Honkballers in VS na staking weer 'aan slag'

ROTTERDAM, 3 APRIL. De stakende honkballers in de Verenigde Staten en de eigenaren van de honkbalclubs hebben gisteren een wapenstilstand gesloten. Na 234 dagen en een economisch verlies dat wordt geschat op 1,2 miljard gulden, is hiermee een einde gekomen aan de langste en duurste staking in de geschiedenis van de profsport.

De clubeigenaren accepteerden gisteren na een vergadering van ruim vier uur het aanbod van de spelersvakbond om weer te gaan spelen zonder eerst nieuwe contracten af te sluiten. De start van het seizoen, dat gisteren had moeten beginnen, is uitgesteld tot 26 april. De competitie is ingekort van 162 tot 144 wedstrijden. De reserve-spelers, die door de clubs waren aangetrokken, werden meteen weer ontslagen. De sterren, onder wie de Nederlanders Robert Eenhoorn (New York Yankees) en Rikkert Faneyte (San Francisco Giants), moeten zich uiterlijk vrijdag melden in het trainingskamp van hun clubs.

De clubs en de spelers, in de Amerikaanse pers steeds omschreven als de miljardairs en de miljonairs, ruzieden over geld. De clubs wilden een limiet stellen aan de salarissen van de spelers. De honkballers (gemiddeld jaarsalaris: anderhalf miljoen gulden) wilden dat de vrije markt zijn werk zou doen.

De eigenaren verloren het arbeidsconflict na de uitspraak van een Amerikaanse rechtbank, vorige week vrijdag. De rechter oordeelde dat de eigenaren niet volgens de regels hadden onderhandeld. De contracten die op 31 december 1993 afliepen, zijn nu weer van kracht. Over nieuwe contracten moet nog worden gesproken.

Alle partijen reageerden gisteren opgelucht. Maar het imago van het honkbal, vanouds de Amerikaanse volkssport nummer één, heeft zwaar geleden onder de staking. Tijdens de staking hebben vooral basketbal en American football geprofiteerd van het arbeidsdispuut, dat door president Clinton werd omschreven als een “een paar honderd man die proberen uit te zoeken hoe ze twee miljard dollar zo goed mogelijk kunnen verdelen”.