HET IS OM VAN TE HUILEN IN DE VLIERT

Zes punten uit 28 wedstrijden. Kan het nog slechter? Het ooit vermaarde FC Den Bosch bengelt aan de staart van de eerste divisie. De fans zijn sarcastisch: “Die verdedigers van ons zijn zó langzaam dat ìk ze zelfs kan bijhouden. Met een krat bier op m'n nek.”

Een door-de-weekse middag, eind maart. De zon schijnt boven De Vliert, het vervallen stadion van FC Den Bosch. Terwijl enkele spelers naar het oefenveld sjokken, leiden twee oudere mannen een paar snikkende tienermeisjes naar op het sportcomplex geparkeerde auto's. Tranen om FC Den Bosch? Nee, ze zijn zojuist gezakt voor hun rij-examen. De Brabantse voetbalclub heeft een deel van zijn kantoorruimte moeten afstaan aan het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. Vandaar dat het merendeel van de aanwezige wagens is voorzien van een grote L.

Voertuigen van supporters ontbreken nagenoeg bij De Vliert. Die donderdag tonen welgeteld drie supporters belangstelling voor de training, op een achter De Vliert verscholen terrein. Een van hen is een Friese veertiger, die ooit voor SC Cambuur speelde. Wijzend op de dravende, zwetende Bossche selectie zegt hij: “Wat een prachtleven hebben die jongens. Hun hobby als beroep, het kan niet mooier. Jammer dat ze het niet allemaal beseffen.” De naar het zuiden verhuisde noorderling heeft nog steeds een voetbalhart: de ene week gaat hij naar TOP Oss, de andere week naar FC Den Bosch. “Ik ben niet weggelopen uit De Vliert, zoals al die anderen die alleen komen als het goed gaat. Dat zijn de kankeraars. Ik behoor tot de pakweg duizend vaste getrouwen. Die steunen de ploeg ook in slechte tijden. Zoals nu. Gemakkelijk is het niet. FC Den Bosch beleeft het absolute dieptepunt uit zijn roemruchte bestaan.”

De meest recente successen behaalde het elftal in 1992, toen het de halve eindstrijd van het bekertoernooi bereikte en promoveerde naar de eredivisie. Een seizoen eerder drong het team zelfs door tot de nationale cupfinale, met Feyenoord als tegenstander. In 1993 volgde degradatie.

Hans van der Pluijm heeft het lief en leed van dichtbij meegemaakt. Als assistent-trainer van Rinus Israel en sinds tweeëneenhalf jaar als hoofdcoach. In de business-ruimte van FC Den Bosch, in de catacomben van De Vliert, wijst hij op een elftalfoto uit '91. Hij zucht: “Kijk, daar staat De Gier. Weg. Naar Go Ahead. Hier, Van der Heide. Weg. Naar Telstar. Daar, Brusselers. Weg. Naar NAC. Hier, Van Schijndel. Weg. Naar De Graafschap. Daar, Derksen. Weg. Naar Roda. Hier, Neijenhuis. Weg. Naar TOP. Daar, Van Grinsven. Weg, naar MVV. Hier, Van Eck. Weg. Naar Sparta.”

FC Den Bosch is een leverancier van talent, laat Van der Pluijm daar op volgen. En hij somt weer een rij namen op, van voetballers die eerder of later dan '91 uit de Brabantse hoofdstad zijn vertrokken: “Langer geleden Scholten en Kruzen, toen Gillhaus, Van Linden, Van der Hoorn, Petrovic, Jansen.” De uittocht kòn niet ongestraft blijven, oordeelt hij. “FC Den Bosch is arm. En de stand op de ranglijst wordt voor 99 procent bepaald door het kapitaal van een club.” Dat het deze competitie zo bedroevend slecht gaat, is daar volgens hem een logisch gevolg van. “Daar komt nog bij, dat we veel blessures en schorsingen hebben gehad. Pas drie duels voetballen we met hetzelfde team. We hebben al vijfentwintig spelers gebruikt. Onlangs, tegen FC Den Haag, hadden we drie amateurs in het veld staan en drie op de bank. Tsja. En de selectie is jong en onervaren: Van Nistelrooy is 18, Kremers 19, keeper Aerts 18, Sinanaj 19. Ze hebben geen ervaring, ja, het is om moedeloos van te worden. Toch blijft de stemming vrij goed. Maar wat we met z'n allen willen, dat zit er natuurlijk niet in.”

Hij praat rustig, de rollende r en de zachte g verraden dat hij uit het noordoosten van Brabant komt. Hij wijst op de zware concurrentie in deze regio. De terugkeer van TOP Oss en RKC uit Waalwijk heeft fans weggezogen uit De Vliert. Vóór Van der Pluijm als oefenmeester aan het werk ging was hij vijftien jaar de stoere, betrouwbare doelman van FC Den Bosch, van '70 tot '85. Hij werd geboren en getogen in Nieuwkuijk. Als jongetje ging hij, bij vader achterop de fiets, al naar De Vliert, om naar BVV te kijken. “Tjonge wat een tijd”, herinnert hij zich nog. Een vol stadion. En hij keek zijn ogen uit naar helden als doelman Saris, Van Overbeek, Van Beurden. En na de wedstrijd ging hij met pa ranja drinken in het café-restaurant van het stadion, waar oud-wielervedette Gerrit Schulte de scepter zwaaide.

De gezelligheid kende geen grenzen, weet Van der Pluijm nog. Hij treft “dat heerlijke sfeertje” thans nog aan in België. Bij Kortrijk bijvoorbeeld, waar zijn schoonzoon Edwin de Wijs voetbalt. “Die ambiance, die betrokkenheid van de supporters daar is geweldig. Man en vrouw, ook oudjes, op de tribune, met clubdas om en een clubpet op. Soms nog een zakske brood bij zich. Na afloop een pintje in het supporterscafé. Dat mis ik hier.” Hij staat op en haalt een grote foto met de maquette van de binnenkort te vernieuwen Vliert, waarvan de sintelbaan verdwijnt en het aantal plaatsen voor toeschouwers aanzienlijk wordt verkleind. Van der Pluijm wijst op de fraaie tribune: “Daaronder zou zo'n Vlaams supportershome moeten komen”, vindt hij. “Het volk moet weer affiniteit krijgen met de vereniging.” Het zijn dromen van een eeuwige optimist, die beseft dat de prestaties op het veld eerst beter moeten worden.

Hij zal het niet meer meemaken, want hij vertrekt aan het einde van het seizoen bijna zeker naar Excelsior. “Met pijn in het hart”, zegt hij afgelopen zaterdag na FC Den Bosch-Heracles (1-4). Hij is na het zoveelste voetbaldrama een stuk pessimistischer dan enige dagen tevoren. “Ik krijg hier een hartverzakking van het leed. Ik word er oud van. Steeds probeer ik een smile op mijn gezicht te houden, maar dat lukt niet meer. Als je ziet hoe sommige jongens, die toch spelen voor een nieuw contract, niet brengen wat ze moeten brengen, dan is dat om te huilen.” De 953 fans vloeken en tieren die avond. “Die verdedigers van ons zijn zó langzaam, dat ik ze zelfs kan bijhouden. Met een krat bier op m'n nek”, schreeuwt er een. Ook de arbiter moet het ontgelden. Een notoire mopperaar: “Godverdomme, wa die doet, moes toch nie meuge. Elke week hetzelfde stelletje amateurs, die scheidsrechters hier!”

Manager Paul van der Kraan hoort het gebrul gelaten aan. Het was slecht, bekent hij. Toch ziet hij eerder die week “lichtpuntjes”. Veel sponsors zijn het zinkende schip trouw gebleven. Van der Kraan zegt recentelijk bedrijven te hebben gevonden die bereid zijn het volgende seizoen een voorschot te geven op de recettes, zodat FC Den Bosch aan het begin van de competitie de financiële middelen heeft om drie à vier tweede elftalspelers van topclubs te huren. Hij rekent erop dat de vereniging dan naar de middenmoot stijgt en méér publiek zal trekken. Het begrote moyenne van dit jaar (1.500) is in deze competitie niet gehaald: er meldden zich gemiddeld maar 1.200 kijkers. Maar de bekerwedstrijd Ajax-FC Den Bosch (7.000 belangstellenden) - de helft van de recette ging naar de Brabantse hoofdstad - maakte het financiële verlies minimaal.

De gemeente Den Bosch draagt zeven miljoen bij aan de ingrijpende renovatie van De Vliert, dat na de verbouwing aan 10.000 mensen plaats biedt. De plaatselijke overheid financiert de nieuwe hoofdtribune en de verbouwing van de huidige Vliert-tribune. FC Den Bosch moet vervolgens nog eenzelfde bedrag bijeen zien te krijgen.

“Dat wordt dan sparen”, roepen Van der Kraan en Van der Pluijm die donderdag in koor. Buiten rijden les-auto's af en aan. Uit het kantoor van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen komen opgewekte jongelui. Maar ook een tienermeisje. Met tranen in de ogen. Ze zegt supporter te zijn van FC Den Bosch. “Ik ben gezakt”, snikt ze. “Kon eigenlijk ook niet anders, zo dicht bij bij die treurige Vliert. Hier gaat alles al maanden lang mis.”