Originele registratie van de neergang in Suriname

Wel de snack, maar niet de saus, Ned.3, 21.02-21.53u.

Sinds het land op instorten staat, vliegen de Nederlandse cameraploegen weer af en aan naar Suriname. Economische ondergang lijkt nabij, vertellen ze ons, evenals een legitieme machtsovername door Desi Bouterse volgend jaar bij de algemene verkiezingen. Voor de VPRO reisden schrijver Anil Ramdas en filmer Fred van Dijk over de 'oost-westverbinding' door Suriname, van de verwoeste grensplaats Albina naar het rijstdistrict Nieuw-Nickerie. En route registreerden ook zij het sociaal en economisch verval, maar ze deden dat op een originele, niet op spektakel beluste manier. Hun vierdelige 'ballade' - bedoeld als een 'droevige volksvertelling' - is sober en traag gefilmd en voorzien van historisch achtergrondcommentaar met een wat langere adem dan gebruikelijk.

Zo doorbreken Ramdas en Van Dijk de clichés over Suriname die veel reportages in actualiteitenrubrieken beheersen. Het blik met 'aangrijpende' beelden is bijvoorbeeld eens dichtgebleven. Dit keer geen hongerbuikjes of halfnaakte zwerfkinderen op vuilstortplaatsen die begeleid door sombere synthesizer-muziek hun kostje bij elkaar scharrelen, terwijl een even strenge als bedroefde Hollandse commentaarstem de bijvoeglijk naamwoorden 'troosteloos', 'uitzichtloos' en 'hopeloos' aan elkaar rijgt. Gelukkig niet: zulk effectbejag vermoeit en stompt af in plaats van te informeren - nog afgezien van het feit dat de neergang van Suriname zo wordt gepresenteerd als een semi-natuurverschijnsel waarvoor geen historische, sociale of politieke oorzaken hoeven te worden gezocht anders dan de impotentie van opeenvolgende Surinaamse regeringen. Ramdas en Van Dijk doen het anders. Zij registreren vooral 'gewone' taferelen, stoffige bauxietwegen en verwaarloosde plantages, en voeren gesprekken met plechtig formulerende fabrieksdirecteuren. Zo maken ze al voldoende duidelijk hoe verscheurd de Surinaamse werkelijkheid is.

Maar hoe integer hun werkwijze ook is, toch kleeft er een bezwaar aan. De fotografie is zo subtiel en weinig 'hard' en het commentaar zo essayistisch en literair, dat de afstand tussen tekst en beeld soms wel erg groot wordt - je weet dan niet of je moet kijken of luisteren. Bovendien krijgt de kijker weinig concrete informatie. Goud waard is bijvoorbeeld het tafereel in een klaslokaal te Albina, waar hangerige zwarte schoolkinderen uitleg krijgen over de liefde van God die zijn Zoon naar de aarde stuurt “uit medelijden”. De kogelgaten zitten nog in het schoolbord. Maar wie zijn die kinderen? Waarom gaan ze nog naar school? Dat komen we niet te weten. De bewuste vaagheid die zo over de documentaire hangt, onderstreept weliswaar op een knappe manier de verwarring die in Suriname zelf bijna tastbaar is, maar achteraf realiseer je je dat je best wat meer droge feiten had willen horen - ook al gaat het om een 'ballade'.