BREUER & CLAASSEN OVER Dames in jazz

CD Carolyn Breuer/Fee Claassen Quintet Simply Be (Challenge Records 70017). Met Sebastian Altekamp, piano; Stephan van Wylick, bas en Joost Patocka, drums. Concerten: 5/4 Bimhuis Amsterdam, daarna elders.

“Altijd vergelijken ze mij met Candy Dulfer, ook een jonge blonde saxofoniste. Doodziek word ik daarvan. Ik vind vergelijken sowieso onzin, maar als het dan zo nodig moet, dan liever met een kerel.”

Altsaxofoniste Carolyn Breuer (25) vormt samen met zangeres Fee Claassen (25) de frontlinie van een - voor de rest mannelijk - bebopkwintet. Breuer heeft haar opleiding aan het Koninklijk Conservatorium net achter de rug, Claassen doet volgend jaar examen in Hilversum. Na een tournee van drieënhalve week door Duitsland, treden ze deze maand nog tien keer op in Nederland en België. Gelijktijdig verschijnt hun eerste gezamenlijke cd Simply Be die behalve standards ook eigen stukken bevat.

Carolyn: “We zijn geen traditioneel jazzkwartet aangevuld met zang. De sax- en de vocale partijen staan bij ons op gelijke voet. De meeste thema's zetten we tweestemmig in en we soleren allebei.”

Fee: “Als Carolyn begint te soleren, benijd ik haar wel een beetje. Die vrijheid om zoveel verschillende noten te produceren en grote intervallen te kiezen - die heb ik niet.”

Carolyn: “Maar jij kunt er meer gevoel inleggen. Soms sta ik een hele avond te fiedelen zonder iets over te brengen. Saxofoon is op muziekscholen en conservatoria vreselijk populair bij vrouwen. Maar de meeste komen vroeg of laat in de popmuziek terecht, net zoals de zangeressen. In Nederland zijn wij een van de weinige bebopgroepen met vrouwelijke solisten.”

Fee: “De jazz die wij spelen is nog steeds een mannenzaak. Door de energie en het zogenaamd intellectuele karakter ervan treden vrouwen nauwelijks op de voorgrond. Misschien vinden ze het te moeilijk.”

Carolyn: “Fysiek maakt het niets uit. Het is flauwekul om te denken dat vrouwen sommige instrumenten niet aan zouden kunnen. Ik ken bijvoorbeeld een hoop baritonsaxofonistes. Zo'n bariton is wat zwaar om je nek, dat wel. Ik heb in vrouwenbands gespeeld. Daar waren er bij die zich tegenover mannen willen bewijzen of zelfs afzetten. Dat heeft mij nooit bezighouden. Waarschijnlijk komt dat omdat ik met jazzmuziek ben opgeroeid. Mijn vader, Hermann Breuer, is zelf trombonist - ik speel nog altijd met hem samen.

“Wij willen vanzelfsprekend beoordeeld worden onze muzikale kwaliteiten. Uiterlijkheden zijn bijzaak. Dat wil niet zeggen dat we met een slobbertrui en geitewollen sokken het podium opgaan. Overigens zien mannen er op het podium ook steeds verzorgder uit. Vooral zwarte muzikanten.”

Fee: “Qua speelniveau denk ik dat mannelijke muzikanten over het algemeen iets beter zijn dan vrouwen. Toch?”

Carolyn: “Nog wel.”