De weerbarstigheid van het vervoersdebat

Wat doe je als politici en belangenorganisaties al tijdenlang in een patstelling verkeren en iedereen het erover eens is dat er toch iets moet gebeuren? Je laat een groep “onafhankelijke” burgers zich in het onderwerp verdiepen, laat ze vervolgens in debat gaan met politici en belangengroepen en de discussie krijgt een nieuwe wending.

Zo had het Rathenau Instituut, dat tot taak heeft het parlement te adviseren over de maatschappelijke gevolgen van ontwikkelingen in wetenschap en technologie, het in gedachten. 'De prijs van een reis', zo was het debat benoemd en het moest gaan over zaken als het spitsvignet, rekeningrijden, milieuheffing op benzine en de kosten van het openbaar vervoer.

Maandenlang bereidden twintig burgers van jong tot oud, van huisvrouw, boer tot gemeenteambtenaar en universitair docent, zowel fervente autorijders als overtuigd openbaar vervoergebruikers, zich voor op het debat. Om te voorkomen dat het gesprek zou verzanden in een dat-vind-ik-nu-eenmaal-discussie.

Vantevoren hadden de deelnemers aan het panel op enkele cruciale punten al overeenstemming bereikt. Zo zouden ze akkoord gaan met een heffing van een gulden op benzine als maar duidelijk is, waar dat geld voor bestemd is en het “geen ordinaire belastingheffing zou worden”. Ook het treinkaartje mocht best wat kosten, maar dan moesten ook de minder rendabele lijnen blijven bestaan omdat anders de concurrentie met de auto bij voorbaat verloren is.

Vrijdag gingen ze in Zeist de confrontatie met de politiek aan. D66-woordvoerder Van 't Riet zei dat haar partij “doelheffingen een moeilijk verhaal vond”. PvdA-woordvoerder Van Gijzel dacht dat er geen draagvlak voor zou zijn, even vergetend dat het panel juist een afspiegeling van 'het draagvlak' moest voorstellen. En VVD'er Remkes vond dat een heffing op benzine alleen in Europees verband kon plaatsvinden. Maar allemaal zagen ze het liefst dat degene die zich meer verplaatst, ook meer betaalt.

De verbazing op de gezichten van de panelleden werd langzaam zichtbaar. Waarom wordt 'Europa' toch steeds als uitvlucht gebruikt om geen impopulaire maatregelen te moeten nemen? Waarom wordt er zoveel gekletst over variabilisering van de mobiliteitskosten en wordt er zo weinig gedaan? En waarom worden duidelijke standpunten niet beter 'verkocht' zodat het grote publiek meer begrip heeft voor bepaalde beslissingen?, vroegen zij zich af.

De fractiewoordvoerders herhaalden daarop nogmaals hun standpunten. Dus werd de patstelling niet doorbroken. Maar werd wel duidelijk dat politiek ook voor goed ingevoerde burgers niet altijd te begrijpen is. (IM)