De jongeheer van juffrouw Jansen

'Met vriendelijke groet, juffrouw Jansen', besluit een lezeres haar brief over geld. Ze gebruikt, desgevraagd, de benaming juffrouw om haar zelfstandigheid te benadrukken: 'Ik ben er trots op niemand nodig te hebben, ook nooit samengewoond, wel een zoon op de middelbare school. Dat mevrouw klinkt zo zwaar, zo volwassen, zo stoffig. Juffrouw duidt op een frisse meid.' Ze meldt niets te begrijpen van boekhouden en beleggen en geeft haar verdiende geld uit zonder iets over te houden. De zorg voor de oudedag en het kind interesseren de dertigplusser niet bijzonder.

Onlangs veranderde die onbezorgde houding toen zoonlief haar zijn studieplannen voor de toekomst vertelde. Moeder kwam tot de ontdekking dat ze misschien nog wel tien jaar voor hem moet zorgen. En de natuurlijke vader? Die neemt zoon Jan 's zondags mee naar voetballen. Meer draagt hij niet bij. Daarom steekt juffrouw Jansen nu ook op financieel gebied, noodgedwongen, steunend en kreunend de handen uit de mouwen: Jan moet toch kunnen studeren zonder geldzorgen?

Zolang ze leeft èn werkt zijn er geen financiële problemen en kan ze zijn beperkte basisbeurs aanvullen. Maar ook wanneer ze vandaag al overlijdt? Ja, waarschijnlijk wel. Dan gaan er twee uitkeringen in. Allereerst het pensioen (uit het pensioenfonds van haar werkgever) voor een volle (omdat de vader geen recht op een weduwnaarspensioen heeft) wees. Dat bedraagt 8.000 gulden per jaar tot 21 jaar, en stopt als hij trouwt. Ten tweede krijgt Jan het volle wezenpensioen van de AWW (Algemene Weduwen- en Wezenwet). Dat loopt door tot 27 jaar, zolang hij studeert, en ligt op circa 14.000 gulden.

Jan kan ook bijverdienen, want naast de basisbeurs mogen scholieren en studenten netto 15.000 gulden eigen inkomsten als netto loon, stage- en reiskostenvergoedingen en wezenpensioen verdienen. Overigens gelden bepaalde restricties bij de samenloop van meer bronnen van inkomsten.

Jans moeder overweegt een tijdelijke risicoverzekering met een duur van tien jaar af te sluiten. Die keert na haar overlijden een nabestaandenlijfrente uit tot zijn dertigste of eerder. De premies voor de polis zijn, onder voorwaarden, aftrekbaar van haar inkomen. Over eventuele uitkeringen betaalt de ontvanger de gebruikelijke inkomstenbelasting. Heeft zo'n polis zin?

Die vraag moeten betrokkenen zelf maar beantwoorden. Wil de zoon net zo zelfstandig worden als zijn moeder of als goed verzorgde jongeheer door het leven gaan? Tevens moeten ze uitvissen hoe vanaf nu (17 jaar) tot zeg 27 jaar (bij een lange studie) de inkomsten en uitgaven per jaar zullen bedragen. Na beëindiging van het wezenpensioen op 21 jaar vallen zijn inkomsten immers met acht mille terug. Waar wil hij gaan studeren?

De verzekering kan ze wellicht achterwege laten en de premies plus wat extra besparingen opzij leggen voor die periode of voor een ander doel. Om hem om te vormen van zorgeloze jongeheer tot geldbeest dient hij op eigen naam zijn vermogensvorming ter hand te nemen, met hulp en geldelijke steun van zijn moeder. Op die manier kunnen beiden zich eens verdiepen in geldzaken en de verschillende persoonlijke fiscale vrijstellingen beter (twee personen in plaats van één) benutten. Dat vinden ze een goed voorstel.

Daarbij komt nog het studie-onderwerp schenking: overhevelen van vermogen - contant of op papier - van in dit geval moeder naar zoon.

In 1995 is 38.277 gulden éénmalig, voor kinderen tussen 18 en 35 jaar oud, vrij van schenkingsrecht (door de ontvanger te betalen) en 7.655 gulden per jaar per kind, ongeacht leeftijd.

Het is toegestaan te schenken op papier. Dit kan nuttig zijn wanneer de ouders nauwelijks of geen geld hebben of wanneer ze dat (voorlopig) zelf willen houden. Zij schenken op papier een bedrag, erkennen dat schuldig te zijn, en lenen dat vervolgens van hun kind terug. Dat krijgt zo een vordering op de ouders, waarover zij rente moeten betalen. De rente is bij het kind belast voor het deel dat de vrijstelling van vijfhonderd gulden voor minderjarigen en duizend gulden voor volwassenen overschrijdt, en bij de ouders aftrekbaar van hun inkomen. De schuldigerkenning en rente kunnen van invloed zijn op een studiefinanciering of RWW-uitkering voor schoolverlaters, maar niet op een eventuele WW-uitkering.

De suggestie om iedere maand automatisch een vast bedrag (100, 150, 200 of meer gulden) over te laten schrijven van een bank- of girorekening naar een beleggingsfonds stuit op onbegrip. In de betreffende koersoverzichten in de krant kunnen ze geen logica ontdekken. Welk fonds moet je nemen? Die het meest adverteert? Dat van de bank?

(Wordt vervolgd)