren wanneer een tegenstander een overtreding op een Ajacied maakt die volgens de spelregels rijp is voor een rode kaart.

Het is een onmogelijke opgave voor een scheidsrechter in zijn eentje zijn gezag te doen gelden in wedstrijden zoals die gisteren tussen Heerenveen en Ajax. Vooral de Friese verdedigers gingen in hun hartstocht zo ver dat zowat elk duel op lichaamskracht werd uitgevochten. Zoals de Ajax-spits Kanu zich telkens moest losrukken uit de omarming van Schoenmakers en Hellinga en zoals de Ajax-linksbuiten Overmars met handen en voeten werd opgevangen door Venema, dat vroeg om arbitrair ingrijpen. Maar Uilenberg en zijn grensrechters kwamen ogen te kort om alles te zien en meenden voorts dat zolang de bal rolt er geen reden tot ongerustheid bestaat.

Bovendien kolkte het stadion van opwinding. Snelle opportunistische aanvallen van Heerenveen via de balvaardige spelmaker Echteld, de snelheidsduivels Regtop en Tomasson en de onberekenbare Prince Polley. Snelle, berekende combinaties van Ajax met als enige doel de uitschuifbare benen van Kanu in stelling te brengen.

Dit hadden zeker de Ajacieden niet verwacht, zeker niet in een wedstrijd met een tegenstander die met een hele nieuwe, jonge achterhoede moest spelen omdat alle andere verdedigers geschorst of geblesseerd waren. Zoals Blind en de zijnen in de openingsfase als toekomstige Europese kampioenen de Heerenveense aanvalsdrift trachten in te tomen, dat verried arrogantie. Al in de eerste minuut schoot centrale verdediger Schoenmakers na een hoekschop op de paal. En zeven minuten later slingerde Regtop zich door de Ajax-verdediging om met een schot 1-0 te scoren. Drie minuten later stelde dezelfde Regtop Tomasson in staat 2-0 te scoren. Een ongekende sensatie betekende die voorsprong.

Persoonlijke fouten, mopperde Van Gaal na afloop. Want elk doelpunt van een tegenstander schijnt vanuit Ajax-visie per definitie een fout van Ajax te zijn. Dat Kanu in de zestiende minuut de bal fraai teruglegde op Litmanen en de Fin vervolgens snoeihard doeltrof, en Ajax terugkwam op 2-1, getuigde ook van grote kwaliteit. Maar misschien was het geluk dat Litmanen de bal goed op zijn voet kreeg en de bal in de bovenhoek schoot, misschien was het een fout van de Heerenveen-verdedigers. Van Gaal zweeg er liever over.

Het verweer van de Heerenveners kwam de Ajacieden duidelijk niet goed van pas. Zoveel energie te moeten besteden, zoveel sprongen te moeten maken om de benen te sparen voor woensdag, daar was niet opgerekend. En toen Overmars ook nog eens zijn zwak ingeschoten strafschop (Roelofsen legde Kanu neer) door doelman L'Ami gestopt zag, dreigde Ajax een verloren avond tegemoet te gaan.

Maar de Amsterdamse ploeg moest en zou langszij komen, hoe machteloos ze ook leken tegen de fysiek sterke Heerenveen-verdediging. Vlak voor rust was Ajax toch terug. Een pass van Frank de Boer bereikte Litmanen, die met de binnenkant van de rechtervoet uithaalde en tot zijn verbazing de bal hoog in het doel zag verdwijnen: 2-2. Dit zou het einde zijn van alle Heerenveense driften, dacht iedereen.

Maar net als in de eerste helft verkeek Ajax zich opnieuw op de snelle, opportunistische uitvallen van Heerenveen. Ditmaal was de kwelgeest invaller Alberda, die eens door Ajax werd begeerd. Zeven minuten na rust bleef Blind staan te kijken hoe zijn medeverdedigers Alberda zouden afstoppen na een pass van Van Tuinen. Maar niemand van de Ajacieden reageerde en dus kon Alberda dankbaar 3-2 scoren.

Bogarde had intussen bij Ajax de zwakke Ronald de Boer vervangen en Kluivert de machteloze Overmars. De koploper viel aan, bang voor de eerste nederlaag na 26 wedstrijden. Zelfs het Ajax van Michels slaagde er nooit in 27 wedstrijden op rij ongeslagen te blijven. Halverwege de tweede helft zette Kanu door na een misverstand tussen de Heerenveen-verdedigers en doelman L'Ami en scoorde hij 3-3. Ajax toonde hartstocht en gedrevenheid, het wilde winnen, al was het met opportunistische hoge ballen voor het doel, en het zou ook gewonnen hebben wanneer doelman L'Ami niet over duivelskrachten had kunnen beschikken.

Een paar minuten voor het einde stortte L'Ami ter aarde na een corner. Hij plukte de bal voor het hoofd van Kluivert weg, viel en greep naar zijn rug. Per brancard werd hij van het veld gedragen. Als een held die het slagveld verliet. Swager kwam hem vervangen maar hoefde niet meer in actie te komen. De strijd was al voorbij. Ajax was ontsnapt uit een Friese hel.