Een lotgenoot spreekt dezelfde taal

Ze woonde in Maastricht en ze was al drie jaar lang haar huis niet meer uit geweest. Over de telefoon wilde ze graag eens praten met iemand die hetzelfde probleem had. Het Bureau Lotgenotencontact bracht haar in contact met een andere vrouw met straatvrees.

De afgelopen zes weken hebben psychologe Marion Vermeij en andragoge Petra Pijnacker allerlei mensen aan de lijn gehad. Van een moeder met een gokverslaafde zoon tot een jongeman wiens zwaar depressieve vrouw zelfmoord had gepleegd. Voor hen begonnen Vermeij en Pijnacker in Delft hun Bureau Lotgenotencontact, dat mensen met een lichamelijk of psychisch probleem met elkaar in contact brengt. Circa tweehonderdvijftig personen hebben zich telefonisch aangemeld.

“Wij zijn in een gat gesprongen dat huisartsen, RIAGGs en sommige patiëntenverenigingen hebben laten vallen: de hulp die lotgenoten elkaar kunnen geven”, vertelt Petra Pijnacker wanneer de lijn even vrij is. “Er komen mensen naar ons toe die onder behandeling zijn bij een psychiater, maar deze slechts een keer in de twee weken zien. Dat is zo weinig dat ze er graag nog iets naast willen hebben. Artsen zeggen zelf ook: 'Nadat ik mijn patiënt gezien heb zit hij weer twee weken met zijn probleem thuis op de bank.' Daardoor voelen mensen zich eenzaam, gaan ze zich ook schamen voor hun probleem. Ze accepteren hun ziektebeeld eerder wanneer ze met iemand kunnen praten die hetzelfde heeft. Wij denken dat het een heilzaam effect heeft als mensen zich aan elkaar kunnen spiegelen, of elkaar kunnen opbeuren. Een lotgenoot spreekt dezelfde taal.”

De problemen waarvoor gebeld wordt, zijn van uiteenlopende aard: eenzaamheid, rouwverwerking, incest, kanker, impotentie, verslaving, maar ook straatvrees, kindermishandeling en hyperventilatie. Er is ook aandacht voor mensen uit de 'mantelzorg': de ouders en de partners die hun gokverslaafde kind of zieke echtgenoot hebben moeten opvangen. Verder richten Vermeij en Pijnacker zich niet zozeer op de zware probleemgevallen - “Iemand die zwaar depressief is kan nog maar moeilijk contacten leggen” - maar zijn ze vooral actief na een ziekte, of na het verlies van een partner of kind. Zoals in het geval van de man die een maand geleden overstuur opbelde. Hij had zijn dochtertje van drie maanden verloren door nekkramp, zijn vrouw was daar depressief van geworden en zelf vond hij het moeilijk met hulpverleners te praten. Het Bureau vond een andere man die hetzelfde had meegemaakt.

Over hoe het vervolgens verder gaat kan Pijnacker niet te veel vertellen. Bij iedere beller noteert zij of men telefonisch, schriftelijk, achter een kopje koffie, of in een gespreksgroep van gedachten wil wisselen met lotgenoten. Als het contact eenmaal gelegd is, krijgt Pijnacker hoogstens nog eens een complimentje voor de formule van het bureau. Er zijn inmiddels enkele tientallen bellers met elkaar in contact gebracht, maar hun ervaringen blijven strikt privé. Wel laat ze weten dat mannen en vrouwen uit alle leeftijdscategorieën zich tot het bureau wenden. “Toppers op de lijst van problemen zijn eenzaamheid en rouw.”

In een radio-uitzending van Hier en Nu werd het bureau 'een gat in de emotionele markt' genoemd, maar Pijnacker wil vooropstellen dat het gaat om een niet-commercieel initiatief. Bemiddeling kost ƒ 50,- per jaar. In de nabije toekomst zullen zij en haar collega Vermeij beginnen met een verdere verkenning van de markt. In de huidige vorm begint het Bureau al aardig uit zijn voegen te groeien, temeer omdat ook andere instellingen maar al te graag gebruik maken van de vangnetfunctie van Lotgenotencontact. Zowel de IKON, die onlangs een documentaire uitzond over depressiviteit, als de Stichting Korrelatie verwijst mensen die telefonisch reageren door naar de dames in Delft.

Bureau Lotgenotencontact, Postbus 577, 2600 AN Delft, telefoon: 015-573935