Rattle/Jansons

Shostakovich: Symphony no. 10 en Songs and Dances of Death; The Philadelphia Orchestra o.l.v. Mariss Jansons (EMI 5 55232 2)

Schoenberg: Erwartung, Kammersymphonie Nr.1, Variationen für Orchester; City of Birmingham Symphony Orchestra o.l.v. Simon Rattle. De Engelse dirigent Simon Rattle en zijn Letse collega Mariss Jansons worden vaak in één adem genoemd. Beiden behoren tot de generatie na Karajan, Giulini en Solti, beiden zijn zeer gewild bij vrijwel alle grote orkesten in de wereld, maar beiden zijn tot nu toe trouw geleven aan een relatief onbeduidend orkest dat echter dankzij hen langzamerhand internationale faam verwerft. Rattle is chef van het orkest van Birmingham, Jansons van dat in Oslo.

Maar behalve die overeenkomsten zijn er ook grote verschillen. Zo sluit Jansons in zijn repertoire-keuze duidelijk aan bij de Russische traditie. Hij heeft bijvoorbeeld een sterke muzikale band het symfonische werk van Sjostakowitsj. De Tiende symfonie nam hij onlangs op als gast van het Philadelphia Orchestra. Het is een scherpe, ironische interpretatie van dit werk, dat Sjostakowitsj schreef vlak na de dood van Stalin in 1953. Met name de blazers klinken direct en helder. De combinatie van deze symfonie met Moessorgski's Liederen en dansen van de Dood, in een orkestratie van Sjostakowitsj, is inhoudelijk goed gekozen. De uitvoering heeft, mede door het sonore geluid van de bas Robert Lloyd, de juiste melancholische toon.

Het repertoire van Rattle is minder gemakkelijk te omschrijven. Het loopt uiteen van Szymanowski tot Henze en van Liszt tot Schönberg. De laatste jaren heeft hij veel belangstelling voor orkestwerken met zang (zoals het Stabat Mater van Szymanowski en Eine Faust-Symphonie van Liszt). Ook op de nieuwe cd met werken van Schönberg staat, behalve de Kammersymphonie nr.1 en Variationen für Orchester op.31, een werk voor zang en orkest: Erwartung.

In vergelijking met de uitvoering van Oliver Knussen onlangs bij de Nederlandse Opera is die van Rattle wat expressiever. Dat is vooral te danken aan sopraan Phyllis Bryn-Julson, die wat meer waanzin in de expressionistische tekst weet te brengen. Het orkest speelt goed, maar bij Knussen en het Residentie Orkest kwamen de subtiliteiten in Schönbergs partituur nog beter tot hun recht. Rattle heeft in Birmingham de afgelopen jaren uitstekend werk verricht, maar tot de absolute wereldtop behoort zijn orkest nog niet.