Alleen Kerr doet er toe bij Simple Minds

Concert: Simple Minds. Gehoord: 2/4, Statenhal Den Haag.

De afgelopen jaren heeft de Schotse groep Simple Minds zichzelf afgepeld als een ui met een identiteitscrisis. Steeds meer bandleden verlieten de groep en lieten de overige bandleden achter met de muzikale crisis waarmee de groep eigenlijk al worstelde sinds Sparkle in the Rain uit 1983, de opvolger van het hun meesterwerk New Gold Dream. Het laatste groepslid dat afviel was enkele jaren geleden toetsenspeler Michael MacNeil, en zo kwam het dat het gezelschap dat gisteravond in de Haagse Statenhal aantrad voor het eerste Nederlandse optreden in vier jaar nog slechts bestond uit de tweekoppige harde kern van de band: gitarist Charlie Burchill en zanger Jim Kerr, die zichzelf hadden uitgebreid met drie zo goed als anonieme uitzendkrachten.

Nu maken die anonimi voor de podiumpresentatie van de band eigenlijk niet zoveel uit. Die was gisteravond, zoals meestal bij Simple Minds, volledig afhankelijk van de persoonlijkheid van zanger Kerr. Tijdens concerten pleegt hij eenzelfde theatrale act op te voeren die zanger Bono Vox van U2 de bijnaam 'de Jezus van de popmuziek' heeft opgeleverd. Ook Kerr paradeert al zingend over het podium, steekt zijn handen in de lucht, zijgt neer op de vloer als een derderangs Shakespeare-acteur en slaat zijn ogen regelmatig ten hemel. Daarbij vertoont hij ondertussen zo'n oprecht vreugedevolle glimlach, dat je hem een groot deel van die aanstellerij vergeeft. Want Jim Kerr lijkt het allemaal te ménen, en dat maakt hem tot het knuffelkonijn uit de kinderkamer dat eigenlijk veel te grote oren heeft, maar waarvan je juist om dat gebrek steeds meer gaat houden.

Kerrs uitbundige podiumact werd geaccentueerd door het gedrag van Burchill en de drie sessiemuzikanten, die zich weinig subtiel door de greatest-hits show worstelden die Simple Minds deze avond op het programma had gezet. Naast veel materiaal van hun nieuwe cd kwamen vooral oude krakers voorbij: van 'Love song' en 'The American' van Sons and Fascination/Sister Feelings Call uit 1981, tot semi-klassiekers als 'Waterfront' 'Alive and Kickin' en 'Someone, Somewhere in Summertime'.

Vooral in dat laatste nummer, dat in zijn originele uitvoering een subtiel en bijna mystiek nummer is, bleek dat de Simple Minds in hun huidige bezetting eigenlijk maar één trucje beheersen. Zoals alles verzoop gisteravond ook 'Somewhere' in zwaar beukende drums en de traag piepende gitaar van Burchill die in bijna ieder nummer wel een keertje solo mocht opduiken. Daardoor begonnen Simple Minds af en toe verdacht veel op logge oude rock-dino's als Pink Floyd te lijken - en dat kan toch nooit hun bedoeling zijn geweest.