Overdrachtsbelasting geschrapt; Werknemer ontzien bij verkoop woning

DEN HAAG, 3 APRIL. De overdrachtsbelasting van zes procent die wordt geheven bij verkoop van een woning wordt met ingang van 1 januari 1996 geschrapt voor werknemers die voor hun werk verhuizen. Dat heeft de ministerraad besloten.

De inkomsten die de fiscus daardoor derft worden gecompenseerd door de overdrachtsbelasting uit te breiden tot de economische overdracht van onroerend goed. Het betalen van deze belasting bij de aankoop van onroerend goed kan namelijk worden ontweken door alleen economische eigendom te verwerven en niet het juridisch eigendom. Het Tweede-Kamerlid De Korte (VVD) stelde daarom onlangs voor de overdrachtsbelasting uit te breiden tot economische overdracht van onroerend goed. De financieel specialist van de VVD-fractie verwachtte een opbrengst van 250 miljoen gulden, waarmee de overdrachtsbelasting zou kunnen worden verlaagd naar 5,5 procent.

Volgens berekeningen van het ministerie van financiën levert de maatregel 80 miljoen gulden op. “Daarom kan de overdrachtsbelasting nog niet in alle gevallen worden verlaagd”, verklaart De Korte. “Het kabinet begint daarom met het schrappen van de overdrachtsbelasting voor werknemers die voor hun werk verhuizen. Een volgende stap is het verlagen van de overdrachtsbelasting voor alle gevallen.”

In de zomer besluit de ministerraad over de totale lastenverlichting van ongeveer 4,5 miljard gulden, waarbij op het ministerie van financiën nog rekening wordt gehouden met een tariefsverlaging van de overdrachtsbelasting. Onlangs pleitte staatssecretaris Tommel (volkshuisvesting) voor zo'n verlaging. CDA, VVD en D66 - de partij van Tommel - hebben in hun verkiezingprogramma's gepleit voor verlaging of afschaffing van de overdrachtsbelasting.

De Nederlandse Vereniging van Makelaars verwacht dat het kabinetsbesluit zal leiden tot een afnemende belangstelling op de markt van koopwoningen. “Als werknemer wacht je tot volgend jaar met het kopen van een huis, want dan heb je een voordeel van zes procent van de koopsom.”

Werknemers die op dit moment een vergoeding van hun werkgever krijgen om de overdrachtsbelasting te betalen, moeten hierover belasting betalen. Vanaf volgend jaar hoeft dat niet meer. Wanneer de werknemer niet zo'n vergoeding krijgt mag hij vanaf volgend jaar de overdrachtsbelasting opvoeren als fiscale aftrekpost.

De ministerraad heeft vrijdag ook overeenstemming bereikt over het schrappen van het zogenoemde tariefopstapje in de vennootschapsbelasting; voor de gehele winst gaat een belastingtarief van 35 procent gelden. Verder hoeven ondernemers geen belasting en sociale premies meer te betalen voor leerlingen die in hun bedrijf werken.

De verlaging van de vennootschapsbelasting naar 35 procent en de maatregel dat het leerlingwezen wordt vrijgesteld van belastingen en premies worden gefinancierd uit de opbrengsten van het bestrijden van zogenoemde BTW-constructies. Het bestrijden van deze fiscale constructies levert volgens premier Kok ongeveer 300 miljoen gulden op.

Pag.10: Tariefopstapje verdwijnt uit winstbelasting

De BTW-constructie wordt toegepast door instellingen die geen omzetbelasting hoeven te betalen over hun diensten, zoals bij voorbeeld woningbouwcorporaties, ziekenhuizen en gemeenten. Deze instellingen konden bij aankoop van onroerend goed een constructie opzetten waarbij het onroerend goed wordt gehuurd van een speciaal daarvoor opgerichte onderneming of stichting. Deze onderneming of stichting kon de BTW-afdracht over de aankoopsom terugvorderen en het financieel voordeel werd in de huur verwerkt. Het nieuwe stadhuis in Den Haag zou bij voorbeeld volgens deze constructie worden gefinancierd. Volgens berekeningen van Financiën derft de rijksoverheid alleen al in het geval van het Haagse stadhuis 40 miljoen gulden aan belastinginkomsten.

Deze constructies zijn het afgelopen half jaar zeer populair geworden. Omdat er een risico bestaat dat er nog op grote schaal gebruik van wordt gemaakt voordat de wetswijziging door de Tweede en Eerste Kamer is goedgekeurd, heeft de ministerraad besloten de constructies met ingang van 1 april te verbieden. De financiële schade zou volgens Financiën anders kunnen oplopen tot meer dan één miljard gulden.

De opbrengst wordt besteed aan het schrappen van het zogenoemde tariefopstapje in de vennootschapsbelasting. Over de eerste 100.000 gulden winst moet op dit moment 40 procent vennootschapsbelasting worden betaald; daarboven geldt een tarief van 35 procent. Alle winst wordt met ingang van 1 januari 1996 afgerekend tegen een tarief van 35 procent. Vooral het midden- en kleinbedrijf profiteert van deze maatregel omdat de winst vaak niet boven de 100.000 gulden uitkomt.

Daarnaast hoeven ondernemers geen belasting en sociale premies meer te betalen voor leerlingen die in hun bedrijf werken; de loonkosten van een leerling verminderen met ongeveer 30 procent. Ook dit is een maatregel die gunstig uitpakt voor het midden- en kleinbedrijf want 80 procent van werknemers in het leerlingwezen werkt in deze sector.

Deze maatregelen worden niet gefinancierd uit het bedrag van 500 miljoen gulden dat in het regeerakkoord is aangekondigd voor lastenverlichting in het midden- en kleinbedrijf. De bewindslieden nemen daarover in de zomer een besluit.