Bloemendaal zet banketbakker aan werk na wangedrag

AMSTERDAM, 3 APRIL. De hockeyers van Bloemendaal kunnen zich deze week misselijk eten aan gebak. Wie bij de oranjehemden een gele kaart krijgt moet voor straf én een jeugdwedstrijd fluiten, én voor de selectie taart meenemen. Gisteren kregen liefst vier spelers van Bloemendaal, Van Westerop, Jazet, Van Amerongen en Moolenburgh, in de met 4-1 verloren topper tegen Amsterdam geel voorgehouden. “Dit is super-dom”, toonde aanvoerder Marinus Moolenburgh berouw.

Door de gele kaarten en de daarbij behorende tijdstraffen speelde Bloemendaal in totaal twintig minuten met tien man. Dat brak de ploeg op. Drie van de vier Amsterdamse doelpunten vielen op momenten dat Bloemendaal niet compleet was. De bezoekers scoorden zelf trouwens ook in een fase met een speler minder. “We hebben ons laten inpakken”, concludeerde coach Pieter Offerman na afloop.

Op het fluiten van de arbiters Van Putten en Schellekens was best één en ander aan te merken. De spelers van Bloemendaal maakten echter veel te veel misbaar bij het protesteren. Schellekens, die drie Bloemendalers en één Amsterdammer geel gaf, zei geen moeite te hebben met “een primaire reactie”. Hij kon echter niet accepteren dat sommige spelers maar bleven ageren. Er werd fiks met de armen gezwaaid, af en toe waren de vloeken op de tribune te horen en Eric Jazet smeet na een inderdaad ten onrechte toegekende strafcorner zijn stick woedend tegen het kunstgras.

Bloemendaal heeft al vele jaren de naam spelers te hebben die het de arbitrage moeilijk maken. “We zijn mannetjes met een grote waffel”, bekende verdediger Moolenburgh. “We moeten gewoon beter leren tot drie te tellen.” Manager Cees Bovelander zei dat er bij de club alles aan wordt gedaan om dergelijke excessen uit te bannen. “Maar je ziet dat het niet altijd helpt. Soms sluipt het er ineens in.” Bovelander opperde voorzichtig de mogelijkheid om met geel bestrafte spelers nog eens een minuut of tien langer te laten afkoelen op de bank. “Dat hebben we al eens een tijdje gedaan.”

Dat gaat coach Offerman nu voorlopig te ver. “Ik denk niet dat het team daarmee is geholpen.” Uiteraard wil de coach in de beslissende fase van de strijd om de plaatsen voor de play-offs geen onnodige risico's lopen door belangrijke basiskrachten uit het elftal te laten. Hij sprak gisteren in Amsterdam derhalve afzwakkend van “gele kaartjes”. “Het is niet uit de hand gelopen of zo.” Offerman vindt dat het probleem “op verantwoorde wijze moet worden benaderd”. Ook voorzitter Lo van Noordwijk zal geen actie ondernemen. Mede omdat voor hem vervelende familie-omstandigheden van één van de spelers als verzachtende omstandigheden gelden.

Er kwam ook kritiek op de overtreders uit het team zelf. De jonge Bloemendaal-doelman André Morees, die verscheidene goede saves verrichtte, laakte na afloop de instelling van een aantal medespelers. “Dit is toch een teamsport? Bij ons leek dat er soms niet op.” Captain Moolenburgh begreep de teleurstelling bij Morees. “Toen wij jong waren ergerden wij ons ook aan het praten van spelers als Diepeveen en Kooijman. Maar nu nemen wij die houding moeiteloos over. De hele week hebben we het er over gehad dat we ons tegen Amsterdam niet gek moesten laten maken. Dat we konden verwachten dat de scheidsrechters nerveus zouden zijn. En wat gebeurt er? Vier routiniers krijgen geel, onder wie ik zelf. Dat is slecht, super-slecht.”

Ras-Bloemendaler Moolenburgh zou er, zo bekende hij zonder blikken of blozen, begrip voor hebben als geel zwaarder zou worden bestraft dan met een doos gebak en het leiden van een jeugdwedstrijd. “Misschien is het wel beter om zo'n speler de volgende wedstrijd niet te laten meedoen.”

Het mooie van hockey is dat de zo zwaar bekritiseerde scheidsrechters na afloop in het Amsterdamse clubgebouw temidden van de Bloemendalers gewoon hun drankje konden nuttigen. Ze werden met rust gelaten en er viel geen overtogen woord. Meteen na het eindsignaal waren een paar spelers op het veld wel verhaal komen halen bij de arbiters. De begeleiding van Bloemendaal keek bezorgd toe, riep de hockeyers terug, maar dat was, zo meldden de heren Van Putten en Schellekens naderhand, niet nodig geweest. Een beheerste discussie moet kunnen, vonden ze.