Boven de krochten van de kansarmen

Aan de zandvlakte vol bouwputten is het nog niet af te zien, laat staan aan de grauwe, negentiende eeuwse wijken Feijenoord en de Afrikaanderwijk die het bouwterrein omzomen. Maar de kleurige folders en brochures van de 'Kop van Zuid' wekken verwachtingen. Op dit oude haventerrein aan de Nieuwe Maas verrijst de stad van de toekomst, met 5.300 woningen voor de betere inkomens, glimmende kantoortorens, een prestigieuze brug, een metrostation, wandelboulevards, boutiekjes en winkels.

Onduidelijk bijft hoe deze Goudkust zich gaat verhouden met de omliggende wijken, die blijkens een recent rapport van de Erasmus Universiteit getto-achtige trekjes beginnen te vertonen. Het angstbeeld is duidelijk: de nieuwe welgestelden die vanaf hun dakterrassen een 'panoramisch uitzicht' hebben op de jachthaven aan de linkerhand en de krochten van de kanslozen aan de rechterhand.

Om zo'n scherpe scheiding tussen de nieuwe en oude stadsdelen op oud-Zuid te voorkomen, richtte Rotterdam enkele jaren geleden het projectbureau 'Social Return' op, inmiddels tot 'Wederzijds Profijt' omgedoopt. De aanleg van de Kop van Zuid moest werkgelegenheid bieden aan zo'n 5.000 mensen, de exploitatie aan 15.000. Daarvan zou een substantieel deel naar de omliggende wijken gaan, zo hoopte men. De bouw zat te springen om mensen, en het werklozenleger van oud-Zuid zou in speciale 'spin-off centra' een opleiding kregen.

Drie jaar later staan de spin-off-centra in Feijenoord en de Afrikaanderwijk: twee rechthoekige gebouwen van spiegelglas. Maar anderhalve maand geleden noemde E. Hoffers van het arbeidsbureau Rotterdam zuidoost 'Wederzijds Profijt' niet meer dan 'een vlag waarmee Rotterdam goede sier wil maken'. In drie jaar tijd waren 37 bouwvakkers opgeleid, waarvan er slechts acht werk vonden op de Kop van Zuid zelf, aldus Hoffers. Een wel heel bescheiden druppeltje in een zee van de tienduizenden werklozen.

Projectleider Frank Belderbos van 'Wederzijds Profijt' erkent dat de rooskleurige verwachtingen van begin jaren negentig aanmerkelijk zijn bijgesteld. Te veel betrokken partijen, te veel overleg en een tegenvallende markt: na drie jaar en 3,5 miljoen gulden heeft zijn team 160 mensen uit oud-Zuid aan een baan geholpen. En dan nog hadden de aannemers liever Brabantse betonvlechters dan langdurig werklozen uit oud-Zuid, die voor opleidingskosten van 60.000 gulden niet het niveau haalden van bouwvakkers uit het leerlingenstelsel.

Ook vanuit de gemeenteraad is vorig jaar gevraagd waar dat wederzijdse profijt toch blijft. Belderbos kijkt bij voorkeur naar de toekomst, want daar liggen mooie dingen in het verschiet. Binnenkort begint de 'afbouwfase' van de eerste bouwprojecten, het moment waarop de onder-aannemers de huizen en kantoren afwerken en de vraag naar minder geschoold personeel groeit. En als de kopers, huurders en bedrijven de Kop van Zuid binnentrekken, zal de vraag naar horeca-personeel, schoonmakers, beveiligers, administratief personeel, kinderoppassen, huishoudelijke hulp en winkelbedienden aantrekken. Bij dit soort banen hebben werkgevers wel liever “het meisje op de hoek”, aldus Belderbos. Maar een groot deel van die werkgelegenheid zou er dus ook wel zonder zijn projectteam zijn gekomen.

Voorlopig lijkt het er nog het meeste op dat het 'Manhattan aan de Maas', zoals de gemeente de Kop van Zuid in de jaren tachtig graag noemde, het sluitstuk gaat vormen van een heel Amerikaans Rotterdam-Zuid: met de tweeverdieners en yuppies in het centrum, de kanslozen in de ring daar omheen en de middenklasse in de buitenwijken.