Lijk Hitler door KGB in '70 verbrand

BONN, 3 APRIL. De resten van de verbrande lijken van Adolf Hitler, zijn vrouw Eva Braun en het echtpaar Goebbels en hun zes kinderen zijn begin april 1970 door de KGB, de toenmalige Sovjet-geheime dienst, op een kazerneterrein in Maagdenburg opgegraven en nogmaals verbrand. Hun as is daarna door de wind verstrooid. De KGB had de opgraving en herverbranding met uitdrukkelijke toestemming van de toenmalige partijleider Breznjev georganiseerd om te voorkomen dat de plaats waar de lijken lagen ooit nog eens een bedevaartoord voor neonazi's zou worden.

Dit schrijft het weekblad Der Spiegel vandaag onder verwijzing naar geheime brieven uit KGB-archieven. Een brief waarin de toenmalige KGB-chef Andropov de operatie aan Breznjev en de partijleiding voorstelt drukt het blad bij zijn verhaal af.

De vondst van het Duitse weekblad is ook daarom interessant omdat er steeds onzekerheid heeft bestaan over wat er na de zelfmoord van Hitler, Eva Braun en de familie Goebbels op 30 april 1945 in de Hitler-bunker in Berlijn is gebeurd met hun lijken, die na verbranding met benzine haastig in de kanselarijtuin waren begraven. Der Spiegel schrijft dat het Rode Leger hun resten februari 1946 had opgegraven en in zeven munitiekisten had overgebracht naar een militair kampement aan de Klausenerstrasse in Maagdenburg.

Volgens ooggetuigen uit de rijkskanselarij kan er na de zelfmoorden van Hitler, die zich een kogel door het hoofd schoot, en Eva Braun, die gif nam, en de aansluitende verbranding weinig meer van hun lichamen over zijn geweest. In het boek The Rise and Fall of The Third Reich van de Amerikaanse historicus Willam L. Shirer wordt bijvoorbeeld Hitlers toenmalige chauffeur Erich Kempka geciteerd die vertelt dat bij het verbranden van de lijken 180 liter benzine is gebruikt. Bovendien werd de bomtrechter die als graf diende daarna ook nog herhaaldelijk door Sovjet-artillerievuur getroffen, hadden Kempka en anderen verklaard.