Britse pers schatert om de 'bijzondere relatie' met Clinton; Major in VS: grote balseming

LONDEN, 3 APRIL. Aan de vooravond van het tweedaags bezoek van premier Major aan de Verenigde Staten hebben vertegenwoordigers van de Amerikaanse en Britse overheid zich over en weer uitgeput in vriendelijke woorden en balsemende complimenten. Een ontmoeting morgen tussen Major en Clinton moet een einde maken aan de verkilling in de relaties die is bekoeld nadat Clinton vorige maand tegen de wens van de Britse regering een visum verstrekte aan Gerry Adams, president van Sinn Fein, de politieke vleugel van het Ierse republikeinse leger (IRA). Niet alleen mocht Adams in de Verenigde Staten fondsen werven, ook was hem op het Witte Huis een handdruk van de president vergund.

Amerikaanse regeringswoordvoerders deden de controverse gisteren af als niet meer dan “een taktisch meningsverschil”. De nationale veiligheidsadviseur Anthony Lake zei dat “de speciale band” die tussen de beide naties bestaat veel te stevig is om door een kleine botsing te worden aangetast. “Al vijftig jaar is deze relatie voor beide landen op militair, nucleair en veiligheidsgebied de meeste hechte die we kennen.”

Lake ontlokte bij de verzamelde Britse pers een daverend gelach toen hij bezwoer dat Clinton en Major “een heel bijzondere, relatie onderhouden, echt waar”. Het is een publiek geheim dat beide regeringsleiders nooit goed met elkaar hebben kunnen opschieten. Volgens de Amerikaanse oud-minister voor buitenlandse zaken Larry Eagleburger zijn Clinton en Major zowel politiek als persoonlijk elkaars tegenvoeters. De Amerikaanse president heeft nooit kunnen vergeven dat Major zijn Republikeinse rivaal George Bush in de verkiezingsstrijd gesteund heeft, zegt Eagleburger. Major had zelfs toestemming gegeven om in Britse archieven te speuren naar materiaal dat Clinton in opspraak zou kunnen brengen.

Daarna is het tussen Clinton en Major nooit meer helemaal goed gekomen. Clinton heeft Major een paar keer geschoffeerd door te weigeren om hem aan de telefoon te woord te staan. Een belediging die de Britse premier onlangs met gelijke munt terugbetaald heeft, zodat Clinton van armoe genoodzaakt was een fax te sturen. Hoe de Conservatieven over de president van de Verenigde Staten denken, bleek kortgeleden toen de Britse minister voor financiën, Kenneth Clarke, oppositieleider Tony Blair als 'Clintonesque' beschimpte. “Je kent dat wel: hier zijn we, zijn we niet leuk? Wij zijn de nieuwe, mooie mensen; we hebben niet veel te zeggen maar laten we het gewoon eens over een andere boeg gooien.”

Amerikaanse en Britse regeringswoordvoerders haastten zich gisteren te verklaren dat Noord-Ierland morgen tijdens de drie uur uur durende ontmoeting van Clinton en Major alleen maar terloops ter sprake zal komen. Veel hoger op de agenda staan de politieke en militaire situatie in Bosnië, het gewelddadige optreden van Rusland in Tsjetjenië en sancties tegen Libië.

Terwijl Gerry Adams twee weken weken geleden al wel de Amerikaanse president heeft ontmoet, wacht hij nog altijd op het eerste gesprek met een lid van de Britse regering. Premier Major heeft steeds gezegd dat dergelijk overleg op ministerieel niveau pas mogelijk is als Sinn Fein eerst instemt met ontmanteling van het republikeinse wapenarsenaal. Britse regeringsvertegenwoordigers verwachten dat het nog voor pasen tot een ontmoeting komt tussen staatssecretaris voor Noord-Ierland Michel Ancrum en een delegatie van Sinn Fein.