Zuid-Afrika; Opruiming van het laatste restje Brits imperium

KAAPSTAD, 1 APRIL. Afrika rukt op, nu ook al op de radio. Het namaak-BBC'tje van de blanke Engelstalige gemeenschap in Zuid-Afrika, Radio South-Africa, is gesneuveld in de multiculturele vernieuwingsdrift. De nieuwe zender heet sinds kort SAFM, beoogt minder 'Eurocentrisch' te zijn en laat zwarte Zuidafrikanen spreken in hun eigen Engelse accent. De Britse voorsteden van Kaapstad walgen en sputteren tijdens de afternoon tea: er woedt een 'storm in the suburbs', zoals een columnist onlangs schreef.

Iedere verandering naar een normalere, en dus Afrikaanse, samenleving tast in het verdeelde Zuid-Afrika wel een minderheidsgroep aan. Weinigen zullen het zo articuleren als de Britse gemeenschap. Een litanie van klachten stroomde de afgelopen weken binnen bij de kranten en bij de nationale omroep, de Suidafrikaanse Uitsaai Korporasie, die het waagde het laatste restje Brits imperium op te ruimen. De gesoigneerde woede betrof vooral het taalgebruik van de presentatoren - niet langer 'the Queen's English', zoals een briefschrijver protesteerde - en de toon van politieke correctheid, waar de staatsomroep op zoek naar een nieuwe identiteit soms aan lijdt.

Tot voor kort leek de Engelstalige radio rechtstreeks uit Londen te komen, met verlies van de kritische geest onderweg. De presentatoren spraken 'Oxbridge'-Engels, zij draaiden klassieke muziek die nu 'Eurocentrisch' heet en programma's konden uren doorkabbelen over onderwerpen die met Zuid-Afrika weinig of niets te maken hadden. Het was een oud-koloniaal hoekje in het bestel, uiterst kostbaar voor slechts 400.000 blanke luisteraars.

De nieuwe leiding van de SAUK - niet toevallig gerecruteerd uit ANC-sympathieke mediakringen - kreeg als opdracht een meer representatieve omroep op te richten. Radio is het belangrijkste medium in Afrika, omdat het de meeste mensen bereikt. Engels is de grootste gemene deler in dit land met elf officiële talen. Van de 21 radiostations, voor iedere taalgroep één plus een aantal commerciële muziekstations, was de Engelse omroep het meest aangewezen station om een zo groot mogelijk deel van het volk te bereiken. Radio South-Africa moest er als eerste aan geloven.

Op de nieuwe zender zitten zwarte en blanke presentatoren samen achter de microfoon, de nieuwe verhoudingen in audio uitgedrukt. Het klinkt allemaal wat minder Afro-Avro en wat meer bij de tijd. De nieuwsprogramma's besteden meer aandacht aan de landelijke gebieden en aan andere Afrikaanse landen. Nu en dan wordt er zelfs scherp ondervraagd. Een woordvoerder van de Nationale Partij die de corruptie binnen het ANC hekelde, kreeg de vraag of het onder het apartheidsbewind van de NP niet veel erger was. Dat is nieuw in Zuid-Afrika: hij begon dan ook te stotteren.

De nieuwe radio heeft ook zwakke kanten, waarvan nog moet worden afgewacht of het slechts kinderziektes zijn. Er is urenlang talk-show gebabbel, afgeluisterd van commerciële stations. De progressieve verheerlijking van wat 'the people' of 'the community' vinden dringt nu ook door tot de ether. Het tempo is vaak geeuwverwekkend laag. En nieuwslezers lijken soms werkelijk niet te begrijpen wat zij waarom voorlezen, wat iets anders is dan een 'accent'-verschil.

Serieuzere kritiek is dat de nieuwe leiding van de SAUK begonnen zou zijn met een 'ideologisch' offensief. John Kane-Berman, directeur van het gezaghebbende liberale Instituut voor Rassenrelaties, schreef in een boos stuk dat de staatsomroep Zuidafrikanen wil dwingen lid te worden van de 'regenboognatie', de populaire benaming voor het 'nieuwe' volk. Volgens Kane-Berman bestaat er geen eenduidige Zuidafrikaanse cultuur en moet de staatsomroep juist de diversiteit van de bevolking erkennen en bedienen.

Het is een belangrijk debat omdat de omroep net als voorheen kan verworden tot een propaganda-instrument - zij het nu niet van de minderheid, maar van de meerderheid. Voor sommige Engelstalige blanken is het moeilijk te aanvaarden dat zij nu definitief tot die minderheid behoren. Londen ligt steeds verder weg.